Artikel
Web 2.0 in het onderwijs: van toegevoegde waarde?
- Jan Kees Meindersma
De afgelopen drie jaar is in het onderwijs veel geëxperimenteerd met web 2.0 toepassingen. De meeste experimenten richten zich op het ontwikkelen en delen van leermateriaal. In het basisonderwijs heeft een aantal docenten Wikikids opgezet. Wikikids is de“wikipedia” voor kinderen waar zij gezamenlijk hun eigen online encyclopedie schrijven. Een ander voorbeeld is Klassement in Vlaanderen waar docenten eigen leermateriaal delen en andermans leermateriaal beoordelen. Het principe hier is simpel. Docenten kunnen alleen maar leermateriaal downloaden als zij zo nu en dan ook leermateriaal uploaden.
Binnen het programma Verbonden met ICT van ROC-i partners en Kennisnet hebben MBO instellingen geëxperimenteerd met allerlei web 2.0 toepassingen. De 16 experimenten varieerden van het inzetten van blogs als stageverslag tot het opzetten van een communicatieplatform voor docenten, studenten en praktijkbegeleiders. Een aantal instellingen heeft virtuele werelden in het onderwijs ingezet of heeft gekeken of sociale netwerken ook in een onderwijscontext te gebruiken zijn.
Wat leveren web 2.0 toepassingen op in het onderwijs?
Er zijn nog nauwelijks wetenschappelijk studies bekend waarin onderzocht is of het leren met web 2.0 leidt tot een verhoging van het leerrendement. Ook in de experimenten van het programma Verbonden met ICT bleken deelnemende instellingen verhoging van leerrendement (nog) niet tot de voordelen te rekenen. Wel noemden zij voordelen als de eenvoud van gebruik, motivatie voor de student, betere communicatie tussen student, docent en praktijkbegeleider en het plaats- en tijdsonafhankelijk kunnen werken.
Uiteraard waren er ook vele knelpunten die instellingen tijdens de experimenten moesten oplossen. De beperkte (priori)tijd van docenten speelt natuurlijk een belangrijke beperkende factor. Maar ook de voorkeuren van docenten. Door simpelweg de blogs van studenten om te zetten in een papieren stageverslag kreeg een instelling ook de meer conservatieve docenten mee. Een ander belangrijk punt was de beeldvorming binnen de instelling. In sommige gevallen dachten medewerkers dat het experimenteren met iGoogle zou leiden tot het vervangen van de elektronische leeromgeving. Tot slot bleek in een van de experimenten dat het opzetten van een sociale community voor studenten die op (buitenlande) stage gingen niet zinvol was.
Leren met web 2.0 moet; er is immers een nieuwe generatie ?
Een aantal opiniemakers gebruikt als belangrijkste argumentatie dat web 2.0 toepassingen in het onderwijs noodzakelijk zijn vanwege de huidige generatie studenten. Volgens hen is er een totaal nieuwe generatie studenten met benamingen als net generatie, digital natives en homo zappiens. Deze generatie is naar hun zeggen fundamenteel anders en leert daarom op een andere manier. Prachtige beelden die hun nut bewijzen om veranderingen in de maatschappij te schetsen. Maar bestaat deze generatie wel echt? En voldoen alle studenten aan de kenmerken zoals deze beschreven zijn door deze denkers.
Tot op heden is er geen empirisch bewijs dat deze nieuwe generatie echt bestaat en er een eigen leerstijl op nahoudt. Uit verschillende studies blijkt wel dat de huidige student over het algemeen ict-vaardiger is, maar zeker niet per definitie informatievaardiger. Studenten maken privé gebruik van web 2.0 toepassingen als sociale netwerken (Hyves), delen van film en foto (Flickr en YouTube) en steeds vaker microblogging als Twitter. Echter, wetenschappers hebben onderzocht dat dit niet betekent dat zij deze toepassingen ook perse in het onderwijs willen gebruiken.
Welke web 2.0 toepassingen werken niet in het onderwijs?
Mijn conclusie uit de onderzoeken, experimenten en persoonlijke ervaringen van docenten is dat onderwijsinstellingen vooral niet moeten proberen om “school” in de eigen sociale netwerken van studenten te integreren. Studenten willen dit niet.
Ook zouden onderwijsinstellingen uiterst voorzichtig moeten zijn met de inzet van virtuele werelden. Er is maar een beperkt aantal leersituaties waarin virtuele werelden toegevoegde waarde hebben. Bovendien is het inrichten en onderhouden van een dergelijke omgeving kostbaar in tijd (en in geld).
Of docenten ooit massaal elkaars werk of leermateriaal gaan beoordelen is niet vanzelfsprekend. Immers het beoordelen van een collega is geen dagelijkse praktijk. Waarom zou het op het web dan wel slagen?
Welke web 2.0 toepassingen werken wel in het onderwijs?
Voor de vaak gebrekkige communicatie tussen docent en student (en eventueel praktijkbegeleider) zie ik veel mogelijkheden met web 2.0 toepassingen. Het gebruik van (micro)blogs door studenten helpt hen om op frequente wijze te communiceren over hun ervaringen. Ook de inzet van web 2.0 toepassingen om foto’s, documenten, video’s en agenda’s te delen helpt om snel, plaatsonafhankelijk te communiceren.
Steeds vaker zie ik dat docenten bereid zijn om zelf ontwikkeld leermateriaal te delen. Ook docenten zijn “gewone burgers” en ervaren dat het delen van informatie op het web normaal is. Ik vermoed dat docenten gemakkelijker hun eigen leermateriaal delen op een webomgeving met anonieme gebruikers dan binnen een gestructureerde omgeving van de eigen school.
Docenten geven aan dat zij het meest van elkaar leren. Daarvoor zullen zij in toenemende mate naast fysieke bijeenkomsten ook virtuele communities willen vormen. Simpelweg omdat het voor docenten vanwege hun verplichting richting hun studenten niet vaak mogelijk is om op een bepaald tijdstip overdag bij een bijeenkomst aanwezig te zijn.
Een grote opgave voor ict afdelingen binnen de instelling is het creëren van een leer- en werkomgeving die aanpasbaar is door de student of docent. Het gebruik van web 2.0 toepassingen binnen de eigen instellingsportaal zal steeds vaker gevraagd worden. Met de meeste web 2.0 toepassingen is dit door middel van widgets en (rss) feeds eenvoudige te regelen. Gebruikers kunnen deze zonder hoge kosten zelf makkelijk integreren in de eigen werkomgeving.
Maar dan het leerrendement…. Zouden web 2.0 toepassingen leiden tot betere leerrendementen? Op zijn minst bij een bepaald type studenten. Of biedt de web 2.0 technologie de mogelijkheid om nieuwe leervormen te ontwikkelen? Ik heb tot op heden nog niets gezien. Toch denk ik dat er mogelijkheden zijn. Maar dit vergt lef, out-of-the-box denken en veel, heel veel verstand van onderwijs.
Jan Kees Meindersma is werkzaam als sectormanager mbo bij Kennisnet.