Column
Alles 2.0
25-6-2009 - Mijke Slot
In een interview in nrc.next, pleit oud-premier Ruud Lubbers voor een nieuwe vorm van ontwikkelingssamenwerking; ‘ontwikkelingssamenwerking 2.0’.[1] In plaats van ontwikkelingshulp als eenrichtingsverkeer vanuit gevestigde instanties zoals de Wereldbank, moeten in ontwikkelingssamenwerking burgers een hoofdrol spelen. Ondersteund door de mogelijkheden van internet, zouden zij door het investeren van hun tijd, kennis en inkomen, kleinschalige ontwikkelingsprojecten van de grond moeten tillen. Een voorbeeld van deze ontwikkelingssamenwerking 2.0 is de 1%Club (Ruud Lubbers zit in het comité van aanbeveling). Op www.1procentclub.nl, kunnen de leden van deze community kleinschalige projecten ondersteunen met een donatie of hulp in andere zin. Leden kunnen op de website ook zelf ontwikkelingsprojecten aanbieden. Als iedereen een procent van zijn tijd, kennis en inkomen besteedt aan ontwikkelingshulp, wordt armoede structureel de wereld uit geholpen, aldus de club. Een mooi en sympathiek idee.
De toevoeging 2.0, wijzend op de mogelijkheden van informatietechnologie en het toenemende belang van de gebruikers, is niet nieuw. Zoals Web 2.0 kenners weten, is de term geïntroduceerd rond 1999 en werd het vooral vanaf 2004 enorm populair door een serie congressen die de Amerikaan Tim O’Reilly rond het onderwerp organiseerde. Web 2.0 is alles en het is niets. In algemene bewoordingen duidt het op een ommezwaai op internet, waarbij diensten nadrukkelijk hun gebruikers in het middelpunt zetten. Web 2.0 is sociaal, gebaseerd op participatie, diensten zijn eenvoudig en laagdrempelig en er wordt door groepen gebruikers toegevoegde waarde gecreëerd. Sommigen omschrijven het zelfs als een nieuwe manier van produceren. Als je je dagelijks met 2.0 bezighoudt is het lastig voor te stellen, maar eigenlijk weten maar heel weinig Nederlanders wat de term precies inhoudt. Toch kent of gebruikt bijna iedereen wel een of meerdere Web 2.0 diensten zoals YouTube, Flickr, Hyves, Wikipedia en LinkedIn.
Het concept Web 2.0 spreekt enorm tot de verbeelding. Allereerst vanuit gebruikersperspectief. Zo sleepte de Nederlandse Esmee Denters door haar zelfgemaakte karaokefilmpjes op YouTube een platencontract binnen bij beroemde popster en producent Justin Timberlake. Via sociale netwerksites is het onderhouden van oude en het opdoen van nieuwe contacten makkelijker dan ooit. Gebruikers wisselen op grote schaal gegevens uit, van muziek tot medische gegevens. En ze tillen projecten van de grond die in het pre-internet tijdperk amper mogelijk zouden zijn, zoals het schrijven van een bijna volledige en dynamische encyclopedie (hoewel er wel heftig gediscussieerd wordt over de betrouwbaarheid ervan). Maar ook vanuit organisatorisch perspectief is Web 2.0 interessant.
Web 2.0 blijkt namelijk een uiterst flexibele term te zijn. Een term die eigenlijk op alles toegepast kan worden; zo kan er gesproken worden over onderwijs 2.0 (de leerling staat centraal), ambtenaar 2.0 (de ambtenaar die de burgers op allerlei interactieve manieren bedient), gezondheidszorg 2.0 (de patiënt als actieve speler in het zorgproces) en nu dan ook ontwikkelingssamenwerking 2.0. Het wordt zelfs zo vaak toegepast, dat je het een hypeterm zou kunnen noemen. Hoewel, als ik mijn collega’s mag geloven, het concept begint eigenlijk alweer een beetje uit de mode te raken. Het is eigenlijk al lang Web 3.0, Web 4.0 en verder.
Web 2.0 lijkt soms wel een wondermiddel te zijn, een magische spreuk. Als gebruikers, consumenten of burgers maar een actieve rol krijgen, wordt alles vanzelf beter. Dat zou natuurlijk heel mooi zijn. En het is toe te juichen dat gebruikers niet alleen als consument worden gezien – het laatste schakeltje in de keten. Gebruikers en burgers doen ertoe. Samen kunnen zij wel degelijk een hoop waarde toevoegen, en terwijl ze actief zijn, veranderen de diensten ook. Er zijn veel succesverhalen waarbij met hulp van internetgebruikers sterrenstelsels in kaart worden gebracht, het menselijk DNA wordt ontcijferd en goud wordt gevonden. Dus waarom zouden we het niet op alles toepassen?
De realiteit leert dat het nog steeds hard werken is om tot succesvolle gebruikersgecentreerde diensten en processen te komen. Alleen de sluizen openzetten voor gebruikers om ongelimiteerd zelf bijdragen te leveren, blijkt niet altijd te werken. Hoe zorg je ervoor dat zoveel mogelijk gebruikers actief bijdragen? Hoe bewaak je de kwaliteit van een dienst? En hoe ga je om met privacy? Bij ontwikkelingssamenwerking 2.0 zou je nog meer kritische vragen kunnen stellen. Zoals bijvoorbeeld de vraag hoe vernieuwend deze vorm van ontwikkelingssamenwerking kan zijn als een groot gedeelte van de Afrikaanse bevolking nog steeds geen toegang heeft tot internet. Of als regeringen nog steeds in staat zijn om bepaalde diensten op internet (deels) af te schermen voor hun bevolking, zoals het geval is in China en Iran.
Gebruikers kunnen een heleboel, maar ze kunnen het niet alleen. Het is mooi dat gebruikers serieus worden genomen en dat het besef groeit dat ze een significante bijdrage kunnen leveren. Web 2.0 is een mooi concept om deze verandering aan te duiden. En voor veel organisaties betekent 2.0 ook een totaal andere manier om processen in te richten. Gebruikers hebben daar overigens geen boodschap aan. Zij zijn actief op allerlei manieren en gebruiken daarvoor de gereedschappen en mogelijkheden die op dat moment voorhanden zijn. Op internet gaan zij niet radicaal andere dingen doen. Internetgebruik is verre van virtueel, maar vooral ingebed in alledaagse gebruikerspraktijken. Technologie faciliteert. Overheden kunnen zich sterk maken om het internet voor iedereen toegankelijk te maken en te houden. Organisaties kunnen nadenken over de manier waarop ze gebruikers zo goed mogelijk kunnen laten bijdragen, zowel online als offline. En daar is eigenlijk weinig 2.0 aan.
---
Mijke Slot (1979) is wetenschappelijk docent aan de Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam en werkt als innovator bij TNO Informatie- en Communicatietechnologie in Delft. In september 2009 geeft zij een post-academische cursus bij Erasmus Academie over trends en toepassingen in het online media domein getiteld: ‘De Nieuwe Media Voorbij’.
[1] Kist, R. ‘Bloggen en chatten tegen de armoede. Dat is ‘ontwikkelingssamenwerking 2.0’. zo stelt oud-premier Ruud Lubbers (70)’ nrc.next, 9 juni 2009, p.8-9