Column
Bent u ook Linked In Social Networks?
16-4-2009 - Ton Kallenberg
Ik kreeg zojuist een berichtje van Tagged: “Rick and Sven are waiting for you”. Hmm, kennelijk heb ik dit social network over het hoofd gezien? Het kost mij dagelijks vele uren om mijn mailbox onder controle te houden (Het lezen, reageren, afhandelen van de acties en archiveren van de mail en eventueel bijbehorende bestanden kost gewoonweg veel tijd) en nu schieten de social networks, de zogenaamde member communities, als kometen uit de grond! Social networks zijn zelfs geprezen als HET grote consumentenfenomeen van 2008. Er wordt inmiddels meer gebruik gemaakt van social networks dan van e-mail en ze groeien drie keer zo snel als het totale internetgebruik. Toch bleek vorig jaar uit een onderzoek dat social networks voor 58% van de ondervraagden volstrekt onbekend was!
Ook ìk heb me inmiddels vol overgave geworpen in de social networks. Deels is dat toevallig ontstaan. Het begon allemaal met Hyves. Het leek ons in het kader van een bepaald ICT-project interessant om de contacten met studenten ook via Hyves te kunnen onderhouden. En dus maakte ik een pagina aan op Hyves. Niet lang erna kreeg ik mijn dochter “aan de lijn” die bijna hyper opmerkte dat het wel heel erg “cool” was dat ook ik op Hyves was. Vanmiddag heb ik vrienden gemaakt met Sjorrit, Marieke, Fred, Rob, Zera en LouLoves, maar eigenlijk weet ik bij God niet precies wie ze allemaal zijn. Wel krijg ik steeds vaker van mijn Hyves-vrienden het advies dat ik mijn pagina behoorlijk moet “pimpen”. Mijn Hyves-vrienden zijn bijna zonder uitzondering jonger dan 20 jaar en ik heb er (dus?) nog niet zoveel (...). Esther heeft er 731, Tony 726 en Maxime zelfs 810. Allemaal vrienden? Kennelijk beter een goede Hyves-buur, dan een verre vriend! Nou ja, het zijn er nog lang niet zoveel als Barack Obama. Hij heeft in Twitter zo’n 600.000 vrienden ... Eigenlijk doe ik niet zoveel met Hyves. Ook voor het ICT-project was het niet zo’n succes, want we troffen de studenten vaker in een andere omgeving, MySpace, aan. Humm, toch net effe een generatie verkeerd gegokt ...
Niet lang erna krijg ik een uitnodiging om deel te nemen aan een schoolreünie. Of ik wil inschrijven voor SchoolBANK. Nou, dat is snel gedaan en ik heb er weer een netwerkje bij! Nog in dezelfde week krijg ik een bericht uit het buitenland. Iemand nodigt mij uit om deel te nemen aan UNYK. Nou ja, laat ik de vraag maar eens accepteren. Mijn Frans is ook niet ‘je van het’, dus misschien een mooie gelegenheid om dat eens uit te bouwen.
En het lijkt steeds sneller te gaan. Het accepteren van het ene netwerk, lijkt een aanbod uit een ander netwerk op te roepen. Iemand stuurt mij een mailtje om mee te doen bij Plaxo. Tja, ziet er ook goed uit. Vooruit dan maar... en hup, weer een netwerk erbij. Via Plaxo, hoor ik over LinkedIn. En ook dat ziet er interessant uit. Immers een collega uit het buitenland heeft daar een connectie. Goed, ik accepteer zijn aanvraag en huppa ... weer nieuwe vrienden! En zo gaat het nog even door ... Twitter, Netlog, Xing, enzovoorts. Friendster lijkt vooral in Azië de topper te zijn (het behoort tot de 20 meest bezochte sites ter wereld!). Ik lees ergens dat ik eigenlijk bij Facebook moet zijn, want daar is de groei van het aantal leden tussen de 35- en 49 jarigen het grootst. I rest my case!
Bij ons op de instelling hebben we ons eigen intra social netwerk (Yammer). Ondanks het gebruik van ‘tags’ en ‘groups’ om de informatiestroom enigszins te kanaliseren, merk je dat de medewerkers er nog niet echt voor warm lopen. Je hoort kreten als ‘te weinig tijd’, ’waarom zou ik mijn kennis weggeven?’, ‘het werkt toch niet’, ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’. Conclusie? Mijn instelling is er nog niet rijp voor. Toch denk ik dat het de ‘stille trend’ zal zijn voor de komende jaren. Yammer doet mij vooralsnog denken aan mijn sergeant uit mijn militaire diensttijd. Hij riep te pas en te onpas met een scherp Indisch accent: “jammerrrrr, dan.”
Geldt dat in zekere zin ook voor de social networks? Nee, volgens mij is deze vorm van connectiviteit een geweldige ontwikkeling. Door zelf een profiel aan te maken, en dat vervolgens te koppelen aan je ‘soortgenoten’, creëer je je eigen ‘group-of-interest’. Het gaat allang niet meer om het sturen van berichten, foto’s, video’s of internetlinks naar elkaar. Het gaat erom dat mensen met elkaar op een laagdrempelige wijze zaken doen op een bepaald thema. Dat kan van alles zijn. Fotoshoots (bij Lickerish), lokale economie (Bview), agendavorming en activiteiten (Skwint) tot zelfs banken (Zopa)! Ook de werving en selectiebureaus maken steeds meer gebruik van social networks voor het werven van kandidaten! In het Hoger Onderwijs gaan ‘we’ ook massaal over op sociale networking. Hierbij lijken wij een voorkeur te ontwikkelen voor enkele specifieke netwerken. Dat geldt - wat mij betreft - in het bijzonder voor LinkedIn. Ik ben weliswaar geen koploper (iemand uit mijn netwerk heeft meer dan 500 relaties, terwijl ik pas de 100 ben gepasseerd), maar ik ben wel onlangs een ‘group’ gestart!
Het succes van sociale netwerken is dat je ook via de netwerken van je contacten kunt zoeken naar projecten of mensen met een bepaalde expertise of interesse. Een bijkomend effect is dat het kennismanagement mogelijk maakt. Daarnaast overbrugt het een functie in het samensmelten van privé- en studietijd (vanuit het perspectief van studenten gezien). Binnenkort zijn ze ook allemaal in mobile vormen en ik verwacht dat het grote (marketing)invloed krijgt op het economisch gedrag van consumenten. Ook in het Hoger Onderwijs! Immers leden van sociale networks geven elkaar graag aanbevelingen over een merk en ze delen graag ‘branded’ content met elkaar. Dáár draait het allemaal om: engagement en brand ambassadeurs! Met name in de USA zie je bijvoorbeeld dat universiteiten massaal gebruik maken van social networks voor het onderhouden van de contacten met hun alumni. Ook voor studenten is het erg interessant om op deze manier stage- en afstudeerplaatsen te zoeken. Voor HO-instellingen liggen er daarom kansen om actief social networks te bouwen, als ‘externe’ leverancier van free content in de social networks bijvoorbeeld. Prima om te gebruiken bij de cursus(ondersteuning)!
Naast mijn mailbox houd ik mij nu dus ook dagelijks bezig met mijn social networks. Soms even een kleine bijdrage op LinkedIn typen, dan weer even checken bij Plaxo ...
Natuurlijk zit ik daardoor nog langer achter de laptop. March Madness is begonnen, dus ik zit nu op de bank naar het collegebasketbal te kijken. Maar vreest niet! Ik houd er tegelijkertijd een druk sociaal leven op na. Zo vraag ik mijn dochter via Hyves of zij wat komt drinken (ze zit op haar kamer) en vraag ik mijn vrouw via MySpace of zij nog een kopje koffie wil. Zij zit immers ook achter haar laptop, naast mij op de bank...