Dagen op de snelweg: de student als toerist
  • Home
  • Dagen op de snelweg: de student als toerist

Column

 

Dagen op de snelweg: de student als toerist

30-9-2008 - Caroline Nevejan

Foto: Jeroen Oerlemans

Terug van op reis in mijn auto mijmer ik over het ontwerp van leeromgevingen. Zoevend over de snelweg schieten de landschappen aan mij voorbij. Het lijkt wel Internet in het ‘echt’ en omdat ik de analogie een tijdje vol hou, tussen op reis zijn en op Internet zijn, ontstaat een nieuw inzicht .’Ergens anders zijn en niet ergens anders vandaan komen’, is een nieuw fenomeen dat is ontstaan dankzij het concept van vakantie, de toeristenindustrie en ook dankzij Internet. En zo mijmerde ik:

“Heerlijk, na alle drukte van de stad, zonder problemen door de verschillende streken heen schieten op weg naar ergens. Ergens waar de tijd niet zal tellen, waar ik even helemaal niet meer hoef, waar ik op adem kan komen en bij zinnen. De verschillende tankstations vragen geen aandacht, ze zijn allen ongeveer even functioneel ingericht. De ene WC wat schoner dan de andere, broodjes bij de een smakelijker dan koffie bij de ander. Gelukkig zijn er veel echt niet goed, dan ben je weer blij dat je verder mag rijden. Meer heuvels, velden vol zonnebloemen,  maïs en graan. Silhouetten van bomen, dorpen, ruines en de weg door het land. Zachte landschappen, harde, kronkelige en uitgestrekte. Met de kilometers die we achter ons laten, verliezen we aan gewicht. Leger en leger worden de gedachten, de dromen eerst nog vol details worden simpel. Essentie openbaart zich, dagen op de snelweg.

Aangekomen in een visserdorp aan een verre kust liggen de gekleurde kotters te schitteren in zonnewater. Voor het stadskind is de herinnering aan het vissersdorp een droom. Oude huizen, mannen praten in de schaduw, vrouwen bakkeleien luid op straat. De vissers varen in alle vroegte uit om later in de ochtend met kisten vol vis thuis te komen en de kinderen spelen tot laat in de avond op straat. De netten hangen te drogen en de boten liggen voor anker en op het strand.

De schok is groot. Langs het strand in het centrum van het dorp is een boulevard gemaakt, tientallen terrassen zijn geopend en er is een museum geplaatst voor de visafslag. Zo’n museum waarvan de foto het goed doet in het portfolio van de desbetreffende architect, terwijl de werkelijkheid die achter deze foto schuil gaat de omgeving als een vreemde eend in de bijt domineert en zelfs nihileert. De kotters, trotse toonbeelden van moed om de zee te trotseren, zijn een illustratie bij deze creatuur geworden. Dit alles zou nog een ongekend stilleven kunnen zijn dat voor even bestaat, maar de grote hoeveelheid flanerende toeristen ontluistert deze droom.

Vanuit een veilige terrasstoel bekijken we het tafereel. Zo vreemd dat de toerist als fenomeen door alles heen herkenbaar is. Langzaam lopend, om zich heen kijkend, de voetstappen niet gericht. Aan de kleding is niet meer te zien wat voor werk mensen doorgaans doen, waar ze wonen, hoe ze leven. Geen toerist in driedelig pak of overall. De sandaal, de slipper en de wandelschoen domineren de boulevard.  De tijdruimte van al die eigen levens is voor een beperkte periode opgeheven. In de vrije tijd zijn handelingen van een andere orde, men hoeft geen verantwoordelijkheid te nemen voor waar men is. Men  gebruikt de omgeving en betaalt daarvoor. Net als in de stad, maar heel anders dan in het oude dorp waar men de vis zelf vangt en de groenten eet die men zelf heeft geoogst. Is de toerist eigenlijk wel aanwezig in het dorp? Of is de toerist alleen maar ergens anders? En wat gebeurt er als de meerderheid van de aanwezige mensen voornamelijk ergens anders is?

Door mijn straat in Amsterdam lopen veel toeristen. Als ik met de boodschappen op de fiets thuis kom, beweeg ik mij door hen heen. Ik zie hen en zij zien mij. Op de stoep voor mijn deur wacht ik op hen om te passeren of wachten zij op mij om mij door te laten. Het is alsof twee compleet verschillende sferen in een moment elkaar kruisen. Zij herkennen de boodschappen, ik herken het  ongerichte lopen. We herkennen de compleet verschillende tijdruimte waarin we ons bewegen. Thuis in Amsterdam, met zoveel toeristen om me heen, voelt het alsof zij alleen een buitenste schil zijn, die toeristen. Ze zijn er wel en ze zijn er ook helemaal niet. Hun vrijblijvende gedrag is soms storend, maar meestal niet. Als  ik met de boodschappen thuis kom heb ik vaak met hen te doen. Ik kan lekker thuis koken en zijn waar ik ben en zij  moeten nog uren zwerven door de stad op zoek naar ergens anders.”

Een vergelijkbaar niet-lekker-thuis-zijn en een vergelijkbar zwerven-op-zoek-naar-ergens-anders manifesteert zich als we ons bewegen over het net. Zijn niet vele mensen uren per dag online aan-het-ergens-anders-zijn? De vergezichten zoeven langs, de potentiele stops poppen up, de tekens verleiden ons telkens weer verder te gaan. Ondanks dat ik thuis achter mijn computer zit, is mijn gehele aandacht voor de situatie om mij heen verdwenen. Kinderen voelen dit feilloos. Ik ben er wel, maar ergens anders. Totdat er iemand valt of zich stoot en er duidelijk iets gebeurt wat in die andere tijdruimte aandacht vraagt. Pas dan breekt de ergens-anders tijdruimte open en kan ik weer zijn waar ik ben.

In het ergens-anders zijn op Internet hebben mijn handelingen geen andere context dan mijn eigen beweging en mijn eigen verbeelding. Ik kan niet anders dan schaamteloos de details die ik waarneem begrijpen volgens wat ik al weet en al ken. Als een toerist ben ik aan-het ergens-anders -zijn. Maar, en dit is nieuw en vreemd, ik kom niet ergens anders vandaan. Het ongemak dat hoort bij ‘ergens anders vandaan komen’, de code’s niet kennen, eten wat onbekend is, persoonlijke hygiëne die anders gaat, de taal waar doorheen je wilt communiceren en die je niet kent, het voortdurende onderhandelen tussen wat je waarneemt en weet, tussen wat je denkt dat er van je verwacht wordt en je eigen behoefte om ook jezelf te zijn, is allemaal niet aanwezig. Er is geen confrontatie. Hooguit is er een niche online waarin een gemeenschappelijke dialect zich kan ontwikkelen. Maar er is geen contact waarin men elkaars  bewegingen in de tijdruimte kan waarnemen en begrijpen in verhouding tot de eigen bewegingen in die tijdruimte. En zo is er geen mogelijkheid om te synchroniseren waardoor aanpassing, noodzakelijk  om met elkaar in contact te zijn, onmogelijk wordt.  

Wat een heftige conclusies als we nadenken over het ontwerp van leeromgevingen. We bieden studenten online dus eigenlijk een omgeving aan waarin een wezenlijke confrontatie niet mogelijk is en waarin  de eigen identiteit en onverwachte verschillen niet zichtbaar zijn.

Vandaar de roep om meer games in het onderwijs, dan wordt in ieder geval de verbeelding weer getrigggerd. Het vinden van de balans tussen online momenten en offline ontmoetingen blijkt van een nog veel groter belang te zijn dan we ons in de eerste decennia van Internet hebben voorgesteld. Welke sferen worden er eigenlijk ontworpen waarin de student als mens, burger, consument en/of toerist wordt benaderd?

 

 [1] Wie handelt waar en hoe, wie kent elkaar in het echt en wie niet, en wanneer moet je elkaar in het echt zien en wanneer hoeft dat niet, of wil je dat zelfs niet?

In dit vormgeven van de verschillende sferen van de leeromgeving blijkt ook het ontwerpen van het ‘openbreken van de sfeer’ van groot belang. Dan valt de wereld weer even samen en kan een wezenlijk leermoment gestalte krijgen.

(eerste schetsen uit 2001 om dynamiek in online leeromgevingen zichtbaar te maken: uit Onderwijsvernieuwing in de Informatiesamenleving, HvA 2001, pag 88/89.  is uitverkocht wel te downloaden van www.nevejan.org)

 

Personalia
Caroline Nevejan is onderzoeker en ontwerper op het gebied van technologie en samenleving. In 2007 promoveerde zij op het proefschrift Presence and the Design of Trust, over hoe de manier waarop mensen voor elkaar aanwezig zijn (email, videoconferentie, chat of in het echt) invloed heeft op het vertrouwen dat al dan niet tussen mensen kan ontstaan.

__________________________________
[1] Peter Sloterdijk publiceerde een imposant boekwerk” Sferen” waarin hij het concept van de sfeer toepast op zowel de psychologie als de sociale en politieke geschiedenis van de mens. Sfeer is ook te lezen als een nieuwe vorm van mediatheorie. (Uitgeverij Boom 2003, oorspronkelijke uitgave Suhrkamp verlag, Frankfurt am Main, 1998,1999)

 

Reageer

 



   
 
 
 
 
   
Voer de tekens in die u op de afbeelding ziet

 

Reacties

 
Geen items gevonden

In de spotlight archief

 

Crisis? Naar buiten! (column)
9-3-2010

De toets moet gevierd worden (column)
21-2-2010

Avatar, of het web van verbondenheid (column)
21-1-2010

Lieve vrienden (column)
4-1-2010

Zijn ze nou helemaal gek geworden? (column)
10-12-2009

Exploratievaardigheden (column)
27-11-2009

Nederland, koploper in Open CourseWare? (column)
2-11-2009

Interview met Mr. No (column)
14-10-2009

Plantenveredeling en Open Access (column)
10-9-2009

False positive, false negative (column)
31-8-2009

Alles 2.0 (column)
25-6-2009

Portfolio: van controle naar verbeelding (column)
12-6-2009

De modegevoeligheid van onderwijsland (column)
28-5-2009

Downgrading (column)
11-5-2009

Meeting of minds? (column)
29-4-2009

Bent u ook Linked In Social Networks? (column)
16-4-2009

Progressieve stijging van aantal afhakende studenten in het 1e jaar  (column)
2-4-2009

Substitutie, transitie, transformatie (column)
19-3-2009

Serious game over? (column)
12-2-2009

Net Generation bestaat niet (column)
22-1-2009

Over Open Access (column)
8-12-2008

A Simple Desultory Philippic… : Stop the BS [1] (column)
25-11-2008

Verboden kleuren en onderzoek naar ICT in het onderwijs (column)
5-11-2008

Crisis (column)
28-10-2008

Dagen op de snelweg: de student als toerist (column)
30-9-2008

De herfst, de herfst (column)
18-9-2008

Het scorend vermogen van de nieuwe elite (column)
19-8-2008

Hoe ICT de jeugd verpest – en wat daaraan te doen (column)
10-7-2008

Duur is niet altijd goed (column)
28-6-2008

Scherptediepte (column)
25-6-2008

Creative Commons: afgeleide werken en commercieel gebruik als kansen (column)
25-6-2008

Kind van de rekening (column)
16-5-2008

Je wordt gewoon standaard voor de gek gehouden (column)
13-5-2008

Drie vliegen in één klap? (column)
22-4-2008

Mijn film, the movie (column)
22-4-2008

Het not-invented-here syndroom bestaat niet (column)
22-4-2008

Web2.0 en de nieuwe cultuur (column)
17-3-2008

‘Bad practices’: e-learning allianties ontleed (column)
12-3-2008

Erik Saaman: Soa - services of architectuur (column)
14-12-2007

Meer columns of 'deze week bekeken' vindt u met de zoekfunctie