Het not-invented-here syndroom bestaat niet
  • Home
  • Het not-invented-here syndroom bestaat niet

Column

 

Het not-invented-here syndroom bestaat niet

22-4-2008 - Judith Schoonenboom (UvA)

Eén manier om te verklaren waarom een andere persoon of groep niet doet wat jij wilt, is door te stellen dat die persoon of groep last heeft van ‘weerstanden’ of ‘blokkades’. Spreken over een ‘weerstand’ veronderstelt veel meer dan dat iemand iets niet wil. Het veronderstelt het eigen gelijk en het ongelijk van de ander.  Het veronderstelt dat datgene waar de persoon in kwestie zich tegen verzet, juist heel goed voor deze persoon zou zijn, als deze dat maar zou inzien. Een weerstand duidt op een psychisch tekort. De belangrijkste remedie in een dergelijke situatie is dan ook een psychische behandeling: de weerstand dient ‘weggenomen’ te worden, en als dat is gebeurd, zal de patiënt alsnog, en als vanzelf, het gewenste gedrag gaan vertonen.

Zeggen dat een ander last heeft van weerstanden biedt grote voordelen: als de patiënt een eenvoudig oplosbare psychische stoornis heeft, dan hoeft men zich niet verder te verdiepen in de argumenten die de patiënt heeft voor zijn of haar ‘weerstand’, laat staan na te denken over de vraag of deze argumenten redelijk zijn of wellicht helemaal niet voorkomen uit een psychische weerstand.

Het denken in termen van weerstanden en blokkades had zijn hoogtepunt in de jaren zeventig, maar is nog lang niet verdwenen. Met betrekking tot de inzet van ICT in het Hoger Onderwijs duikt het regelmatig op in de vorm van veronderstelde weerstanden bij docenten tegen het gebruik van elders ontwikkelde (digitale) leermaterialen. Het wordt in deze context aangeduid als het ‘not-invented-here’ syndroom.

Paul Kirschner riep in 2005 in zijn Edusite-column docenten op om het not-invented-here syndroom bij zichzelf te bestrijden door zichzelf een nieuwe mentaliteit aan te meten waarin zij juist trots zijn op hun gebruik van door anderen ontwikkelde leermaterialen. Paul vergist zich. Docenten hoeven helemaal niet psychisch te veranderen om materialen van anderen te gaan gebruiken. Dat doen ze namelijk al lang. Het not-invented-here syndroom bestaat niet.

Er zit geen probleem bij de niet-gebruikers van digitale leermaterialen, maar bij de producenten en aanbieders ervan. Zij leiden aan het  ‘waarom-gebruiken-anderen-mijn-prachtige-leermaterialen-niet’ syndroom. De docenten hebben geen probleem. Ik kom geen docenten tegen die zeggen: ‘ik kan geen college geven, want ik heb geen geschikte onderwijsmaterialen kunnen vinden’. Integendeel, docenten gebruiken massaal materialen van anderen, en als dat niet lukt door het gebruik van één boek of CD-ROM, dan worden er uit verschillende bronnen stukjes materiaal aan elkaar geplakt die tezamen de collegestof dekken (‘de reader’).

Ik durf te wedden dat verreweg de meeste materialen die gebruikt worden in het hoger onderwijs ‘not invented here’ zijn. En het zou me ook niet verbazen als het knippen en plakken uit het werk van anderen – de reader – vaker voorkomt dan het schrijven van een eigen tekst – de syllabus. Al was het alleen maar omdat het laatste veel meer werk is.

De klagende producenten van digitale leermaterialen kijken alleen vanuit hun eigen perspectief naar hun prachtige materialen, en niet vanuit het perspectief van de docent-gebruiker. Ze zien daarbij een heleboel over het hoofd. Ze denken klaarblijkelijk dat iedere docent weet dat hun prachtige materiaal bestaat. Maar vaak is dat niet zo. En materialen die je niet kent kun je ook niet gebruiken. Het zou aardig zijn om onder docenten na te gaan hoeveel procent van de voor hen in principe beschikbare onderwijsmaterialen bij hen bekend is. Ik weet niet of het 0.1 procent is of 0.0001 procent is, maar het zal wel ergens daartussen liggen.

De klagende producenten doen verder alsof een docent handelt in het luchtledige. Alsof de docent nét is aangesteld in een opleiding die nét is opgericht, en waarvan het programma en de leerstof nog niet vaststaat, laat staan welke materialen gebruikt worden. Dat is natuurlijk niet zo. De docent heeft meestal al de beschikking over materialen die hij of zij naar meer of minder grote tevredenheid gebruikt, en de vraag is dan ook of de nieuwe, elders ontwikkelde materialen beter zijn dan, of een interessante aanvulling bieden op, de al gebruikte materialen. Alleen in dat laatste geval zal de docent overwegen om de nieuwe materialen te gaan gebruiken.

De klagende aanbieders veronderstellen ook dat de docent, als hij/zij eenmaal kennis heeft gemaakt met hun prachtige leermaterialen, uiteraard voor het gebruik van hun leermaterialen zal kiezen. Maar dat is niet gezegd. Hun prachtige materiaal moet concurreren met heel veel ander prachtig materiaal.

Anders dan de klagende producenten menen, hebben docenten ook geen onbeperkte hoeveelheden tijd. Als je nieuwe leermaterialen in je college wilt gaan gebruiken en je hebt ze niet onder handbereik, dan zul je op zoek moeten gaan. Dat is vaak niet eenvoudig. Alleen al vanwege tijdgebrek zullen docenten dat vaak niet doen. Met psychische weerstand heeft dat weinig te maken.

Het is onzinnig om te veronderstellen dat docenten ooit trots zullen zijn op het feit dat ze materialen van anderen gebruiken. Docenten zijn helemaal niet trots op het feit dat ze materialen van anderen gebruiken, want dat doet iedereen. Ze zijn trots op hun eigen aanpassingen en selectie van bestaand materiaal, bijvoorbeeld op hun zelf toegevoegde oefeningen. Het is ook niet voor niets dat in het auteursrecht het selecteren en adapteren van materialen wordt gezien als een toegevoegde waarde, die niet klakkeloos door anderen mag worden overgenomen.

Trots zijn op een selectie van materiaal betekent ook: trots zijn op het materiaal dat je NIET gebruikt, omdat je het niet goed of passend vindt. In die zin is het not-invented-here syndroom, voor zover het bestaat, positief te noemen. Het is een uiting van twee zeer te prijzen eigenschappen: het kunnen maken van een eigen selectie van beschikbaar materiaal en het kritisch kunnen beoordelen van materialen voordat je ze in je eigen onderwijs inzet.

Uiteraard zijn er een heleboel problemen bij het gebruik van door anderen ontwikkelde materialen. Al genoemd zijn het zoeken, selecteren en aanpassen van geschikte materialen en de tijd die dat kost. Een ander, misschien wel het grootste, probleem is het auteursrecht. Maar dat zijn praktische problemen. Met psychische weerstanden hebben ze weinig te maken.

De geschiedenis leert dat veel syndromen tijdgebonden zijn. Op een dag verdwijnen ze vanzelf, omdat de maatschappelijke omstandigheden wijzigen of omdat men inziet dat het syndroom niet bestaat. Er is hoop.

 

Personalia

Judith Schoonenboom is als onderwijsonderzoeker verbonden aan het SCO-Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in de inzet van ICT in het Hoger Onderwijs en in methoden en technieken van praktijkgericht onderzoek.

Reageer

 



   
 
 
 
 
   
Voer de tekens in die u op de afbeelding ziet

 

Reacties

 

Het not-invented-here syndroom bestaat niet
Het belangrijkste punt van Judith is mijns inziens dat er niets 'mis is' met docenten die zich verzetten tegen van buiten opgelegde veranderingen die hun routines en praktijken willen aanpassen. Ze hebben daar vaak goede redenen voor en de recente pleidooien voor de hernieuwde autonomie van docenten geven daar legio argumenten voor. Het spreken in termen van 'weerstand' die 'overwonnen' moet worden gaat uit van een unilateraal opgelegd en boven kritische beschouwing verheven gelijk van het management, de inmiddels regelmatig verguisde groep 'bemoeials' die in de heersende opvatting met hun procesdenken het onderwijs geen dienst hebben bewezen. Zo gemakkelijk kan het echter niet zijn - en het doet geen recht aan de problemen waarvoor het onderwijs zich gesteld ziet. Een zeer diverse instroom, grote studie-uitval, het groeiende tekort aan docenten en druk op de budgetten maken dat de noodzaak tot veranderen door niemand wordt ontkend. Het gebruik van ander, slimmer lesmateriaal hoort daar vanzelfsprekend bij - en dat maak je niet 123 als docent. Voorwaarde is dat dat nieuwe materiaal aansluit bij de werkelijke behoeften van het onderwijs: met minder handen en hoofden een betere kwaliteit behalen, tijdswinst opleveren waarmee er meer tijd overblijft voor individuele begeleiding, routinewerkzaamheden automatiseren, de veranderende student duurzaam boeien. Dat lijkt me we werkelijke uitdaging voor de producenten van nieuwe lesmaterialen en een die op weinig weerstand zal stuiten.
6-5-2008 18:34 Frank Kresin

Het not-invented-here syndroom bestaat niet
Met het delen van onderwijsmateriaal is inderdaad wat geks aan de hand. Op het gebied van films, muziek, games en software deelt zo'n beetje iedereen alles met iedereen. Kijken we echter naar het onderwijs dan lijkt het erop dat het delen van materiaal niet aan de orde is. Althans, als we de aanbieders van min of meer erkende content willen geloven. Schijn bedriegt, zoals Judith terecht opmerkt. Docenten maken wel degelijk gebruik van materialen van anderen. Afbeeldingen, simulaties en filmpjes (youtube!) zijn inmiddels gemeengoed in de dagelijkse onderwijspraktijk. Ook met artikelen en hoofdstukken uit boeken worden hele readers gevuld. Maar met onderwijs in de vorm van leereenheden, studietaken of modules wil het 'delen' niet echt vlotten. Een paar problemen: vindbaarheid, rechten en aanpasbaarheid. Vindbaarheid. Op sites van officiële aanbieders als www.merlot.org en www.lorenet.nl is weliswaar voldoende materiaal te vinden (componenten en gehelen) en deels ook rechtenvrij maar haal er maar eens uit wat je nodig hebt. Weg met de metadata, lang leve de folksonomy….. Rechten. Uitgeverijen, de meeste onderwijsorganisaties en soms ook docenten staan niet te popelen om hun materiaal 4free de deur uit te doen. Volledig achterhaald concept; ‘it’s not te content stupid’….. Aanpasbaarheid. Gevonden materiaal moet óf meteen passen in het aanbod óf nog aangepast kunnen worden aan context en doelgroep. Dat eerste dat werkt voor kleinere eenheden (plaatjes, filmpjes, eenvoudige simulaties). Voor de wat complexere leereenheden is dat wat lastiger. Of de copyrights houden je tegen of je beschikt niet over de juiste tooling en tijd. Zelf maken gaat dan echt wel sneller. Kortom, genoeg te doen nog…
8-4-2008 13:17 Kees Pannekeet

Het not-invented-here syndroom bestaat niet
Laten we de stelling "not-invented-here syndroom bestaat niet" nu eens van de positieve kant bekijken. Dan krijg je zoiets als "invented here syndroom bestaat wel". En ik denk wel degelijk dat een zelf geproduceerd lesmateriaal vaak positief werkt. De auteur heeft immers de tijd genomen uit de aanwezige kennis de meest interessante of geschikte stukken te nemen en die te integreren tot een voor de eigen context logisch en geschikt geheel. Dat zelf produceren kost vaak (te) veel tijd, dat is waar. En dus zijn we overgeleverd aan uitgevers, hoor je dan vaak. Maar in deze tijd van vrije kennis en vrije leermiddelen zoals Wikipedia, Creative Commons beeld- en geluidsmateriaal, blip.tv, en ander copyleft of vrij materiaal, ook wel open educational resources genoemd, kunnen we kiezen uit een range aan mogelijk interessante materialen om op voort te borduren. Een platform als SELF (http://selfproject.eu) biedt ook die mogelijkheden om lesmateriaal te creëren, te kopiëren, recombineren, editen en vertalen. Als we nu eens de auteursrechten zo gebruiken dat we op elkaars werk kunnen voortborduren, en inderdaad, een reputatie opbouwen op basis van kwalitatief goed materiaal, zoals John al aangaf (en ja, dat is precies wat de bronvermelding en naamsvermelding vereist). En de succesvoorbeelden van dit vrije kennismodel zijn talrijk, als we alleen al kijken naar de enorme software productie in de vrije software communities (a.k.a. open source). Ik wil jullie ook uitdagen hierover in discussie te gaan met mij en andere mensen uit het vrije onderwijs veld. Op 15-17 juli organiseren we in Barcelona de Free Knowledge, Free Technology conference, http://fkft.eu. Let's copy, author, remix and organise!
14-3-2008 11:55 Wouter Tebbens

Het not-invented-here syndroom bestaat niet

"Not published here" syndroom als aanvulling op het "not invented here" syndroom.
 
Ik onderschrijf de stelling dat de auteurs die hun materiaal graag hergebruikt willen zijn en de "ander" ervan betichten dat zij dit willen, een spiegel voorgehouden moeten worden. Zij publiceren hun materiaal namelijk zelden onbaatzuchtig. Veel zijn op zoek naar erkenning en gaan hiervoor voorwaarden stellen aan het hergebruik van hun materiaal (zelfs de CC licenties laten hiervoor ruimte). Zo wil men het ongewijzigd laten of men wil gekend worden in het gebruik. Ook de minimale variant van het vermelden van de oorspronkelijke maker wordt veelal als vereiste gesteld. Maar ook het zich laten betalen (als schadeloostellling van de onkosten) komt voor.
Hierdoor conformeren de auteurs zich niet altijd aan de faciliteiten van de instellingen of andere initiatieven die het hergebuik wille stimuleren, maar publiceert men het materiaal liever op eigen kracht. Dit past dan weer niet bij het knip en plak gedrag van docenten. Anders dan bij onderzoek wordt er bij leermiddelen bijna nooit een literatuurlijst of bronvermelding gemaakt.
Hierdoor lijden de initiatieven die er op gericht zijn om het hergebruik te stimuleren aan een tekort aan bruikbare leermiddelen. Maw het leermiddel is "not published here".
 
John May
 
 

11-3-2008 13:24 John May

In de spotlight archief

 

De Apple-familie (column)
31-8-2010

Laat de lerarenopleiding 5 of 6 jaar duren! (column)
25-6-2010

Als de governance maar goed zit... (column)
7-6-2010

Geef design-denken de ruimte! (column)
17-5-2010

In de wolken met nieuwe ICT-dienstverlening (column)
13-4-2010

Toga (column)
25-3-2010

Crisis? Naar buiten! (column)
9-3-2010

De toets moet gevierd worden (column)
21-2-2010

Avatar, of het web van verbondenheid (column)
21-1-2010

Lieve vrienden (column)
4-1-2010

Zijn ze nou helemaal gek geworden? (column)
10-12-2009

Exploratievaardigheden (column)
27-11-2009

Nederland, koploper in Open CourseWare? (column)
2-11-2009

Interview met Mr. No (column)
14-10-2009

Plantenveredeling en Open Access (column)
10-9-2009

False positive, false negative (column)
31-8-2009

Alles 2.0 (column)
25-6-2009

Portfolio: van controle naar verbeelding (column)
12-6-2009

De modegevoeligheid van onderwijsland (column)
28-5-2009

Downgrading (column)
11-5-2009

Meeting of minds? (column)
29-4-2009

Bent u ook Linked In Social Networks? (column)
16-4-2009

Progressieve stijging van aantal afhakende studenten in het 1e jaar  (column)
2-4-2009

Substitutie, transitie, transformatie (column)
19-3-2009

Serious game over? (column)
12-2-2009

Net Generation bestaat niet (column)
22-1-2009

Over Open Access (column)
8-12-2008

A Simple Desultory Philippic… : Stop the BS [1] (column)
25-11-2008

Verboden kleuren en onderzoek naar ICT in het onderwijs (column)
5-11-2008

Crisis (column)
28-10-2008

Dagen op de snelweg: de student als toerist (column)
30-9-2008

De herfst, de herfst (column)
18-9-2008

Het scorend vermogen van de nieuwe elite (column)
19-8-2008

Hoe ICT de jeugd verpest – en wat daaraan te doen (column)
10-7-2008

Duur is niet altijd goed (column)
28-6-2008

Scherptediepte (column)
25-6-2008

Creative Commons: afgeleide werken en commercieel gebruik als kansen (column)
25-6-2008

Kind van de rekening (column)
16-5-2008

Je wordt gewoon standaard voor de gek gehouden (column)
13-5-2008

Drie vliegen in één klap? (column)
22-4-2008

Mijn film, the movie (column)
22-4-2008

Het not-invented-here syndroom bestaat niet (column)
22-4-2008

Web2.0 en de nieuwe cultuur (column)
17-3-2008

‘Bad practices’: e-learning allianties ontleed (column)
12-3-2008

Erik Saaman: Soa - services of architectuur (column)
14-12-2007

Meer columns of 'deze week bekeken' vindt u met de zoekfunctie