Column
Interview met Mr. No
14-10-2009 - Marcus Specht
Interviewer: ‘Hallo Mr. No, u heeft alle mobieltjes uit uw klaslokaal verbannen. Kunt u ons de reden toelichten?’
Mr. No: ‘Zeker! Mobieltjes zijn er om te bellen en te SMS’en, dat doe je niet in een klaslokaal. Ik wil dat de leerlingen naar mij luisteren en de les volgen. Mobieltjes zijn storend en leiden af. Verder zijn mobieltjes gevaarlijk! Heeft u niet over de vele problemen rondom cyberpesten of pornofilmpjes op het schoolplein gehoord? Waarom heeft een twaalfjarige een mobieltje nodig? Zij zouden moeten spelen op het schoolplein met hun vrienden in plaats van hen te SMS’en of hun hersenen te laten verpesten door straling van de mobieltjes. Twintig jaar geleden konden wij ook zonder. Kinderen gaan naar school om te socialiseren en niet om pappa en mamma te bellen.
Interviewer: ‘Mr. No, zoals u wellicht weet, ligt de leeftijd van kinderen in Nederland en Europa tussen de zes en acht jaar als ze een mobieltje gaan gebruiken. Volgens www.kinderconsument.nl heeft zeventig procent van de kinderen vanaf tien jaar een mobieltje. Kinderen gebruiken deze technologie vaak buiten het klaslokaal. Wat zou volgens u een goede manier zijn om dit te integreren?’
Mr. No: ‘Integratie hoeft niet! Kinderen moeten de basis kennen, zoals lezen, schrijven, wiskunde, geschiedenis en aardrijkskunde. En geloof mij, ik ben al veertig jaar leraar wiskunde en een mobieltje heb je niet nodig om te leren. Ik denk dat het probleem meer bij de ouders ligt. Ouders willen weten dat hun kinderen veilig zijn en daarom kopen ze voor hun zesde verjaardag een mobieltje in plaats van dat ze hen komen ophalen. Ouders moeten meer bijdragen om de kinderen weer aan het leren te krijgen.’
Interviewer: ‘Mr. No, recente onderzoeken en projecten in mobiel leren laten interessante mogelijkheden zien om mobieltjes op school te gebruiken. Krachtige voorbeelden zijn excursies waarbij kinderen foto's en opnames kunnen maken in authentieke leersituaties. Deze kunnen zij gebruiken om webpagina's te creëren en daarmee op hun leerervaring te reflecteren. Zelfs om wiskunde te leren, zijn er mooie voorbeelden waarbij kinderen zelf nieuwe oplossingen bedenken en die met elkaar bespreken.’
Mr. No: ‘In de voorbeelden die ik ken, is er heel dure apparatuur en materiaal gebruikt. Maar scholen hebben geen geld! Verder is de vraag wie al deze extra werkzaamheden, zoals de organisatie van excursies of het beheer van de software gaat verrichten. Ik ben al heel druk met mijn eigen werk en kan er niets meer bij doen. En dat zal voor negentig procent van mijn collega's gelden. Overigens denk ik dat wij ons moeten concentreren op de kern van het curriculum.’
Interviewer: ‘Mr. No. wij hebben begrepen dat u verantwoordelijk bent voor de bestelling van alle rekenmachines. Dus, nieuwe smartphones zijn uitgerust met diverse programma's en toepassingen die je kunt gebruiken voor drill-and-practice oefeningen, wiskundepuzzels, animaties en interactieve simulaties of ook als een heel goede rekenmachine. En dit voor 1 procent van de prijs van de rekenmachine.’
Mr. No: ‘Weet u, ik denk dat er wel een mogelijkheid is om deze technologie te gebruiken. Toen ik begon te werken met computers op de universiteit, was de computer zo groot als een hele zaal. En deze computer kon ik eens in de drie weken voor een minuut CPU-time gebruiken om mijn programma te laten draaien. Tegenwoordig hebben smartphones dezelfde rekencapaciteit als de hele zaal van toen. Het zou fascinerend kunnen zijn om deze technologie voor de wiskunde te gebruiken, zolang wij maar kunnen controleren wat de leerlingen met de smartphones doen. Als leraar ben ik verantwoordelijk voor de leerresultaten en ik kan niet toelaten dat de kinderen spelletjes spelen of internetten tijdens de les.’
Interviewer: ‘Mr. No wat zouden wij nodig hebben voor de school van de toekomst?’
Mr. No: ‘Ik ben geen onderzoeker of politicus maar ik ben er zeker van dat wij goede leraren nodig hebben! Goede leraren weten alles van het vak, het benodigde materiaal en kunnen leerlingen motiveren om een passie voor het vak te ontwikkelen. Kort geleden heb ik gelezen over de school van Mr. Yes. Op zijn school gebruiken de leraren diverse nieuwe technologieën. De school heeft een server die toegankelijk is vanuit de digitale borden in alle klaslokalen waarop de leraren digitaal lesmateriaal zoals animaties of dynamische simulaties kunnen tonen. Leerlingen hebben toegang tot het materiaal via hun mobiele toestel en kunnen hun eigen simulaties ontwikkelen, met anderen delen en bespreken. Alle roosters, het huiswerk en digitaal lesmateriaal zijn altijd bereikbaar vanuit het mobiele toestel voor leerlingen, leraren en ouders. Iedere leerling krijgt zo’n toestel bij aanvang. Iedere leraar kan zelf bepalen welke functies er op het toestel tijdens zijn les toegankelijk zijn. Zij hebben zelfs de mogelijkheid om bellen en SMS’en uit te schakelen......
Interviewer: ‘Bedankt!’
Marcus Specht is hoogleraar Advanced Learning Technologies bij CELSTEC
(Centre for Learning Sciences and Technologies), Open Universiteit Nederland.