Exploratievaardigheden
  • Home
  • Exploratievaardigheden

Column

 

Exploratievaardigheden

27-11-2009 - Judith Schoonenboom



'Men stapt nooit twee keer in dezelfde rivier'




Informatievaardigheden – en dus ook de informatievaardigheden die studenten in het hoger onderwijs verwerven – worden vaak beschouwd als een belangrijke voorwaarde voor een leven lang leren. De vraag is of dat juist is.


Uit de webcursussen informatievaardigheden van diverse universiteitsbibliotheken ontstaat het beeld van de informatievaardige student of docent als iemand die achtereenvolgens:

  • wetenschappelijke en niet-wetenschappelijk informatie van elkaar weet te onderscheiden;
  • zelf van te voren gaat verzinnen naar wat voor type informatie in welke collectie/database hij/zij gaat zoeken;
  • door goed nadenken op zoveel mogelijk relevante trefwoorden kan komen;
  • door een goede combinatie van trefwoorden en operatoren een zinvolle selectie aan titels weet te verwerven;
  • weet hoe hij/zij na het zoeken kan nagaan of en waar de gevonden titels beschikbaar zijn;
  • in staat is om de beschikbare titels op te vragen en te bekijken.

Dit is de strategie van ‘de optimale zoekopdracht’: door goed na te denken vooraf weet de student een optimale zoekopdracht te creëren, die per definitie leidt tot een optimale selectie. Uiteraard is het niet uitgesloten dat de student niet direct weet wat de optimale zoekopdracht is en dat het daarvoor nodig is dat de student verschillende trefwoorden probeert, het handboek weer eens openslaat, of een docent raadpleegt. Maar dat is niet de kern van het zoeken. Centraal staat toch de, liefst ‘meteen goede’, zoekopdracht: daarin gebeurt het.

Deze zoekstrategie werkt prima voor studenten die werken binnen één discipline, die de kennis van de inleidende handboeken al verworven hebben, en nu de opdracht hebben gekregen om binnen hun vakgebied een onderzoek te doen naar een thema dat in veel gevallen voor de docent al bekend is. Het zoeken in de wetenschappelijke databases met behulp van de geëigende trefwoorden zal er zeker toe leiden dat de student een acceptabele hoeveelheid aan relevante artikelen verkrijgt.

Voor de levenslange leerder werkt het anders. Bijvoorbeeld voor de docenten in het hoger onderwijs  die in het instituut waar ik werk worden bijgeschoold tot ‘onderzoekende docent’, docenten die in staat zijn om hun eigen onderwijspraktijk in het hoger onderwijs kritisch te beschouwen en te verbeteren. Hoewel het vak dat deze docenten geven monodisciplinair kan zijn, is het onderzoek dat zij naar hun eigen praktijk doen dat niet. Een docent wil bijvoorbeeld te eniger tijd nagaan of de manier van feedback geven in cursus A optimaal is of wellicht voor verbetering vatbaar. Dezelfde docent kan in een volgend semester kennismaken met concept maps en willen weten wat er bekend is over de effectiviteit daarvan in het onderwijs. Dat betekent twee heel verschillende vragen en twee verschillende, voor de docent vaak onbekende, disciplines, waarbinnen naar informatie moet worden gezocht. Zo’n leerder heeft geen behoefte aan informatievaardigheden, maar aan exploratievaardigheden.

Anders dan voor de informatievaardige student, is de belangrijkste taak voor de exploratievaardige student om in relatief korte tijd te achterhalen wie de belangrijkste auteurs en wat de belangrijkste publicaties zijn binnen een hem of haar onbekend vakgebied dat relevant is voor het eigen onderzoek. Dat heeft consequenties voor hoe men moet zoeken en voor de hulpmiddelen die men daarbij kan gebruiken.

Kenmerkend voor de exploratieve zoektocht is dat de student slechts zeer globale trefwoorden zal kennen. De student zal niet in staat zijn om door het slim combineren van zoektermen een ‘complete’ lijst van relevante titels te verkrijgen. Erger: de student zal ook niet in staat zijn om uit de lange lijst die het zoeken met de globale trefwoorden oplevert, de belangrijkste titels te selecteren, want de student zal niet weten wat de belangrijkste titels zijn. Kortom: het zijn anderen die de exploratievaardige student zullen moeten vertellen wat de relevante literatuur is. Het goede nieuws is dat die anderen bestaan. Dat kunnen personen zijn, bijvoorbeeld begeleidende docenten. Maar er bestaan ook digitale tools die de weg kunnen wijzen. Een voorbeeld van zo’n tool is het gratis te downloaden Publish or perish. Dit programma presenteert de met de ingevoerde trefwoorden gevonden literatuur in de volgorde waarin de publicatie wordt geciteerd door anderen; de belangrijkste publicaties verschijnen dus bovenaan. Publish or perish baseert zich daarbij op Google Scholar, wat als bijkomend voordeel heeft dat ook de ‘grijze’ literatuur, die de wetenschappelijke databases niet haalt, maar wel van belang is binnen het vakgebied, wordt gevonden.

Twee andere hulpmiddelen zijn in staat om op basis van globale trefwoorden de belangrijkste boeken over dat onderwerp te presenteren. Ik bedoel Google Books en Amazon. Weliswaar presenteert Amazon de gevonden boeken op volgorde van verkoopcijfers, en niet op volgorde van belang binnen het vakgebied. Maar het verband tussen deze twee is zo sterk dat dit voor de praktijk van het zoeken niet uitmaakt. Vaak wordt niet alleen een beschrijving van de boeken gepresenteerd, maar is het ook mogelijk om de inhoudsopgave en (gedeeltes uit) de inhoud zelf digitaal te bekijken. En zo komen de inleidende handboeken, die de informatievaardige student al kent, ook binnen handbereik van de exploratievaardige student. En hoewel de exploratievaardige student niet in staat zal zijn om de relevantie van een lijst van titels te beoordelen, kan de exploratievaardige student wel beoordelen of een handboek relevant is, of belangrijker: of het zo geschreven is dat de student kan begrijpen wat erin staat. En op basis van die informatie zal de student in toenemende mate in staat zijn om specifiekere trefwoorden te verzinnen, de belangrijkste titels bij die specifiekere trefwoorden in Publish or perish te vinden enzovoorts. Op deze iteratieve manier baant de exploratievaardige student zich op effectieve en efficiënte wijze een weg door onbekend terrein, dat gaandeweg steeds bekender wordt.

Herakleitos wist het al: men kan niet twee keer in dezelfde rivier stappen. De informatiestroom waaraan de exploratievaardige student wordt blootgesteld verandert voortdurend. Maar dat niet alleen: ook de student zelf verandert gedurende de zoektocht. De student zal steeds andere dingen zien, ook als hij of zij dezelfde trefwoorden intypt. Wat nodig is, zijn zoekmethoden die recht doen aan dit steeds veranderende, iteratieve proces.

Reageer

 



   
 
 
 
 
   
Voer de tekens in die u op de afbeelding ziet

 

Reacties

 

Exploratievaardigheden
Volgens mij heeft Judith hier wel een punt. Het gebruik maken van cijfers van aantallen citaties en boekverkopen kan nuttig zijn als je zoekt in een vakgebied dat je (nog) niet kent. Ze stelt verder dat uit veel webcursussen blijkt dat een informatievaardige student daar gezien wordt als iemand die “door goed nadenken vooraf een optimale zoekopdracht weet te creëren, die per definitie leidt tot een optimale selectie”. Dat komt me wel bekend voor. In theorie wordt methodisch of systematisch informatiezoeken wel als een cyclisch proces neergezet waarbij na evaluatie eventueel bijstelling nodig is. Zie b.v. het standaardwerk van Boekhorst e.a. over Informatievaardigheden. Zo probeer ik als informatiespecialist mijn studenten en cursisten ook op te voeden. Ik gebruik daarbij als basis een opzet voor systematische zoekacties in 6 stappen, waarbij nadrukkelijk bij stap 6 staat: “… opnieuw zoeken met ...”, gevolgd door tips. Ook hebben we bijbehorende oefeningen. Een goede opleiding kan zich niet beperken tot de eerste stappen van het systematisch zoeken, of nog erger: alleen maar de werking van één of meer databases aanleren. Dan laat je de student inderdaad in de kou staan. De exploratievaardigheden die Judith bedoelt, zijn simpel gezegd de benodigde informatievaardigheden van iemand die in een voor hem/haar nieuw vakgebied moet zoeken. Dus exploratievaardigheden maken deel uit van het omvangrijke geheel van informatievaardigheden. Die horen daarom geïntegreerd te zijn in onze opleidingen. Dat we daarbij mooi gebruik kunnen maken van citatiecijfers van GoogleScholar en verkoopcijfers van Amazon is meegenomen, zeker voor professionals die geen toegang hebben tot dure databases en tijdschriften.   Maar ook in die databases is vaak wel heel mooi een antwoord te vinden voor explorerende zoekers. Als je bv. in Scopus een zoekactie gedaan hebt, kunnen de zoekresultaten op allerlei manieren geordend worden. Je kunt meteen doorklikken naar treffers die als review zijn aangemerkt of naar auteurs/‘affiliations’ die veel schreven over het onderwerp of treffers laten sorteren op citatiecijfers. (Nadeel van hoge citatiecijfers is wel dat oudere treffers dan de boventoon gaan voeren en ze kunnen soms zelfs wijzen op omstreden wetenschappelijk werk.) In bibliotheekcatalogi worden tegenwoordig voor boeken ook al waarderingen van lezers opgenomen, daar kan een beginnend zoeker zeker wat aan hebben. En die boeken kan je dan gewoon meteen ‘kostenloos’ lenen! Het is helemaal geen gek idee om sorteren op uitleencijfers mogelijk te maken; ik heb het nog niet gezien, maar misschien is het er al? Resumerend: exploratievaardigheden zijn ook onderdeel van informatievaardigheden en Judith heeft daar terecht aandacht voor gevraagd. Professionals moeten kunnen zoeken op bekende en ook op onbekende terreinen en een goede (web)cursus bereidt hen daarop voor door het aanleren van systematisch zoeken. Trouwens ook beginnende studenten zijn per definitie explorerende zoekers, zij weten nog helemaal niet hoe ‘hun’ vakgebied is ingedeeld en kunnen heel goed hulp op dit vlak gebruiken. Naar aanleiding van dit alles heb ik mijn eerdergenoemde opzet voor systematische zoekacties ( zie http://www.utwente.nl/ub/visit_us/contacts/IS/boxem/syst_zoekactie.pdf) toch ook nog een beetje aangepast bij de tips and tricks onder 6B....
7-12-2009 12:15 Bert Boxem

Exploratievaardigheden
Beste Judith, Dank voor de nieuwe term: exploratievaardigheden. We zullen deze zeker gaan gebruiken in het kader van informatievaardigheden. Want: zoals jij het stelt (informatievaardigheden zijn "zoekvaardigheden") klopt het niet helemaal, sterker nog: het klopt helemaal niet. Informatievaardigheid is een complexe vaardigheid, samengesteld uit diverse componenten, waaronder zoeken. Het behelst echter ook beoordelen en selecteren van informatie, bronnenkennis (ja, ook Scholar, Books en Amazon en web2.0), kennis van auteursrecht, plagiaat, én de wijze waarop je informatie kunt verwerken (bibliografische software gebruiken, literatuurlijsten maken etc). Kortom: het is véél meer dan zoeken; waarbij aangetekend dat zoeken in deze hele trits steeds minder belangrijk wordt, want vinden lukt bijna altijd wel! En als je niet vindt wat je zocht, dan vindt je altijd nog wel iets dat je niet zocht, maar tóch wilt gebruiken.
1-12-2009 9:37 Anneke Dirkx

Exploratievaardigheden
Interessant! We verschillen inderdaad van mening over wat experts (zonden moeten) doen: een goede expert / adviseur zal meer vragen dan antwoorden totdat hij begrijpt wat je bedoelt; het vertalen en modelleren van problemen uit de praktijk naar theoretische concepten en weer terug zou tot zijn kernvaardigheden moeten behoren. Als ik zelf een vraag heb, dan heb ik vaak meer aan iemand die die vraag van mij begrijpt dan een publicatie waar het antwoord in te vinden is. Dat komt omdat de expert mij - na enig doorvragen - enigszins zal kennen, daarmee het antwoord kan personaliseren, en bovendiend kan teruggrijpen op verschillende bronnen tegelijkertijd waarvan hij de waarde en samenhang kan inschatten. Dat kan natuurlijk heel goed mijn persoonlijke voorkeur zijn, en wellicht veranderen als het geautomatiseerd zoeken een tandje slimmer wordt. De door jou beschreven oplossing draagt daar vanzelfsprekend al aan bij.
30-11-2009 11:28 Frank Kresin

Exploratievaardigheden
Dag Frank, Ik ben met je eens dat het sociale web minstens zo belangrijk is als het web van documenten. Maar de vraag is of het verschil tussen de twee webben zo groot is als jij suggereert en of het sociale web een antwoord biedt op fundamentele zoekproblemen. Mijn allergrootste probleem met zoeken doet zich voor als ik op zoek ben naar iets onbekends dat ik wel kan omschrijven, maar niet kan benoemen omdat ik niet weet hoe het heet (bijvoorbeeld ‘grounded theory’ of ‘crossed random effects’). Mijn ervaring is dat experts in dat geval vaak ook geen raad weten met je vraag, hoewel ze je wel zouden kunnen antwoorden als je de gangbare termen zou gebruiken. Advies van experts bestaat doorgaans veel meer dan jij suggereert uit het geven van een uitleg op basis van door jou gebruikte en hen bekende termen, veel meer dan uit een poging om jouw vraag te doorgronden. En als ik wel weet hoe datgene heet waar ik uitleg over wil hebben, dan werkt een zoekopdracht in Google of in een boekindex doorgaans ook heel goed.
29-11-2009 16:00 Judith Schoonenboom

Exploratievaardigheden
Mooi stuk! Een ander, fundamenteel probleem van het huidige zoeken is dat lerenden en wijzelf met vragen zitten waarop we antwoord willen, terwijl we via catalogi, indexen en zoekmachines documenten en publicaties vinden. Dat is iets heel anders. Slim zoeken probeert de kans dat de die documenten relevant zijn voor onze vragen te maximaliseren, waardoor we met enig geluk na een tijdje dichterbij het antwoord - zo dit bestaat - zijn gekomen. Het integreren de kennis in al die documenten doen we nog steeds zelf. Hoe anders gaat het als we, in plaats van een bibliotheek, experts raadplegen. Die vragen ons door naar onze vragen en komen dan, vaak na enig nadenken, met antwoorden. Dit blijkt zoals we allemaal weten veel moeilijker te automatiseren dan gedacht. Het sematic web waarin documenten worden opgedeeld in brokjes "kennis" wordt al jaren aangekondigd maar is nog nergens echt te gebruiken. Wat we wel hebben is het sociale web. Waarin mensen elkaar antwoorden geven of wijzen op zaken die zij relevant vinden. Bijzonder praktisch als je nieuw bent in een vakgebied en je wit oriënteren. Meer nog dan beter ordenen van publicaties en documenten is laagdrempelige toegang tot dit netwerk van (semi-)experts iets dat ik iedere zoekende toewens. Daarvoor zijn hele andere vaardigheden nodig. Kunnen die niet ook in de toekomstige cursus exploratievaardigheden worden onderwezen?
27-11-2009 22:54 Frank Kresin

Exploratievaardigheden
Nooit twee keer in dezelfde rivier.... panta rhei.. Nog verder: elk woord heeft iedere keer als het gebruikt wordt zijn eigen identiteit en is niet gelijk aan welk woord dan ook behalve zich zelf. Dus is is niet is.
27-11-2009 8:18 hans boelens

In de spotlight archief

 

De Apple-familie (column)
31-8-2010

Laat de lerarenopleiding 5 of 6 jaar duren! (column)
25-6-2010

Als de governance maar goed zit... (column)
7-6-2010

Geef design-denken de ruimte! (column)
17-5-2010

In de wolken met nieuwe ICT-dienstverlening (column)
13-4-2010

Toga (column)
25-3-2010

Crisis? Naar buiten! (column)
9-3-2010

De toets moet gevierd worden (column)
21-2-2010

Avatar, of het web van verbondenheid (column)
21-1-2010

Lieve vrienden (column)
4-1-2010

Zijn ze nou helemaal gek geworden? (column)
10-12-2009

Exploratievaardigheden (column)
27-11-2009

Nederland, koploper in Open CourseWare? (column)
2-11-2009

Interview met Mr. No (column)
14-10-2009

Plantenveredeling en Open Access (column)
10-9-2009

False positive, false negative (column)
31-8-2009

Alles 2.0 (column)
25-6-2009

Portfolio: van controle naar verbeelding (column)
12-6-2009

De modegevoeligheid van onderwijsland (column)
28-5-2009

Downgrading (column)
11-5-2009

Meeting of minds? (column)
29-4-2009

Bent u ook Linked In Social Networks? (column)
16-4-2009

Progressieve stijging van aantal afhakende studenten in het 1e jaar  (column)
2-4-2009

Substitutie, transitie, transformatie (column)
19-3-2009

Serious game over? (column)
12-2-2009

Net Generation bestaat niet (column)
22-1-2009

Over Open Access (column)
8-12-2008

A Simple Desultory Philippic… : Stop the BS [1] (column)
25-11-2008

Verboden kleuren en onderzoek naar ICT in het onderwijs (column)
5-11-2008

Crisis (column)
28-10-2008

Dagen op de snelweg: de student als toerist (column)
30-9-2008

De herfst, de herfst (column)
18-9-2008

Het scorend vermogen van de nieuwe elite (column)
19-8-2008

Hoe ICT de jeugd verpest – en wat daaraan te doen (column)
10-7-2008

Duur is niet altijd goed (column)
28-6-2008

Scherptediepte (column)
25-6-2008

Creative Commons: afgeleide werken en commercieel gebruik als kansen (column)
25-6-2008

Kind van de rekening (column)
16-5-2008

Je wordt gewoon standaard voor de gek gehouden (column)
13-5-2008

Drie vliegen in één klap? (column)
22-4-2008

Mijn film, the movie (column)
22-4-2008

Het not-invented-here syndroom bestaat niet (column)
22-4-2008

Web2.0 en de nieuwe cultuur (column)
17-3-2008

‘Bad practices’: e-learning allianties ontleed (column)
12-3-2008

Erik Saaman: Soa - services of architectuur (column)
14-12-2007

Meer columns of 'deze week bekeken' vindt u met de zoekfunctie