Column
Nederland, koploper in Open CourseWare?
2-11-2009 - Paul Rullmann
Bij Open CourseWare gaat het om vrije, digitale publicatie van hoge kwaliteit onderwijsmaterialen, georganiseerd in cursussen. Open CourseWare verovert in rap tempo de onderwijswereld, maar Nederland is op dit terrein nog te weinig actief. Het wordt tijd dat meer instellingen en ook SURF en het ministerie van Onderwijs in actie komen.
MIT (Massachusetts Institute of Technology) nam in 2001 het initiatief tot de publicatie van al haar onderwijsmateriaal. Inmiddels is er wereldwijd een zeer actieve Open CourseWare beweging ontstaan. Ruim 200 instellingen –waaronder 3 in Nederland (OU, HAN, TU Delft) - zijn lid van dat consortium. Op de Open CourseWare sites van de deelnemende instellingen staan rond de 10.000 cursussen online en dit aantal groeit hard.
Met name vanuit de William and Flora Hewlett Foundation in de V.S. worden de verschillende Open CourseWare initiatieven in verschillende landen financieel ondersteund.
Die initiatieven krijgen een steeds diverser karakter. Er ontstaan nieuwe modellen. Zo zijn er instellingen die hun reguliere onderwijs –na een kwaliteitsslag en controle op auteursrechten- publiceren ‘as it is’. Dit is het model van de TU Delft. Maar bijvoorbeeld de Open Universiteit maakt introductiemodules van opleidingen eerst geschikt voor zelfstudie en probeert op deze manier mensen gericht te enthousiasmeren voor een vervolgstudie.
Er zijn verder steeds meer nationale initiatieven, bijvoorbeeld in Vietnam, China, India en Japan. Geïnteresseerd in geschiedenis van Japan? Kijk eens op www.jocw.jp. Niet voor niets vindt er in november 2009 een grote conferentie plaats in Seoul over Open CourseWare in Azië.
Ook multilaterale instellingen als Unesco en de United Nations University hebben hun eigen Open CourseWare site. In Nairobi is het hoofdkwartier gevestigd van ‘Open Educational Resources/Africa’; een organisatie die vooral vanuit het perspectief van ontwikkelingssamenwerking is betrokken bij Open CourseWare.
Er zijn instellingen die onderling zeer nauw samenwerken om gezamenlijk Open CourseWare onderwijsmateriaal te ontwikkelen. Spaanse universiteiten zijn bijvoorbeeld zeer actief met partners in Latijns-Amerika; de Teacher Training Institutes in Zuidelijk Afrika werken samen met nationale overheden en experts in Engeland. Hetzelfde gebeurt op het terrein van preventieve gezondheidszorg in samenwerking met de John Hopkins Bloomberg School of Public Health, die in de VS een zeer grote reputatie heeft op dit terrein. In India werken bedrijfsleven, internationale kennisinstellingen én de overheid samen als het gaat om het publiceren van materiaal rondom Food Safety.
Er ontstaat geleidelijk een steeds grotere synergie met initiatieven als iTunes University, You Tube Edu en multimediale collecties van bibliotheken. En let wel: het betreft hier zowel aanbod als vraag. Het aantal hits en downloads groeit razendsnel; het aantal (miljoenen) gebruikers neemt exponentieel toe.
Kortom: Open CourseWare wint aan belang. Ik ga er vanuit dat het straks een vanzelfsprekend deel van het onderwijs zal uitmaken. Dankzij de internetdistributie zijn de effecten enorm. Effecten die de verhoudingen in het onderwijs ingrijpend zullen gaan beïnvloeden, zowel waar het productie, distributie als financiering betreft. De open academische gemeenschap, waar wij allen voorstander van zijn, komt er vanzelf aan. Wil je daar als universiteit een rol in spelen, dan kun je beter vroeg beginnen.
De kracht van OpenCourseWare
Open CourseWare biedt veel voordelen. Met Open CourseWare kan het niveau van een vakgebied getoond worden en de focus van het onderwijs. Je versterkt daarmee je internationale zichtbaarheid, je reputatie en je rol in kennisnetwerken (Open CourseWare geeft tegelijkertijd een niet te onderschatten interne kwaliteitsimpuls!). Life Long Learners kunnen hun kennis updaten en zien hoe hun vakgebied zich ontwikkelt. Aan aanstaande studenten bied je op deze manier de mogelijkheid zich inhoudelijk voor te bereiden op een vervolgstudie. Je ondersteunt zo het studiekeuzeproces (‘de juiste student op de juiste plek’). In deze tijd waar studiesucces hoog in het vaandel staat een belangrijk punt. Stuk voor stuk zijn het uitwerkingen die passen bij de maatschappelijke taak van het hoger onderwijs om kennis te dissemineren. Wie zich wil laten overtuigen, kan terecht op http://ocw.tudelft.nl/ocw-seminar waar de presentaties te zien zijn van het Open CourseWare seminar op 9 oktober in Delft.
Natuurlijk zijn er kosten verbonden aan Open CourseWare. Als je echter het publicatieproces zodanig inricht dat het zoveel mogelijk aansluit bij de reguliere werkwijze van docenten (in Delft gebruiken we het reguliere materiaal in Blackboard als basis), zijn deze kosten te overzien.
Nederland: nu trendvolger
Alle universiteiten hebben de Berlin Declaration for Open Access ondertekend. Maar de focus ligt op onderzoek. Onderwijsmateriaal wordt binnen universiteiten en hogescholen thans nog nauwelijks ontsloten voor een breder publiek. Alleen de OU en de TUD publiceren op dit moment ‘instellingsbreed’ onderwijsmateriaal. Daarmee is Nederland internationaal gezien zeker geen voorloper. Kris-kras zijn er gelukkig wel verschillende initiatieven. De HvA is bezig met een bètatest en 4 hogescholen zijn bezig om hun onderwijsmateriaal rondom Informatica te publiceren (NAP-project). Diverse universiteiten zijn de mogelijkheden aan het verkennen. De minister heeft het groene licht gegeven voor Wiki-wijs dat zich op de lange termijn ook op het HO zal richten.
Nederland koploper?
Waarom hebben we niet de ambitie om als Nederland veel meer een koploperspositie te vervullen? De belangen zijn groot en de tijd lijkt rijper dan ooit. SURF zou bij het ontwikkelen van plannen voor de toekomst van Lorenet of bij nieuwe tenders Open CourseWare een veel belangrijker plaats kunnen geven. Bundeling van krachten en expertise is van belang om generieke vraagstukken te beantwoorden zoals metadatering, auteursrechten, samenwerking met uitgevers, nationale promotie, de vereiste cultuuromslag bij docenten, technische infrastructuur, erkenning van informeel leren, en nieuwe vormen van samenwerking met brancheorganisaties.
Voor de overheid is het van belang om het maatschappelijk belang van Open CourseWare te onderkennen en dit te vertalen in beleid en middelen voor het HO. Hierbij kan een voorbeeld worden genomen aan bijv. de Engelse overheid die dit jaar vele miljoenen investeert, of de USA waar Obama zelfs miljarden wil vrijmaken voor deze vormen van onderwijs.
Paul Rullmann
CVB TU Delft