10-9-2009 - Jacob van Sluis
“Octrooirecht op zaden brengt telers in de knel”, zo luidde de kop van een groot artikel in NRC-Handelsblad van 15 augustus 2009. Wat is het geval?
Steeds meer zaden die gebruikt worden in de landbouw vallen onder het octrooirecht. Een aantal grote zaadbedrijven, die steeds groter worden doordat ze de kleintjes opkopen, zetten het door hen geleverde zaad achter biotechnologische octrooien. Hiermee wordt de plantenveredeling steeds meer vastgelegd binnen de kaders van de octrooirechten, in plaats van het minder ver strekkende kwekersrecht. Dit betekent dat deze rassen niet meer door andere kwekers gebruikt kunnen worden voor verdere plantenveredeling, tenzij men natuurlijk fors betaald en de opbrengst van een volgende productfase naar rato weer afdraagt aan de octrooihouder. De “vrije” kwekers vrezen dat de innovatie van nieuwe gewassen hierdoor sterk geremd zal worden, wat niet in het belang is van een snelle en continue aanpassing tegen ziekten en schimmels - en dan nog de implicaties voor arme boeren in de ontwikkelingslanden.
Er is nog een consequentie van het octrooirecht, die inbreuk maakt op een oeroud boerenprincipe: de zaden mogen slechts één maal gebruikt worden. Het is de boer contractueel niet toegestaan om een deel van de oogst te gebruiken voor aanplant in het volgende seizoen. Voor het volgende jaar moet de boer opnieuw zaad inkopen.
Bij mij roept dit alles parallellen op met uitgevers en auteursrecht vs. de vrije toegang tot informatie. Uitgevers hebben via tijdschriftabonnementen en een beroep op het auteursrecht de vrije doorgave van wetenschappelijke informatie aan banden gelegd. Ook een auteur die in een wetenschappelijk tijdschrift heeft gepubliceerd, heeft niet de vrije toegang tot het eigen product tenzij via een instelling die de dure abonnementsprijs betaalt. Dit geldt ook voor andere onderzoekers, die verder op basis van het gepubliceerde willen “kweken”. Tolmuren op basis van octrooien en abonnementen verhinderen de open innovatie.
Bij uitgevers gaat het zelfs niet om een beroep op eigen innovatie. Die wordt immers door de wetenschappers geleverd: als auteurs, als redactieleden en als externe beoordelaars. De rol van de uitgever is die van distributeur. Maar de juridische regelgeving waarop de uitgever zich beroept heet auteursrecht: het intellectuele eigendom van de auteur mag niet geschonden worden. De praktijk is echter dat een auteur afstand doet van zijn rechten om in zo’n zogenaamd toptijdschrift te mogen publiceren; de vrije beschikking en doorgave over de eigen oogst is beperkt. Innovatie door derden wordt belemmerd op basis van vermeende maar in feite toegeëigende rechten.
Vraagt u naar mijn oordeel - niet alleen als bibliotheekmedewerker, maar ook als auteur - dan mag het principe van auteursrecht wat mij betreft best op de helling worden gezet. De werkelijke vraag achter het zo genoemde auteursrecht is in hoeverre de auteurs echt profiteren van het “recht” uit hun naam? In hoeverre profiteren niet veel meer de uitgevers van de oogst dan de boeren zelf? Gewoon een rekensommetje: hoeveel auteurs verdienen de kost met het auteursrecht, en hoeveel uitgevers? Bot gezegd: laten de auteurs zich niet als schaamlapje gebruiken voor heren in driedelig pak? Gaan we (als auteurs) op zoek naar andere wegen tot publiceren of blijven we (niet alleen als consumenten, maar ook als telers voor verder hergebruik) betalen voor een “Nihil obstat” van de zelf opgeworpen autoriteit van uitgevers?
Mijn oordeel over octrooirecht op plantenveredeling moge duidelijk zijn.
Personalia
Jacob van Sluis is Vakreferent Theologie & Filosofie aan de Rijksuniversiteit Universiteit Groningen. Hij schrijft o.a. op het weblog van de afdeling Informatieverzorging & Collectievorming van de UB Groningen, waar deze column eerder verscheen.
Crisis? Naar buiten! (column) 9-3-2010
De toets moet gevierd worden (column) 21-2-2010
Avatar, of het web van verbondenheid (column) 21-1-2010
Lieve vrienden (column) 4-1-2010
Zijn ze nou helemaal gek geworden? (column) 10-12-2009
Exploratievaardigheden (column) 27-11-2009
Nederland, koploper in Open CourseWare? (column) 2-11-2009
Interview met Mr. No (column) 14-10-2009
Plantenveredeling en Open Access (column) 10-9-2009
False positive, false negative (column) 31-8-2009
Alles 2.0 (column) 25-6-2009
Portfolio: van controle naar verbeelding (column) 12-6-2009
De modegevoeligheid van onderwijsland (column) 28-5-2009
Downgrading (column) 11-5-2009
Meeting of minds? (column) 29-4-2009
Bent u ook Linked In Social Networks? (column) 16-4-2009
Progressieve stijging van aantal afhakende studenten in het 1e jaar (column) 2-4-2009
Substitutie, transitie, transformatie (column) 19-3-2009
Serious game over? (column) 12-2-2009
Net Generation bestaat niet (column) 22-1-2009
Over Open Access (column) 8-12-2008
A Simple Desultory Philippic… : Stop the BS [1] (column) 25-11-2008
Verboden kleuren en onderzoek naar ICT in het onderwijs (column) 5-11-2008
Crisis (column) 28-10-2008
Dagen op de snelweg: de student als toerist (column) 30-9-2008
De herfst, de herfst (column) 18-9-2008
Het scorend vermogen van de nieuwe elite (column) 19-8-2008
Hoe ICT de jeugd verpest – en wat daaraan te doen (column) 10-7-2008
Duur is niet altijd goed (column) 28-6-2008
Scherptediepte (column) 25-6-2008
Creative Commons: afgeleide werken en commercieel gebruik als kansen (column) 25-6-2008
Kind van de rekening (column) 16-5-2008
Je wordt gewoon standaard voor de gek gehouden (column) 13-5-2008
Drie vliegen in één klap? (column) 22-4-2008
Mijn film, the movie (column) 22-4-2008
Het not-invented-here syndroom bestaat niet (column) 22-4-2008
Web2.0 en de nieuwe cultuur (column) 17-3-2008
‘Bad practices’: e-learning allianties ontleed (column) 12-3-2008
Erik Saaman: Soa - services of architectuur (column) 14-12-2007