Substitutie, transitie, transformatie
  • Home
  • Substitutie, transitie, transformatie

Column

 

Substitutie, transitie, transformatie

19-3-2009 - Judith Schoonenboom

 

'Wie het kleine niet ziet vat het grote ook niet'1

 


Ik moet iets bekennen. Ik kan geen verjaardagskaartje schrijven zonder computer. Zodra de tekst langer is dan twee zinnen, zet ik mij achter mijn tekstverwerker. Als het tekstje af is, pak ik (met fikse tegenzin) een pen en schrijf de tekst zo goed en zo kwaad als dat nog gaat over op het kaartje. Het invullen van papieren formulieren gaat op een vergelijkbare manier. Het antwoord op de vraag ‘wat is uw klacht?’ typ ik eerst in mijn tekstverwerker, het tekstje print ik vervolgens uit en ik plak het op het formulier.

In onderwijskundige kringen is hiervoor een naam bedacht: ‘substitutie’. In het hoger onderwijs is substitutie vervanging van traditionele door ICT-middelen zonder dat de structuur van het onderwijs verandert. Substitutie wordt geplaatst tegenover transitie, waarbij een deel van de structuur van het onderwijsproces verandert en transformatie, waarbij door toedoen van ICT een compleet nieuw onderwijsproces mogelijk is geworden.

Substitutie heeft drie kenmerken. Het eerste kenmerk is dat bestaande middelen of praktijken worden vervangen door ICT-gebaseerde, waardoor die praktijken effectiever of efficiënter kunnen worden uitgevoerd. Pen, papier en hoofd worden vervangen door de tekstverwerker, en dat is voor verjaardagskaartjes inderdaad veel effectiever. Voorbeelden van substitutie uit het hoger onderwijs zijn:

- Het ontsluiten van presentaties via een elektronische leeromgeving.
- Informatie uit een studiewijzer op een Internetsite plaatsen.
- Informatieve websites als bron aanbieden.
- Hoorcolleges opnemen en integraal in de digitale leeromgeving plaatsen.

Tot dusver is er niets aan de hand.


De problemen ontstaan bij het tweede kenmerk, namelijk dat er bij substitutie niet wordt ingegrepen in de structuur van het onderwijsproces. Het idee is dat men het bestaande blijft doen, maar dan met andere middelen. Maar dat kan helemaal niet. Ik gebruik nu juist de computer omdat ik er niet in slaag om de verjaardagszinnen in mijn hoofd te formuleren. Door de reflectiemogelijkheden die de tekstverwerker biedt, omschrijf ik in het formulier mijn klacht gedetailleerder en beter dan ik zonder tekstverwerker zou doen. Vervanging door ICT brengt een kwaliteitsverbetering met zich mee, die zonder ICT wellicht theoretisch denkbaar is, maar praktisch niet uitvoerbaar. Door in een digitale leeromgeving meer goed geselecteerde bronnen ter beschikking te stellen dan op papier zou kunnen, krijgt de student de gelegenheid om de stof vanuit de verschillende perspectieven te bezien, en zich zo een genuanceerder en beter gefundeerd beeld te vormen. Het verschil in kwantiteit brengt een verschil in kwaliteit met zich mee.

Ten onrechte wordt dus gedacht dat men hetzelfde kan doen met andere middelen. Is dat erg? Ja. Want net als dat bij andere indelingen het geval is, bestaat ook hier tussen de drie categorieën een verschil in waardering. Daarbij komt substitutie als minst gewaardeerde vorm uit de bus. Substitutie wordt gezien als een eerste fase, iets waar een docent mee kan beginnen als opstapje naar transitie en transformatie. Substitutie wordt gezien als iets wat relatief makkelijk te realiseren is, maar een geringe meerwaarde heeft.

En die gedachte is schadelijk. Want dat betekent een ontkenning van de grote meerwaarde die deze vormen van ICT-gebruik kunnen hebben voor het onderwijs. En als substitutie alleen maar een voorbijgaande fase is, verhindert dat ons ook om nauwkeurig te kijken naar wat er precies met ICT wordt gedaan, en hoe deze praktijk eventueel door anderen gebruikt kan worden, verder ontwikkeld kan worden et cetera. Als substitutie slechts een eerste fase is, zal het advies van de onderwijskundige luiden: ‘heel mooi dat je de tekst van je verjaardagskaarten eerst uittypt, maar zou je nu niet overstappen naar fase twee, naar een digitale verjaardagskaart met bewegend beeld?’ Ja, dat kan, maar dat was niet waar ik naar streefde.

Ik geloof dan ook niet in het derde kenmerk van substitutie. Bij substitutie zou het wegvallen van ICT amper gevolgen hebben voor het onderwijs. Om te beginnen zou het wegvallen van ICT heel erg zijn voor degenen die weten hoe makkelijk het werken met ICT kan zijn. Het zou voor mij zeer deprimerend zijn als ik geen elektronische presentaties en links naar interessante literatuur meer in de digitale leeromgeving zou kunnen zetten. Het minst erge vind ik nog dat het me veel meer moeite zou kosten om de literatuur bij elkaar te brengen en te kopiëren voor mijn studenten. Veel erger zou ik het vinden dat veel minder literatuur de studenten veel moeilijker zou bereiken: ze zouden de kopieën steeds moeten komen ophalen, en als ze hun kopieën of papieren hand-outs kwijtraken, wordt het lastig voor hen om die weer te bemachtigen. Het wegvallen van ICT bij substitutie lijkt mij zeker zo ingrijpend als het wegvallen van ICT bij, ja, bij wat eigenlijk?

Om dit misverstand goed te begrijpen, moeten we terug naar de bron, naar het artikel van Seth Itzkan uit 1995. Dan blijkt dat onderwijskundigen de omschrijving van de begrippen substitutie, transitie en transformatie weliswaar juist hebben overgenomen, maar die hebben toegepast op een manier die nooit zo door Itzkan is bedoeld. Itzkan beschreef drie fasen in de verspreiding van nieuwe technologieën, in het bijzonder de verspreiding van de computer in het onderwijs. Itzkan deed een poging om te beschrijven welke veranderingen zich voordeden, en welke nieuwe mogelijkheden er aan het ontstaan waren. Nergens blijkt dat het zijn bedoeling was zijn indeling te gebruiken om onderwijsinstellingen of individuele docenten te classificeren. Maar dat is wel waar onderwijskundigen zijn indeling voornamelijk voor gebruiken.

Gelukkig is deze misinterpretatie van Itzkans ideeën allang ingehaald door de praktijk. In een onderzoek uit 2005 bleek 30 procent van de projectleiders van SURF onderwijsvernieuwingsprojecten hun project desgevraagd onder de noemer ‘substitutie’ te scharen. Kennelijk hebben deze projectleiders en degenen die de projecten gehonoreerd hebben er geen bezwaar tegen om deze eerste fase van ICT-gebruik eens goed uit te diepen. En gelukkig maar. Ik ben blij dat SURF inziet dat het streven naar onderwijsverrijking niet noodzakelijkerwijs betekent het streven naar transformatie van het onderwijs.

 

1 Geïnspireerd op de wandtegel van dr. Evert Wattel: “Wie het kleine niet leert doet het grote verkeerd”


Personalia
Judith Schoonenboom is als onderwijsonderzoeker verbonden aan het SCO-Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in de inzet van ICT in het Hoger Onderwijs en in methoden en technieken van praktijkgericht onderzoek.

Reageer

 



   
 
 
 
 
   
Voer de tekens in die u op de afbeelding ziet

 

Reacties

 

Substitutie, transitie, transformatie

In het onderzoek Surfen over Glad IJs (met Judith Schoonenboom als een van de onderzoekers) wordt te rade gegaan bij Boonstra die 1e, 2e en 3e orde strategieen voorstelt om een bepaald type problemen aan te pakken. De these is dat innovatie beter lukt als een bijpassende strategie gekozen wordt. Bij de drie strategieen hebben we ook het rijtje substitutie-transitie-transformatie gevoegd, zonder oordeel wat beter is, wel passender. Ook wordt bij Rogers aangeklopt die stelt dat er bij innovatie in de populatie die het aangaat altijd voorlopers en achterblijvers zijn in de aanvaarding van de innovatie. Bij het gebruik van ICT in onderwijs (of bij het schrijven van verjaarskaarten) gaat het om kwaliteitsverhoging, zowel op het niveau van het handelen (leren, onderwijs verzorgen, kaartje schrijven) als op het niveau van de coordinatie van het handelen (effectiever, efficienter onderwijs met ondersteuning voor alle lerenden). Ik ben er niet zeker van of dit laatste bij Judith het geval is. Het lijkt er op dat zij een early adaptor is maar nu ziet dat het ICT-gebruik af en toe gesubstitueerd moet worden met eigen handschrift (omdat dat blijkbaar toch een bepaalde kwaliteit heeft). Hiermee raakt Judith aan een centrale dimensie van de evolutie van media, van ICT-ontwikkeling als verlengstuk van menselijk handelen en communiceren: bij elke stap voorwaarts (in de zin van weer een nieuw verlengstukje) verlies je ook iets. Telefoon: fantastisch om op afstand te kunnen spreken, maar je ziet elkaar niet meer (of liever 'zag' want dat is gerepareerd). Dat je iets kwijt raakt vormt het hart van de 'volgende' stap: Judith zou graag zien dat haar ingetypte tekst automatisch in haar levensechte handschrift op het kaartje geschreven wordt. Ontwikkelaars!!! Ik schrijf mijn kaartjes nog gewoon. Ook wel handig als zoals nu het netwerk down is en de printer kapot...


23-3-2009 11:52 Henk Sligte

Substitutie, transitie, transformatie
In zijn weblog (zie de URL hieronder) geeft Wilfred Rubens een treffend voorbeeld van de laatdunkende houding ten opzichte van substitutie: hij betitelt docenten die aan substitutie doen als ‘laaghangend fruit’, en stelt dit tegenover de ‘ambitieuze innovatie of transformatie’. Maar in tegenstelling tot het plukken van laaghangend fruit is het samenstellen van een goede en goed georganiseerde collectie aan internetverwijzingen helemaal niet zo makkelijk en hetzelfde geldt voor het ontwerpen van digitale toetsen. Ook gaan substitutie en ambitie heel goed samen. Dat geldt zeker voor de SURF-projectleiders waar ik in mijn column naar verwijs, die regelmatig heel mooie resultaten wisten te bereiken. Wilfred heeft gelijk dat ik voorbij ga aan de noodzaak van transformatie. Dat komt volgende keer.
22-3-2009 13:56 Judith Schoonenboom

Substitutie, transitie, transformatie
Ik ga ervan uit dat het doel van elke (onderwijs)vernieuwing het verhogen van de (onderwijs)kwaliteit zou moeten zijn. Substitutie is dan bij uitstek een middel dat de onderwijzer en student in zijn waarde laat - dwz. haar/zijn proces en inhoud laat verbeteren door slim gebruik van nieuwe tools - terwijl transformatie zich doorgaans bezighoudt met grote omwentelingen als het invoeren van competentiegericht onderwijs, waarbij onderwijzers en studenten soms tegen wil en dank in nieuwe structuren worden geperst. Je pleidooi voor een herwaardering van substitutie vat ik op als een pleidooi voor professionele autonomie en het ontwikkelen en toepassen van slimme, generieke tools daarvoor. Daar ben ik een warm voorstander van.
20-3-2009 22:21 Frank Kresin

Substitutie, transitie, transformatie

Organisaties en mensen veranderen alleen snel en grootschalig als er een grote en diep gevoelde noodzaak voor bestaat (failissement, ontslag, etc). Als dat niet zo is (en dat geldt grosso modo voor scholen en docenten), dan is de weg van de geleidelijkheid het enig reële alternatief, hoe graag je dat vanaf de zijlijn anders zou wensen. Dus stop met evangeliseren/pushen en vindt aansluiting bij de dagelijkse wensen van docenten om zaken beter te doen.  

20-3-2009 17:09 Sijko Wierenga

Substitutie, transitie, transformatie
Deels eens. Substitutie kan ook toegevoegde waarde hebben. Desalniettemin vind ik dat jij voorbij gaat aan de urgentie om binnen het onderwijs ook andere dingen te doen. We kunnen ons m.i. niet tevreden stellen met substitutie. Zie voor een uitgebreide reactie: http://wilfredrubens.typepad.com/wilfred_rubens_weblog/2009/03/tevreden-met-substitutie.html
20-3-2009 14:11 Wilfred Rubens

Substitutie, transitie, transformatie
IInderdaad; pas-op-de-plaats innovatie. Een hartenkreet van mij al jaren
19-3-2009 13:11 Paul Kirschner

In de spotlight archief

 

De Apple-familie (column)
31-8-2010

Laat de lerarenopleiding 5 of 6 jaar duren! (column)
25-6-2010

Als de governance maar goed zit... (column)
7-6-2010

Geef design-denken de ruimte! (column)
17-5-2010

In de wolken met nieuwe ICT-dienstverlening (column)
13-4-2010

Toga (column)
25-3-2010

Crisis? Naar buiten! (column)
9-3-2010

De toets moet gevierd worden (column)
21-2-2010

Avatar, of het web van verbondenheid (column)
21-1-2010

Lieve vrienden (column)
4-1-2010

Zijn ze nou helemaal gek geworden? (column)
10-12-2009

Exploratievaardigheden (column)
27-11-2009

Nederland, koploper in Open CourseWare? (column)
2-11-2009

Interview met Mr. No (column)
14-10-2009

Plantenveredeling en Open Access (column)
10-9-2009

False positive, false negative (column)
31-8-2009

Alles 2.0 (column)
25-6-2009

Portfolio: van controle naar verbeelding (column)
12-6-2009

De modegevoeligheid van onderwijsland (column)
28-5-2009

Downgrading (column)
11-5-2009

Meeting of minds? (column)
29-4-2009

Bent u ook Linked In Social Networks? (column)
16-4-2009

Progressieve stijging van aantal afhakende studenten in het 1e jaar  (column)
2-4-2009

Substitutie, transitie, transformatie (column)
19-3-2009

Serious game over? (column)
12-2-2009

Net Generation bestaat niet (column)
22-1-2009

Over Open Access (column)
8-12-2008

A Simple Desultory Philippic… : Stop the BS [1] (column)
25-11-2008

Verboden kleuren en onderzoek naar ICT in het onderwijs (column)
5-11-2008

Crisis (column)
28-10-2008

Dagen op de snelweg: de student als toerist (column)
30-9-2008

De herfst, de herfst (column)
18-9-2008

Het scorend vermogen van de nieuwe elite (column)
19-8-2008

Hoe ICT de jeugd verpest – en wat daaraan te doen (column)
10-7-2008

Duur is niet altijd goed (column)
28-6-2008

Scherptediepte (column)
25-6-2008

Creative Commons: afgeleide werken en commercieel gebruik als kansen (column)
25-6-2008

Kind van de rekening (column)
16-5-2008

Je wordt gewoon standaard voor de gek gehouden (column)
13-5-2008

Drie vliegen in één klap? (column)
22-4-2008

Mijn film, the movie (column)
22-4-2008

Het not-invented-here syndroom bestaat niet (column)
22-4-2008

Web2.0 en de nieuwe cultuur (column)
17-3-2008

‘Bad practices’: e-learning allianties ontleed (column)
12-3-2008

Erik Saaman: Soa - services of architectuur (column)
14-12-2007

Meer columns of 'deze week bekeken' vindt u met de zoekfunctie