Recensie
Recensie: "Everything Bad Is Good For You" - Steven Johnson
Publicatie : Everything Bad Is Good For You
Auteur : Steven Johnson
Recensent : Marcel de Leeuwe (Stoas)
Recensiedatum : 15-2-2008
Oorspronkelijk gepubliceerd op www.e-learning.surf.nl op 02/07/2006
Newsweek noemt Steven Johnson "een van de vijftig mensen die er echt toe doen op het internet". Zijn artikelen verschenen in tijdschriften als The New York Times en The Wall Street Journal. Zijn laatste, veel besproken boek is Everything Bad Is Good For You: nieuwe media maken ons niet dom maar juist slimmer. Marcel De Leeuwe kocht het meteen bij zijn laatste bezoek aan de VS, en recenseert het voor lezers van deze site.
Nu de eerste berichten over gameverslaving in de kranten opduiken wordt de vraag weer actueel wat de nieuwe media ons brengen. De conclusie is snel getrokken dat het ons niets goeds brengt en leidt tot een infantilisering, toename van geweld en vluchtigheid. Steven Johnson, die eerder o.a. Op reis door je brein schreef, gaat niet uit van deze negatieve effecten. Met het boek Everything Bad Is Good For You laat hij op een humoristische, originele en prikkelende manier zien dat de nieuwe media ons veel goeds kunnen brengen. Sterker nog, Johnson legt fijntjes uit waarom nieuwe media ons juist slimmer maken. De schrijver voor o.a. Wired en New York Times Magazine wordt in vele artikelen over de nieuwe generatie aangehaald. Door zijn rustige maar gedreven verhaal staan veel mensen, net als ik, in de rij om zijn boek te kopen. De moeite waard of niet?
Complexiteit
Een van de redenen waarom nieuwe media ons slimmer maken volgens Johnson is de complexiteit van deze media en de manier waarop we cognitief hierdoor worden aangesproken. De gemiddelde TV-serie is door de jaren heen steeds complexer geworden. Bij
Starsky & Hutch was er sprake van één verhaallijn met een vast patroon en een overzichtelijk aantal spelers die oppervlakkig en eendimensionaal werden weergegeven. Bij
Hill Street Blues is er sprake van diverse verhaallijnen die in elkaar verweven zijn en waarbij karakters worden uitgediept. Kijken we naar de moderne series als
The Sopranos dan zien we niet alleen een diversiteit van verhaallijnen en een verdere verdieping van de karakters maar wordt ook de verbinding tussen verhaallijnen complexer en worden verhaallijnen soms pas twaalf afleveringen later weer opgepakt.
Lezen is slecht!
Bij de reflectie op games dwingt Johnson ons tot nadenken door een 'waarschuwing' te geven, uitgaande van de situatie alsof boeken pas veel later geïntroduceerd werden dan videogames. "Het lezen van boeken stimuleert nauwelijks. In tegenstelling tot de levende, driedimensionale, multimediale en rijke gamewereld waarin ook fysieke betrokkenheid belangrijk is, bestaan boeken uit enkel een reeks woorden op een pagina. Hierbij wordt een eenzijdig beroep gedaan op ons brein. Sociale isolatie is een feit bij het lezen. Een lezer sluit zich af van de omgeving en heeft in tegenstelling tot gamers, geen sociale interactie. Misschien is het belangrijkste gevaar nog wel de passiviteit bij het lezen. Je kunt een verhaal niet sturen, de schrijver stuurt je op lineaire wijze door zijn verhaal. Lezers worden zo volgers die een passieve rol spelen". Hij roept de lezer op om dit soort simplificaties niet te gebruiken bij het beschouwen van de nieuwe media. Boeken hebben unieke en bruikbare kenmerken. Games hebben weer andere kenmerken, niet minder waardevol.
Leereffect van games
Johnson benadrukt erg het leereffect van games. Games bieden door de complexiteit maar ook door unieke kenmerken zoals sociale interactiviteit en de actie die bij de speler wordt neergelegd hele nieuwe en unieke kansen. Door de ontwikkeling van de laatste dertig jaar zijn games (en andere vormen van nieuwe media) steeds uitdagender geworden. Er worden ook andere mentale vaardigheden aangesproken dan bij bijvoorbeeld het lezen. Spelers leren nu om rijke media te 'lezen', om keuzes te maken, om verbanden te leggen, sociale interacties aan te gaan, te schakelen van concreet naar abstract en weer terug. Johson geeft met zijn vele voorbeelden een aardig inzicht waarom de populariteit van games zo is gegroeid. Hij destilleert de kenmerken eruit en ook voor de niet-ingewijde lezer wordt duidelijk waarom en op welke manier de Netgeneratie zich begeeft in deze virtuele werelden. Toch zijn de conclusies wel kort door de bocht. Uit onderzoek blijkt dat de leereffecten soms moeilijk voorspelbaar zijn. Het is aannemelijk dat de cognitieve en sociale vaardigheden ontwikkeld worden maar een speler kan ook verkeerde conclusies trekken en het verkeerde leren. Kenmerk van commerciële games is dat ze niet expliciet een leerdoel hebben. SimCity kan bijdragen tot een inzicht in planologie maar kan ook misconcepties veroorzaken. Dit is een punt waar Johnson overheen stapt.
We worden slimmer
Het eerste deel van zijn boek sluit Johnson af met de conclusie dat we echt slimmer worden, in het tweede deel probeert hij dit met onderzoeken naar o.a. IQ te onderbouwen. Hij begint met een beschouwing van Flynn die gegevens van militaire IQ-testen bij Amerikaanse soldaten heeft geanalyseerd. Vanuit deze onderzoeken geeft Johnson aan dat de gemiddelde IQ-score toeneemt over de jaren. Flynn houdt omgevingsfactoren hiervoor verantwoordelijk. Johnson legt uit dat dit niet kan liggen aan veranderende eetgewoontes en ook niet aan het onderwijs. Dus ligt het aan ons 'mentale dieet' waaronder games. Met vele voorbeelden onderbouwt Johnson deze stelling. De vraag of deze zegeningen wel opwegen tegen het slechte morele voorbeeld in games en op tv (
The Sopranos,
Grant Theft Auto) pareert hij door te stellen dat het effect van opvoeders veel groter is en dat er ook veel games zijn die goede morele waarden herbergen. Hij ziet ook dat games en tv steeds gewelddadiger worden maar aan de andere kant ziet hij een steeds minder gewelddadige (Amerikaanse) maatschappij. Johnson ziet wel een rol voor opvoeders, deze moeten games en tv-series anders gaan beoordelen en bekijken of ze voldoen aan het 'mentale dieet'.
Concluderend
Johnson heeft een prikkelend boek geschreven wat toch ook wel deels gebaseerd is op een onderbuikgevoel. Waar
Op reis door je brein bestond uit een zoektocht langs vele wetenschappers en een goed overzicht gaf van wetenschappelijke ontwikkelingen is dit boek anekdotischer en fragmentarischer van opzet. Smeuïg, smaakvol en goed verteerbaar. Waarschijnlijk maakt het de lezer ook nog eens slimmer, het zorgt in ieder geval voor een andere kijk op nieuwe media!
Personalia
Marcel de Leeuwe is als Learning Consultant werkzaam bij Stoas Intermedia.