Column
Creative Commons: afgeleide werken en commercieel gebruik als kansen
25-6-2008 - Judith Schoonenboom
Kennisdisseminatie in het hoger onderwijs, en daarmee de vooruitgang van de wetenschap, wordt al bijna een eeuw gehinderd doordat wetenschappers wél elkaars ideeën vrijelijk mogen overnemen en verder verspreiden, maar niet de letterlijke vorm waarin die ideeën gegoten zijn. Voor het verspreiden van de letterlijke teksten van anderen is krachtens de Auteurswet toestemming van de auteur nodig.
De opkomst van de Creative Commonslicentie biedt sinds enige jaren een uitweg. Deze licentie maakt het mogelijk dat auteurs toestemming geven voor het gebruik en verdere verspreiding van hun originele werk. Maar anderen mogen natuurlijk niet gaan pronken met veren die ze niet hebben. Daarom geldt vrij algemeen in het hoger onderwijs dat werken de kwalificatie meekrijgen dat anderen het werk alleen mogen verspreiden in ongewijzigde vorm en dat zij aan de verspreiding geen geld mogen verdienen (in Creative Commonstermen: geen afgeleide werken; niet-commercieel gebruik). Zo dacht de Digitale Universiteit erover, zo denkt SURFfoundation erover, zo denkt de SURFspace-redactie erover, zo dacht ik erover.
Maar waarom eigenlijk? Waar ben ik bang voor? En is dat terecht? Ik ging op zoek naar mijn eigen angstbeeld. Dat bleek er als volgt uit te zien. Iemand pakt een betoog van mij, voegt op een cruciale plaats het woord niet toe, waardoor de onontkoombare conclusies van mijn doorwrochte betoog precies de andere kant uitgestuurd worden, presenteert dat als mijn originele betoog, waardoor ik te kijk sta als een groot warhoofd met eeuwige schande als het resultaat en in het uiterste geval ontslag wegens wanprestatie. Een variant hierop: iemand presenteert mijn betoog met omgekeerde conclusies als een eigen betoog zonder vermelding van mij als oorspronkelijke auteur. Deze laatste variant heeft als voordeel dat ik niet te kakken wordt gezet, maar als nadeel dat niemand weet dat het belangrijkste en beste deel van het betoog van mij afkomstig is.
Ten aanzien van commercieel gebruik heb ik een vergelijkbaar angstbeeld. Mijn briljante betoog wordt opgepakt door iemand met een goede neus en dito mogelijkheden voor marketing. Door een uitgekiende bewerking van mijn betoog en een uitgekiende marketingstrategie weet deze persoon met mijn betoog in korte tijd grote sommen gelds te verdienen, gaat voor de rest van zijn/haar leven feestvieren op de Bahama’s en laat mij achter in mijn dagelijkse geploeter van projecten leiden en column deadlines.
Angsten bezweer je alleen met kennis, in dit geval met een bezoek twee weken geleden aan de door SURF georganiseerde workshop: Creative Commons en hergebruik van materiaal in onderwijs en onderzoek. Hun pleidooi vóór afgeleide werken en commercieel gebruik bracht genezing.
Zoals alle dingen kunnen ook de dingen waar ik bang voor ben worden ingedeeld in vier categorieën: dingen die niet kunnen gebeuren, dingen die altijd kunnen gebeuren, dingen met een zeer geringe kans dat ze gebeuren en dingen die waarschijnlijk zullen gebeuren. Alleen voor de laatste categorie moet je echt bang zijn.
Er zijn dingen die niet kunnen gebeuren, of althans, die niet mogen gebeuren zonder toestemming van de auteur. Tot die categorie behoort het verspreiden van (langere stukken uit) mijn werk zonder mij als auteur te vermelden. Dat mag niet, ook niet onder een Creative Commonslicentie.
Sommige dingen kunnen altijd gebeuren. Dat is bijvoorbeeld het verdraaien van mijn woorden. Zolang iemand niet mijn letterlijke woorden gebruikt, kan deze persoon een interpretatie van een tekst van mij geven die kant noch wal raakt en mijn betoog geheel verdraait. Dat is niet strafbaar, en in de praktijk zien we dan ook dat het aantal verdraaiingen van een betoog de weergaves van de juiste strekking verre overtreft. De Creative Commonslicentie kan hier niets aan veranderen, maar kan als bijkomende voordeel de verdraaiier er wél toe verplichten dat hij/zij bij de bewerking van een tekst moet aangeven dat er sprake is van verdraaiing. En dat gebeurt dan ook. Volgens de Creative Commonslicentie moet
“duidelijk word[en] gemaakt dat er wijzigingen in het oorspronkelijke Werk zijn aangebracht [..] door te verwijzen naar het gebruik van het Werk in het Afgeleide werk (bijvoorbeeld: 'De Franse vertaling van het Werk van de Maker' of 'Scenario gebaseerd op het Werk van de Maker').”
In het bovenstaande voorbeeld zou de auteur dus moeten vermelden ‘Bewerkte Versie Waarin De Conclusies Van De Auteur Worden Omgedraaid’, of woorden van dergelijke strekking.
Dan zijn er gebeurtenissen waarvan de minieme kans dat ze gebeuren door mensen vele malen groter wordt ingeschat. Dat geldt voor de kans om de Staatsloterij te winnen, maar ook voor de kans dat iemand anders goudgeld verdient met het verspreiden van jouw werk. De reden waarom de kans dat dit onder een Creative Commonslicentie gebeurt, miniem is, is heel simpel: waarom zou iemand geld betalen voor een werk dat elders ook gratis verkrijgbaar is? Goudgeld verdienen met een werk is doorgaans alleen mogelijk wanneer je anderen kunt verhinderen om datzelfde werk gratis aan te bieden, en dat is met een Creative Commonslicentie onmogelijk. Dus áls iemand veel geld verdient aan jouw publicatie, dan moet deze persoon daarmee wel iets heel bijzonders hebben gedaan, waarvoor mensen bereid zijn veel geld neer te tellen: een glossy uitgave met gelikte lay-out, een zorgvuldig bijeengebrachte collectie van op elkaar aansluitende werken, een versie met aanvullende oefeningen en video’s. Als mensen bereid zijn om voor deze extra’s te betalen, dan lijkt me dat een passende beloning voor een geleverde prestatie.
De vierde categorie is het makkelijkst: die bestaat niet. Het wordt tijd om bewerkingen en commercieel gebruik als kansen te zien in plaats van als bedreigingen. Ik ben wetenschapper, geen uitgever. Ik probeer mijn teksten altijd op zoveel mogelijk strategische plaatsen achter te laten, maar een professional ben ik niet. Als iemand anders de kans ziet om mijn werk onder een breder publiek te promoten ben ik daar heel blij mee. Als die ander daar geld mee verdient, is dat prima. Ik hoef mijn geld niet te verdienen met mijn teksten. Ik verdien mijn geld met de opdrachten die (mede op basis van de gratis verspreiding van mijn teksten door anderen) bij mij binnenkomen.
Dus neem de uitdaging aan! Mijn mederedacteuren en ik kijken halsreikend uit naar de verfilming van onze serie Leerobjecten in de praktijk.
Personalia
Judith Schoonenboom is als onderwijsonderzoeker verbonden aan het SCO-Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in de inzet van ICT in het Hoger Onderwijs en in methoden en technieken van praktijkgericht onderzoek.