Artikel


Hoe ICT de jeugd verpest – en wat daaraan te doen

 

Veel adviseurs pleiten voor het gebruik van ICT in het onderwijs. Maar ICT biedt naast voordelen ook nadelen. Volgens sommigen maken ICT-toepassingen zelfs passieve ‘nobodies’ van jongeren, niet in staat tot reflectie en het genereren van oorspronkelijke, eigen ideeën. Is dat zo en wat betekent dat voor het onderwijs?

Bij e-learning expertise centra wordt vaak lovend gesproken over de vele kansen die ICT biedt voor het onderwijs. ICT maakt het onderwijs interactiever, levendiger, activerender, realistischer en ICT zorgt dat het onderwijs beter aansluit bij de belevingswereld van deze nieuwe generatie studenten. ICT wordt ingezet als communicatiemiddel, als gereedschap (tekstverwerking, spreadsheets), voor de administratie en in toenemende mate als leermiddel. Het naderende lerarentekort en nadruk op persoonlijke ontwikkeling maken de inzet van ICT welhaast noodzakelijk om de kwaliteit van het onderwijs met minder personele inzet te garanderen.

Studenten lijken weinig moeite te hebben met het gebruik van ICT. De laatste jaren verschijnen studies waaruit blijkt dat de nieuwe generatie studenten op een vanzelfsprekende manier met ICT omgaat (zie bijvoorbeeld Akkermans rapport Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten). De beschikbaarheid van internet is voor hen net zo normaal als de beschikbaarheid van water en elektriciteit.

Maar de inzet ICT brengt ook risico’s met zich mee. Eind april verscheen een interview in de Sunday Times Online met professor Susan Greenfield, met als titel: “Is Technology Ruining Children?”. Volgens Greenfield, neuroloog, heeft het gebruik van technologie tot gevolg dat kinderen afleren om zelfstandig te denken en zich in te leven in anderen. Het artikel maakt duidelijk dat het gebruik van ICT grote risico’s met zich meebrengt.

ICT blijkt verslavend. Greenfield verklaart dit vanuit de aanmaak van dopamine, die zorgt voor het verslavende effect en voor verminderde activiteit in de prefrontale cortex, waardoor vernauwing van het bewustzijn ontstaat. Volgens Greenfield leidt dit ertoe dat jongeren constant reageren op impulsen. Ze reageren eenzijdig op de acties die ICT van hen verlangt, maar verliezen het achterliggende doel uit het oog. De acties worden afgezonderd van hun bedoeling en de consequenties.

Door het gebruik van de computer doen jongeren steeds minder ‘eerstehands kennis’ op. ICT leert jongeren niet hoe het gras ruikt als het net gemaaid is, hoe de lucht voelt als het onweer voorbij is, hoe pissebedden het licht schuwen als je een steen optilt en hoe het is om te zwemmen tegen de golven van de zee. ICT biedt een beperkt aantal mogelijkheden waaruit de speler kan kiezen en wekt daardoor slechts de indruk van ‘interactiviteit’. Met als gevolg dat spelers kiezen uit ideeën die allang bedacht zijn, elkaar na gaan praten en dat originaliteit en authenticiteit steeds zeldzamer wordt.

Het handelen staat voorop en het reflecteren, elkaar kritisch bevragen en uitproberen van out-of-the box alternatieven blijft achter. Jongeren doen steeds minder unieke ervaringen op. Door het veelvuldig gebruik van ICT zullen ze steeds meer reageren in plaats van acteren. En volgens Greenfield groeien ze op tot passieve 'nobodies', reagerend op een stroom van inkomende sensaties, maar nauwelijks nog unieke persoonlijkheden. En dit is bijzonder verontrustend.

Wat betekent dit voor ICT in het onderwijs? Moeten we nu alle ICT-toepassingen de deur uit doen? Wij zijn van mening van niet. Kennis over de mogelijke gevaren moet worden gebruikt bij het ontwerpen en selecteren van ICT-toepassingen in het onderwijs. Zorg dat ze zo worden ontworpen dat ze niet op zichzelf staan, maar het proces ondersteunen van ideeëncreatie, reflectie en interactie.

De kern van de oplossing wordt beschreven in de leercyclus van Kolb. Daarin wordt het leren ontleedt in ervaren, reflecteren, begripsvorming en experimenten. Bij ‘verkeerd’ gebruik van ICT ligt de nadruk op het ‘gedachteloos’ experimenteren en ervaren. Handelingen volgen elkaar in zo’n snel tempo op dat de tijd voor reflectie en begripsvorming ontbreekt. Tegelijkertijd is het aantal mogelijke keuzes zo beperkt dat scholieren geen gevoel krijgen voor de complexiteit van een reële situatie, de belangen van de participanten en de mogelijkheden om daarmee om te gaan.

Er zijn verschillende goede voorbeelden te vinden waarin ICT aanzet tot reflectie en een rijke werkelijkheid presenteert. Denk bijvoorbeeld aan Dividu. Dividu is een toepassing waarmee studenten de praktijk analyseren van het lesgeven voor de klas, leren reflecteren op hun eigen en andermans handelen en leren om verworven competenties aan te tonen met behulp van digitale video. ICT staat niet op zichzelf, maar ondersteunt hierbij het proces van het ontwikkelen en toetsen van eigen ideeën, reflectie en interactie. Studenten selecteren videofragmenten en vragen docenten en mede-studenten om feedback.

Een ander voorbeeld is de Mobile Learning Games Kit (MLGK). Daarmee kunnen scholieren hun eigen spellen ontwikkelen die worden gespeeld met mobiele telefoons, lopend in de buitenlucht. Het ontwikkelen van een spel vraagt om creativiteit, het inleven in de toekomstige spelers, logisch inzicht en aanpassingsvermogen wanneer het spel na het spelen moet worden bijgesteld. Omdat het spel buiten plaatsvindt ontmoeten ze tijdens het spelen mensen, situaties en plekken waarop ze situationeel moeten reageren.

Onlangs heeft het IVLOS in samenwerking met Waag Society in het kader van Frequentie 1550 onderzocht of het leereffect verbeterd kan worden met behulp van mobiele telefoons in het onderwijs en dat blijkt in bepaalde gevallen inderdaad zo te zijn (zie rapportage). 

En als laatste de Webquest: een manier van leren waarbij de student de verschillende dimensies van het leren doorloopt door in groepsverband te werken aan een levensechte opdracht. Een Webquest maakt daarbij, zoals de naam al zegt, gebruik van het web, enerzijds doordat de student de opdracht aangeboden krijgt via het web, anderzijds doordat (een deel van) het bronnenmateriaal op internet gezocht moet worden.

We hoeven onze nieuwe generatie studenten niet zozeer te beschermen tegen ICT-toepassingen, maar we kunnen ze wel helpen om ICT dusdanig in te zetten dat het hun leerproces ondersteunt, waardoor ze optimaal kunnen leren van hun eigen ervaringen. Selecteer digitale leermiddelen op de mate waarin ze reflectie en begripsvorming ondersteunen, en bed ze in in een lesprogramma waarin computergebruik wordt afgewisseld met eerstehands ervaringen, excursies, gesprekken en creativiteit. Wellicht dat het verslavende effect dan zelfs een positieve bijdrage kan leveren aan de leerprestaties.

Personalia

Renée Filius is adviseur Hoger Onderwijs bij het ICT Expertisecentrum van het IVLOS, Universiteit Utrecht. Ze werkt aan onder andere de ontwikkeling van interactie in het onderwijs, educatieve games en weblectures.

Frank Kresin is programmamanager bij Waag Society. Hij werkt aan projecten op het snijvlak van technologie en maatschappij in de domeinen zorg, e-cultuur, publiek domein en duurzaamheid.

 


REACTIES

  • Afbeelding anoniem
     
     
     
     
     

    Dit zijn allemaal meningen met niets conctreets. Het heeft bovendien een tekort aan feiten en betrouwbare bronnen.

    Zeer slecht!!

PLAATS REACTIE