Artikel

Laatst bewerkt door Gerlinde van der Vegte op 20-01-2014 11:11

SURF Edublogger Meetup 2014: groen licht voor open en online onderwijs

10 januari 2014, door Marjolein van Trigt

Onlangs sprak minister Bussemaker zich uit vóór open en online onderwijs als aanvulling op het reguliere onderwijsaanbod.

De SURF Edublogger Meetup (SEM) over Open Education had niet op een beter moment kunnen plaatsvinden. Minister Bussemaker heeft net de kamer geïnformeerd over haar voornemen om open en online hoger onderwijs te stimuleren, de adviseurs van Obama geloven dat MOOC’s een oplossing kunnen zijn voor het uit de klauwen lopen van de kosten van het Amerikaanse hoger onderwijs en Matthijs van Nieuwkerk maakt zich al zorgen dat niet uitblinkende hoogleraren binnenkort op straat staan. Open online onderwijs heeft de potentie om het wereldwijde onderwijssysteem ingrijpend te veranderen. Welke kansen of belemmeringen bestaan er in Nederland? Welke stappen moeten de hoger onderwijsinstellingen nemen? En waar zien zij een taak voor SURF of de overheid weggelegd?

Meer dan MOOC’s alleen

Open education is meer dan MOOC’s alleen. Regelmatig helpen de edubloggers het elkaar herinneren. Maar alle aandacht voor de MOOC’s heeft, in de woorden van Willem van Valkenburg van de TU Delft, gewerkt als een soort katalysator. Tijdens de tien strategieworkshops die SURF in 2013 organiseerde, begonnen instellingen vaak met de vraag: “Wij willen een MOOC maken, maar hoe pakken we dat aan?”

De motieven om te investeren in open en online onderwijs verschillen echter sterk per instelling. De echte hamvraag blijkt een andere: hoe verhouden open education, online onderwijs en campusonderwijs zich tot elkaar en hoe kunnen de eerste twee de derde versterken? Robert Schuwer van de Open Universiteit is voorzitter van de special interest group (SIG) Open Educational Resources, die de Meetup mede organiseert. Hij waarschuwt dat alle instellingen na een pilotfase het punt bereiken dat ze ervoor moeten kiezen om de drie te integreren, òf om te concluderen dat MOOC’s niet hun kopje thee zijn.

Koudwatervrees

Vooralsnog zijn de MOOC’s nog niet de disruptive innovation die ze volgens sommigen zouden worden. Althans, niet in Nederland. De voorzitter van #SEM14, Pieter-Gerrit Kroeger, hoofdredacteur van ScienceGuide, wil van de edubloggers weten in welk opzicht ze zijn teleurgesteld in open education of MOOC’s. “De traagheid waarmee de ontwikkeling wordt opgepakt op de werkvloer,” antwoordt Schuwer. “De sense of urgency bij docenten is laag,” zegt ook Frank Thuss van de HAN. Hergebruik van open lesmateriaal is onder docenten nog geen vanzelfsprekendheid. Zelfs als het gaat om generiek materiaal, dat zich er makkelijk voor leent, maakt onbekend onbemind. Volgens Van Valkenburg is er veel te weinig aandacht binnen de lerarenopleidingen voor ICT en (open) online onderwijs. Thuss noemt de Kennisbasis ICT (PDF), de algemene bekwaamheidseisen op het gebied van ICT voor beginnende docenten. In de Kennisbasis ICT wordt ook aandacht besteed aan hergebruik van open lesmaterialen. Desondanks zijn de edubloggers het erover eens dat er onder docenten een professionaliseringsslag nodig is als het gaat om open en online onderwijs en dat samenwerking met de lerarenopleidingen daar een mooie kans voor biedt. Belangrijker nog dan beschikbare kennis wordt de leerbereidheid gevonden, want vooral daar schort het soms aan. Onder studenten speelt eenzelfde angst voor het onbekende, blijkt uit een onderzoek dat Schuwer liet uitvoeren. Bevat een MOOC wel de stof die ze moeten kennen? En uitgeverijen staan al helemaal niet te springen om in de wondere wereld van het open onderwijs te duiken.

Risicobereidheid

Toch is de toon van de Meetup positief. Is de eerste stap eenmaal gezet, dan staan de hoogleraren te trappelen om ook een MOOC te mogen opnemen, is de ervaring van de TU Delft en universiteiten als Harvard en MIT. Willem van Valkenburg: “Opeens tellen hun onderwijsprestaties, niet alleen hun onderzoeksresultaten. Ze krijgen training en begeleiding bij het opnemen van de MOOC. Bovendien geven MOOC’s de mogelijkheid om onderwerpen zichtbaar te maken en de instelling marketingtechnisch te profileren.”

Hester Jelgerhuis van SURF haalt het voorbeeld van Harvard aan, een van de elf toonaangevendeAmerikaanse  instellingen op het gebied van open education die tijdens de studiereis voor bestuurders in oktober 2013 werd bezocht (lees hier de blogs over de reis). Harvard zette 125 mensen aan het werk om MOOC’s en alles wat daarbij komt kijken te realiseren. Dit zonder dat er een batterij hoogleraren klaarstond. Onder de strategiebepalers moet de bereidheid bestaan om flink risico te durven nemen en te handelen, concludeert Kroeger. “De tendens moet zijn: hier gaan we heel veel dingen fout doen, om te leren hoe het goed kan.”

Crowdsourcen

Ondertussen is er nog wel het een en ander aan het online cursusmateriaal te verbeteren. Auteur en edublogger Jan Bosman: “Sommige MOOC’s zijn tenenkrommend, louter talking heads. In het MBO is veel meer ervaring met het boeien van een groep dan in het hoger onderwijs.”

Ook de vormgeving van een video doet ertoe. Als voorbeeld van hoe het wel moet, noemt Monique Schoutsen van de Radboud Universiteit de Universiteit van Nederland

MOOC’s bieden volop mogelijkheden om de student meer te betrekken bij het onderwijs en tegelijkertijd wetenschappelijk onderzoek te crowdsourcen. Zo heeft de TU Delft inmiddels een enorme database aan foto’s van zonnecellen, gemaakt door studenten van over de hele wereld die de MOOC Solar Energy volgden. De MOOC over terrorisme van de Universiteit Leiden krijgt een andere dimensie door de inbreng van studenten uit Afghanistan en Pakistan. Kroeger ziet kansen voor samenwerking met betrokken bedrijven en lokale ziekenhuizen. 

Made in Holland

Is er een bestuurslid met de bestuurlijke stijl van Steve Jobs nodig, die zijn instelling bij de kladden grijpt en sense of urgency bij zijn staf afdwingt? Of is zoiets een natuurlijk proces, dat je hooguit versnelt door enthousiaste docenten te ondersteunen? Leiderschap in het College van Bestuur is wel essentieel, concluderen de Edubloggers. Kroeger stelt voor om jaarlijks een prijs uit te reiken (“waaraan een niet kinderachtig bedrag is verbonden” ) voor een uitmuntende Nederlandse MOOC of een persoon die veel betekent voor open en online onderwijs in Nederland. Zijn voorstel roept de vraag op of je de nadruk moet leggen op het Nederlandse in een beweging die juist als kracht heeft dat hij internationaal is.  Adrie Steenbrink van het Ministerie van OCW vindt een prijs geen onzinnige gedachte. “Het gaat om een wereldwijde ontwikkeling, maar wij zijn vertegenwoordigers van de Nederlandse beweging.” Het label ‘Made in Holland’ zou het Nederlandse aanbod meer kunnen profileren, bijvoorbeeld onder Nederlanders in het buitenland, of onder buitenlanders die hier hebben gestudeerd.

Database

Een voorstel om een database à la Wikiwijs aan te leggen om online lesmateriaal voor het hoger onderwijs te delen, vindt weinig weerklank. Er is al een OER-portal van de EU. Jelgerhuis geeft echter aan dat SURF regelmatig wordt gevraagd of zij iets dergelijks op gaan zetten. Een andere mogelijke taak voor SURF is infrastructureel van aard. De ICT-infrastructuur van de instellingen is vaak niet berekend op enorme aantallen internationale studenten, die tegelijk inloggen om een college te bekijken. Voor een deel schuilt het probleem in de conservatieve houding van de eigen ICT-afdelingen, stelt Van Valkenburg. Er zijn cloudoplossingen beschikbaar die de capaciteit aanzienlijk vergroten. De bezuinigingen kunnen reden zijn om hiermee onder begeleiding van SURF te experimenteren.

Negentiende-eeuwse situatie

In haar brief geeft minister Bussemakers aan dat ze beperkingen voor open en online onderwijs wil aanpakken. In veel opzichten is het Nederlandse onderwijs nog negentiende eeuws, stellen de Edubloggers. Open education maakt een einde aan de homogeniteit van het hoger onderwijs, maar instellingen zijn nog niet erg ingesteld op de leven-lang-lerende. Begin in een zomer- of kerstvakantie aan een online cursus en er is niemand bereikbaar om je te begeleiden. Al even gedateerd is het auteursrecht. In het onderwijs wordt daarvoor een uitzondering gemaakt, maar die uitzondering geldt alleen voor het klaslokaal. Steenbrink, een van de opstellers van de brief, noemt ook de problematiek van achterhaalde BTW-regelgeving (‘als het maar op de drager staat’). Kroeger stelt voor om een lijst met zeker vijf van zulke praktische struikelblokken op te stellen.

Open Education Week

Het laatste woord over open en online educatie is vanzelfsprekend nog niet gezegd. Van 10 tot 15 maart 2014 vindt de Internationale Open Education Week plaats. SURF organiseert met de VSNU, de Vereniging Hogescholen en het Ministerie van OCW op 11 maart een conferentie voor bestuurders over de impact van open en online onderwijs op de kwaliteit en verscheidenheid van het onderwijs. De conferentie is van groot belang voor de bepaling van strategische agenda voor het hoger onderwijs voor 2015. Wordt vervolgd.

SURF Edublogger Meetup

SURF organiseert jaarlijks een bijeenkomst met edubloggers over een actueel onderwerp. Daarbij nodigt zij edubloggers uit die juist over dat betreffende onderwerp schrijven. Dit keer kwam Open Education aan bod.


SIG's en subthema's: Open Education

REACTIES

  • Afbeelding Renée Filius
     
     
     
     
     
    420

    Een mooi verslag over Open Onderwijs. Ik ben het helemaal eens met de mening hierboven dat de echte hamvraag een andere blijkt: hoe verhouden open education, online onderwijs en campusonderwijs zich tot elkaar?

    De discussie in de media gaat ineens vooral over open colleges en over MOOCs.  Al het online onderwijs wordt over één kam geschoren en Bussemaker ziet het als aanvulling op het reguliere onderwijs.

    Jet Bussemaker blijkt niet op de hoogte van het feit dat er steeds meer onderwijsinstellingen zijn die hun onderwijs (kleinschalig) online aanbieden; met dezelfde kwaliteit als het reguliere onderwijs. Bovendien is dit onderwijs veelal al geaccrediteerd. Een aantal van deze onderwijsinstellingen hebben zich verenigd in het initiatief ‘Elevate Health’ - onderwijs op het gebied van gezondheidszorg. (www.elevatehealth.eu). Een platform dat open staat voor academische instellingen die onderwijs aanbieden op het vlak van de gezondheidszorg.

    Het gaat dan niet om online colleges, maar om online onderwijs - waar colleges deel van uit kunnen maken. Door technologische en culturele ontwikkellingen blijken docenten en studenten uitstekend in staat om online contactonderwijs te geven/ volgen.

    Vooral voor studenten die hun studie combineren met een drukke baan of gezin, blijkt dit een uitkomst. Het online onderwijs biedt hen precies de flexibiliteit en het maatwerk dat ze nodig hebben.

    Mede voor hen hoop ik dat de ervaringen van organisaties zoals Elevate Health meegenomen worden in het onderzoek dat Bussemaker wil laten uitvoeren.

PLAATS REACTIE