Artikel


De OER Librarian

‘Library track’ op de OpenEd in Washington

Een groeiend aantal Amerikaanse bibliotheken hebben een nieuw soort bibliothecaris/informatie specialist toegevoegd aan hun team: de OER librarian. Deze librarian helpt medewerkers van universiteiten en colleges bij het vinden en gebruiken van open educational resources maar ook, indien gewenst en mogelijk, bij het creëren en verspreiden van OER.

Dit nieuw type collega werd enthousiast beschreven en verwelkomd tijdens de eerste library track op de Open Education conference. Met dank aan de nieuwe OER director van SPARC, Nicole Allen, hadden bibliothecarissen die betrokken zijn bij de ondersteuning van open leermiddelen samen een dag met sessies georganiseerd bij de OpenEd conference. Voor mij precies wat me over de streep trok om onze collega Ria Jacobi van O2 te volgen naar de conferentie.

Ria en ik werken aan de manier waarop we bij de HvA open leermiddelen kunnen maken en gebruiken. Met de SIG Open Education zou Ria naar Washington reizen en ik vroeg me af wat andere bibliotheken doen bij de implementatie en ondersteuning van open leermiddelen, dus ik ging met haar mee.

 

Kosten van tekstboeken

Direct was al duidelijk, en dat bleef zo gedurende de rest van de conferentie, dat er een heel groot verschil bestaat wat betreft de redenen voor de promotie en verspreiding van het gebruik van open leermiddelen tussen de VS en Nederland, en dat is het kostenaspect. In de VS wordt OER gebracht als de manier om kosten voor studenten te beperken en zo onderwijs voor meer studenten open te stellen. In Nederland is het kostenaspect maar één van de redenen is om open leermiddelen te gaan gebruiken. Belangrijker vinden wij de kwaliteitsvoordelen en efficiencywinst: de kwaliteit van leermiddelen gaat omhoog als docenten elkaar helpen en elkaars cursussen gebruiken en daarnaast is het veel minder werk als niet iedereen zijn eigen cursus bouwt. Deze argumenten spelen misschien wel een rol in de VS, maar werden veel minder genoemd.

Afgezien van dit verschil, was de manier waarop bibliotheken werken, wel heel vergelijkbaar. Terwijl de meeste informatie specialisten kennis opbouwen over beschikbare leermiddelen, hebben ze nog veel 'awareness raising' te doen en moeten ze ook vaak uitleggen wat de bibliotheek kan doen. Wat ze doen, is meer dan in Nederland nog gebruikelijk is. De OER librarian gebruikt allerlei zoekmethoden om relevante leermiddelen te vinden voor hun eigen docenten en onderzoekers. Daar maken ze ook lijsten van die ze op blogposts of libguides beschikbaar stellen en soms helemaal 'tailor made'  maken voor specifieke onderwijs/onderzoeksgroepen.

 

Bibliotheek zoekt open materiaal

California State University had een aantal interessante praktische werkwijzen opgepakt. Zo zijn zij gaan werken met de boekenlijsten die voor alle cursussen werden opgesteld. Die lijst vergeleken ze met open beschikbare e-books of door de bibliotheek aangekochte licenties. Zo kunnen ze in veel gevallen een alternatief bieden waardoor studenten niet verplicht zijn het dure boek te kopen. Ook hier is het weer opvallend dat het voordeel hierbij gezien wordt als een kostenreductie. Ik vind dit een enorm interessante benadering die ik graag zou willen volgen, maar zou het zien als een mogelijkheid digitale alternatieven te bieden om het onderwijs op een andere manier vorm te geven.

California State heeft ook een zoekfunctie voor OER ontwikkeld. Dit is geen technische  benadering, maar een ingericht proces. Werkstudenten worden ingezet om zoveel mogelijk materiaal bij elkaar te zoeken en ze presenteren dat per vakgebied. Dit roept de vraag op of er niet beter gewerkt kan worden aan een repository waar al dit materiaal verzameld kan worden zodat er niet zo uitgebreid gezocht hoeft te worden. Daar hadden ze zelf ook aan gedacht. Zo kwam heel duidelijk het probleem naar voren dat speelt bij het opzetten van repositories voor open leermiddelen: er is zo veel en vaak past het niet bij de cursus die iemand geeft, heeft het net niet het juiste niveau of is de kwaliteit gewoon niet hoog genoeg. Ditzelfde argument werd vaker genoemd gedurende de volgende presentaties en andere dagen van OpenEd: repositories zijn moeilijk, ze bieden een 'ocean of options while faculty are looking for a pond full of high quality relevant options'.

 

Nederlandse repository voor OER?

Hiermee werd een van mijn vragen beantwoord waarmee ik naar Washington vertrok: hebben we een repository voor open leermiddelen nodig? Een vervolg of een uitbreiding op Wikiwijs? Vanuit mijn rol als voorzitter van de adviescommissie voor de HKI (HBO Kennisinfrastructuur) vraag ik mij af of Sharekit en de HBO Kennisbank daarvoor ingezet zouden kunnen worden. De meningen zijn verdeeld. Het lijkt zo klip en klaar: het zou zonde zijn als iedere instelling een eigen repository bouwt, of de open leermiddelen beschikbaar stelt maar niet algemeen doorzoekbaar maakt, niet gestandaardiseerd beschrijft en opslaat. Maar wat hebben we dan nodig? Moeten we dan weer een infrastructuur ontwerpen, een database aanmaken, een platform bouwen? Dat is toch niet meer de manier waarop we dat nu doen? Zelfs al maken we een platform waar we elkaars (en dan heb ik het even alleen over Nederland) content kunnen vinden, dan moet iedereen dat ook zelf nog ergens opslaan. Als we een vergelijking maken met de repositories: alle universiteiten hebben een eigen institutional repository van waaruit ze de publicaties nationaal en internationaal delen. Die infrastructuur kan ook ingezet worden voor leermiddelen, of niet? De hogescholen maken gezamenlijk gebruik van de repository dienst Sharekit, die ook geschikt is voor leermiddelen. Daar kan een ieder de leermiddelen in opslaan, kan het niet vanuit daar ook gedeeld worden?

 

Het ‘oceaan probleem’

Het gevaar van een ‘oceaan aan leermiddelen’ waarin men niet kan vinden wat men zoekt, speelt ook hier. Dat begreep ik 's avonds bij het door Surf georganiseerde Nederlandse diner. Hogescholen hebben hun leermiddelen opgeslagen in Wikiwijs, maar dat bleek niet aan een duidelijke behoefte te voldoen. De experts zeggen dat dat komt door het 'oceaan probleem': te veel om uit te kiezen, te onduidelijk hoe het aansluit bij wat iemand echt nodig heeft. Voor universiteiten speelt daarnaast nog dat zij internationaal delen binnen hun eigen discipline en weinig heb aan een 'subset' van Nederlands materiaal.

Of het antwoord dan dus inderdaad luidt, dat we geen gedeelde leermiddelenrepository nodig hebben, durf ik niet meteen te zeggen. Maar het ligt wel minder voor de hand dan ik voor deze reis dacht. Absoluut een onderwerp om te bespreken, maar misschien meer uitgaande van het probleem in plaats van te beginnen bij de oplossing. Hoe kunnen we elkaar helpen de juiste resources te vinden, hoe kunnen we alles wat we maken het best met elkaar delen? En mocht daar dan toch een portal of repository voor nodig zijn, dan weten we dat de HBO Kennisbank en Sharekit daarvoor ingezet kunnen worden.

 

Open Educational Resources en Open Access (OER en OA)

Een van de keynote speakers van de OpenEd was Heather Jones van SPARC. Ze sprak over het hoe en waarom van open access. Een fantastische presentatie, echt heldere, onontkoombare argumenten. Maar wat was het verband met open leermiddelen? En waar zit in dit soort presentaties de vernieuwing?

Al jaren vecht men voor open access. Zeer belangrijk en als je de argumenten weer hoort, eigenlijk onbegrijpelijk dat dit nog uitgelegd moet worden. Het is echter ook al jaren hetzelfde verhaal, terwijl de manier waarop wij informatie delen enorm aan verandering onderhevig is. Alsof de enige manier om wetenschappelijke resultaten met de wereld te delen via een geschreven artikel in een tijdschrift is.

Het peer reviewed artikel is hetgeen waarop onderzoekers worden afgerekend. Als dat niet verandert, zal er verder ook niet veel veranderen. Maar het gevaar bestaat wel dat dat slechts nog een excercitie is voor de administrators, terwijl het echte lezen, onderzoeken en delen elders gebeurt. Onderzoekers delen concepten en ideeen via LinkedIn, facebook en blogs, ze maken deel uit van online communities waar data gedeeld kunnen worden en hypotheses getest.

Het verband tussen Open Access en OER zit in het gebruiken van de resultaten van onderzoek in het onderwijs. Goede opleidingen gebruiken de laatste resultaten van onderzoek in de opleiding van studenten. Dat kan alleen als die resultaten ook gedeeld mogen worden en de onderzoeker/docent zijn copyright niet aan de uitgever heeft gegeven en vervolgens zijn eigen materiaal niet kan gebruiken voor zijn eigen lessen. Goed open lesmateriaal moet de resultaten uit onderzoek bevattten. En kan niet gemaakt worden als de resultaten uit onderzoek achter slot en grendel zitten.

Eigenlijk ligt het dus enorm voor de hand: OER kan niet zonder OA en vice versa. Toch heb ik mij gedurende drie dagen OpenEd afgevraagd waarom dat verband geen enkele keer aan de orde kwam? Ik verwacht dat dit op de volgende editie van de OpenEd anders zal zijn. De keynote speakers wezen ieder al op het belang niet alleen open aan onderwijs te werken, maar dat te plaatsen in een grotere ontwikkeling richting open wetenschap. Daarnaast zien we, ook in Nederland, een ontwikkeling waarbij hogescholen zich steeds meer gaan richten op onderzoek en de resultaten van onderzoek in hun onderwijs gaan gebruiken en tegelijkertijd een ontwikkeling bij de universiteiten waar het onderwijs in de spotlights staat, met online courses en MOOCs. Open Access en Open Education zullen dus steeds meer in dezelfde context besproken worden.

Of ik er zelf weer bij ben de volgende OpenEd? Daarover twijfel ik nog. De traditionele opzet van de conferentie en het gebrek aan aandacht voor interactie en social media maken mij nieuwsgierig naar de internationale variant, wellicht dat daar meer vernieuwing te vinden is?

 

Hilde van Wijngaarden, Hogeschool van Amsterdam
 


REACTIES


Geen reacties gevonden.

PLAATS REACTIE