Artikel

Laatst bewerkt door SURFspace op 20-12-2011 14:33

Recensie van het boek "leernetwerken"


Leernetwerken, kennisdeling, kennisontwikkeling en leerprocessen
Door Peter Sloep, Marcel van der Klink, Francis Brouns, Jan van Bruggen en Wim Didderen

(ISBN 97890.313.8920.9)

Soms krijg je een boek in handen, waarbij je je tijdens het lezen realiseert dat je er op zat te wachten.

Dat was voor mij het geval bij het lezen van het boek “Leernetwerken”. Hoewel digitale leeromgevingen gemeengoed zijn in het hoger onderwijs, staat de waarde van het didactisch gebruik ervan geregeld ter discussie. De Wetenschappelijk Technische Raad van SURF signaleerde vorig jaar zelfs een kanteling in het denken over de digitale leer- en werkomgeving, (DLWO) van een prominente aandacht voor didactisch gebruik naar meer aandacht voor de ondersteuning van processen (met het doel om daarbij tijd en ruimte vrij te maken voor het primair proces). Dat leverde de nodige discussie op, ondermeer in de Special Interest Group DLWO, want een ieder die zich bezig houdt met “ICT en onderwijs” blijft de uitdaging voelen om juist het leerproces te optimaliseren met behulp van een digitale omgeving…

Non- formeel leren in leernetwerken

Het boek “Leernetwerken” bakent het begrip leernetwerk af door te focussen op een specifieke  “vorm” van leren, het non-formele leren. Non-formeel leren wordt gepositioneerd tussen het “formele”, het geïnstitutionaliseerde en certificerende onderwijs en het “informele” leren, het leren dat altijd en overal plaats vindt. Bij non-formeel leren is sprake van een duidelijke “leerintentie”. Het is doelgericht, vanuit de “lerende” zelf, maar mogelijk ook geïnitieerd vanuit een bedrijf of instelling.
 Leernetwerken worden eigenlijk per definitie digitaal gevormd en ondersteund. De digitale mogelijkheden doorbreken barrières van tijd en ruimte en bieden gelegenheid resources te ontsluiten en mensen en expertise aan elkaar te koppelen. De onderliggende vraag is echter: hoe vindt daadwerkelijk “leren” in zo’n netwerk plaats? Wat betekent “kwaliteit van leren” in zo’n netwerk? Hoe   ontwerp en onderhoud je zo’n netwerk? Van welke applicaties of services kun je daarbij gebruik maken?

Acht herkenbare casusbeschrijvingen

In het eerste hoofdstuk van het boek worden acht casusbeschrijvingen gegeven die in het boek als kapstok fungeren. In de eerste vier casussen gaat het om een persoonlijk “leerdrijfveer”. Bij de andere vier betreft het een leerintentie vanuit een bedrijf of vereniging.
In de casusbeschrijvingen wordt goed duidelijk wat het non-formele karakter in elke situatie betekent. Soms betreft het een leerbehoefte op een korte termijn- je snel willen inwerken in een nieuw vakgebied of op lange termijn, -zoeken naar lotgenoten voor gedachtevorming en kennisdeling nodig bij het opvoeden van een autistisch kind. Soms heel praktisch; kennis over de restauratie van een klassieke motorfiets, en soms heel strategisch; het vergroten van de innovatiekracht van een klein bedrijf of juist het bundelen van kennis binnen een multinationaal bedrijf (If IBM only knew, what IBM knows - geldt dat ook niet voor instellingen van hoger onderwijs?).

De didactiek van leernetwerken

Vanuit de acht casusbeschrijvingen gaat het boek vervolgens de diepte in, waarbij de focus enerzijds duidelijk  ligt op de didactiek van leernetwerken; het opbouwen van het netwerk, het samenbrengen van mensen, verschillende vormen van leren (en samenwerken) binnen een netwerk, het voorwaardelijk “scheppen van vertrouwen”. Terwijl het zich anderzijds uiteraard richt op de technische aspecten, zoals de mogelijke ontwerpbenaderingen van een leernetwerk (participerend ontwerpen), het inzetten van profielen, het opbouwen uit beschikbare componenten (“open social”) en technieken om kennis te structureren en te ontsluiten (“BRATS”diensten), en een beschrijving van mogelijk aan te bieden (leer)diensten in het netwerk.
Wat me bijzonder aanspreekt in het boek is dat de “didactische” invalshoek behouden blijft en dat het zich niet verliest in de techniek, terwijl het voldoende concreet blijft om praktische handvatten te bieden bij een daadwerkelijk ontwerp van een leernetwerk.

Klein wit vlekje

Soms worden er wat omgevingen en mogelijkheden met namen genoemd, als Google, Netvibes, Twitter. Wat ik jammer vind, is dat als er, juist in het kader van het ontwerpen van  leernetwerken in een bedrijfsmatige  setting,  geheel voorbij wordt gegaan aan de ontwikkelingen en mogelijkheden  in  het aanbod van de grootste speler in die bedrijfsomgevingen.  Want ook  in het momenteel zo gepropageerde “nieuwe werken”  speelt de leerintentie van de kenniswerker immers een belangrijke rol.

Netwerken voor non-formeel leren en de instellingen voor hoger onderwijs?

Is het boek interessant voor docenten en medewerkers binnen het ” formele” hoger onderwijs? Als we deze instellingen positioneren als moderne kenniscentra waarin docenten, medewerkers en studenten , naast de expliciete formele activiteiten, ook in de rol van kenniswerkers leren en werken, dan is dit boek een bruikbaar handboek. Het zet je ongetwijfeld aan het denken bij het gebruik van de reguliere leeromgeving in de traditionele setting. Wat mij betreft is het daarom verplichte literatuur voor ICTO medewerkers, onderwijskundigen en een ieder die zich wil verdiepen in de didactiek van online leren.

Naam indiener:
Nico Juist

Emailadres indiener:
Nico.Juist@Inholland.nl

Indieningdatum:
28-9-2011

Bijlage:
Website van het boek bij de Open Universiteit

Bijlage:
Het boek 'Leernetwerken' is te koop bij Bohn, Stafleu van Loghum

Bijlage:
Het boek 'Leernetwerken' is te koop bij Bol.com


REACTIES


Geen reacties gevonden.

PLAATS REACTIE