Artikel

Laatst bewerkt door SURFspace op 20-12-2011 16:06

Durf te experimenteren!

Peter van ’t Riet richt zich met het lectoraat ICT en Onderwijsinnovatie van Hogeschool Windesheim vooral op de organisatie van het onderwijs. Daarbij laat hij zich niet alleen leiden door vragen uit de praktijk. ‘We kiezen onderwerpen waarvan we denken dat ze in de toekomst belangrijk gaan worden.’

Het lectoraat ICT en Onderwijsinnovatie is in september 2007 ontstaan met de gedachte dat het belangrijk is voor een hogeschool om onderzoek te doen naar onderwijsinnovatie in relatie met ICT. Kenmerkend is dat het lectoraat zich vooral richt op het meso-niveau van het onderwijs:  de organisatie van de instelling en opleiding. ICT&O innovaties worden vanuit organisatieperspectief bekeken. Het accent ligt op de vraag: hoe organiseer je het onderwijs met elkaar en welke rol speelt ICT hierin?

Wie zijn er allemaal betrokken bij het lectoraat?

‘Ik heb een onderzoeksprogramma opgesteld en daar zelf mensen bij gezocht, die zich hiervoor minimaal twee dagen in de week inzetten. De kenniskring bestaat uit vijf mensen. Zij hebben allemaal een focus op één van de onderzoekslijnen van het lectoraat. We komen regelmatig bij elkaar om resultaten te bespreken en ervaringen uit te wisselen. Als het kan, werken we ook samen met andere lectoraten binnen de hogeschool die zich bezig houden met ICT, zoals bijvoorbeeld in de zorg.’

De organisatie van het onderwijs is één van de belangrijkste speerpunten van het lectoraat. Hoe uit dit zich in de onderzoeksprojecten waarin het lectoraat participeert?

‘Binnen het lectoraat zijn er verschillende onderzoekslijnen, bijvoorbeeld de onderwijslijnen onderwijslogistiek en de rol van ICT daarin, ketenintegratie, ICT ten behoeve van competentiegericht onderwijs en virtuele werelden. In 2009 heb ik zelf onderzoek naar onderwijslogistiek gedaan bij acht hogescholen. Het was een inventariserend onderzoek naar knelpunten in de plannings- en roosterprocessen. Het onderzoek heeft veel inzichten opgeleverd die deels al latent aanwezig waren. Uit het onderzoek bleek dat er knelpunten zijn op alle niveaus van de organisatie, aangezien er veelal sprake is van een lappendeken van afdelingen. Veel knelpunten hangen ook samen.  Het blijkt erg lastig om een instellingsbreed plannings- en roosterbeleid te ontwikkelen. De onderzoeksresultaten staan, samen met concrete voorbeelden, beschreven in een onderzoeksrapport (zie bijlage) dat binnen de hogescholen wel een rol is gaan spelen. Ik houd er veel presentaties over op allerlei congressen, want het is een onderwerp dat leeft. Veel managers worden zich meer bewust van het feit hoe complex de onderwijslogistiek is en welke problemen er nog allemaal zijn.’

Hoe kan ICT de logistiek dan verbeteren?

‘Vaak bestaat de informatiehuishouding van hogescholen uit losse systemen, die weinig samenhangen. Daardoor ontstaat dus een chaotische lappendeken. Het kost veel tijd om informatie uit ene systeem te vergelijken met die in een ander systeem. Dus alleen al bij de inrichting van het ICT-landschap valt er zo ontzettend veel te verbeteren. Net als dat het belangrijk is een goede informatiearchitectuur te ontwikkelen. Tot op heden is daar veel te weinig instellingsbrede aandacht voor. Er is geen sprake van IT-governance, zoals in de V.S.’

Een andere onderzoekslijn is ‘Kwaliteit van e-learning’.  Wat houdt deze onderzoekslijn in?

‘Wat doen docenten als collectief met ICT in het onderwijs? Kunnen we een beeld geven van waar een opleiding staat wat betreft ICT&O? Welke rol kunnen managers hierin vervullen? Hoe wordt er gebruik gemaakt van informatiesystemen en elektronische leeromgevingen? Dit soort vraagstukken worden binnen deze onderzoekslijn behandeld. Dit onderzoek is representatief voor het onderzoek binnen het lectoraat. Op dit moment zijn we bezig met de ontwikkeling van een meetinstrument om te kunnen bepalen wat docenten precies doen. Er is namelijk wel onderzoek gedaan naar wat wenselijk is, maar weinig naar wat er exact gedaan wordt op het gebied van ICT&O door docenten. Er is bijvoorbeeld heel weinig bekend over bepaalde factoren die het gebruik van ICT bevorderen of belemmeren. Daar wordt nu in deze onderzoekslijn verder aan gewerkt.’

Wat is jullie visie op het gebruik van ICT als ondersteuning van leerprocessen?

‘ICT is natuurlijk een terrein dat ontzettend in ontwikkeling is. Ook op micro-niveau zijn er buitengewoon veel mogelijkheden die je nooit allemaal kunt gebruiken en ontwikkelen. Je moet eerst nadenken over wat je onderwijskundig wilt bereiken. Op meso-niveau moet je veel meer investeren in een goede informatiearchitectuur en een investering in je systeemlandschap. Er zou veel meer sturing moeten komen op ICT in het onderwijs. Maar bestuurders laten zich niet zo gemakkelijk vertellen wat ze moeten doen.’

Waarmee onderscheidt het lectoraat zich van andere lectoraten en onderzoeksinstellingen die zich bezig houden met ICT en onderwijs?

‘Over het algemeen laten we de onderzoeksonderwerpen wat minder bepalen door vragen vanuit het werkveld. We kiezen veel meer zelf de onderwerpen waarvan we denken dat ze in de toekomst belangrijk gaan worden. Een voorbeeld is ‘business intelligence’. We kijken dus niet alleen naar huidige behoeftes, maar ook naar trends en ontwikkelingen: wat is over vijf jaar interessant? Dit is dus een vrij eigenwijze methodiek.’

En hoe reageren scholen op die eigenwijsheid?

‘Je ziet dat onderzoeksresultaten door deze werkwijze vaak leiden tot een stuk bewustwording in instellingen. Dat vind ik ook het interessantst: ze zijn zich minder bewust van de behoefte, maar het resultaat leidt juist tot bewustwording. Voor virtuele werelden, zoals second life, ontstaat hier in de hogeschool bijvoorbeeld opeens veel meer belangstelling. Die zou niet zijn ontstaan als we daar niet zoveel aan hadden gedaan. Er zijn nu een aantal leuke onderwijsvormen ontwikkeld, zoals een virtueel triviant spel, waar je allerlei vragen in kunt stoppen, dat studenten met elkaar kunnen spelen en waar ze dus gaandeweg hun kennis mee kunnen toetsen. Er komen veel meer docenten en vakgroepen die nu zeggen ‘dat is interessant’, en die willen aanhaken. Op het moment dat je iets kunt laten zien, groeit de belangstelling.’

Stel dat ‘the sky is the limit’ is op gebied van ICT en Onderwijsinnovatie en SURFspace kan een droom in vervulling laten gaan. Welke droom zou dat dan zijn?

Peter aarzelt even. ‘Ik realiseer me altijd dat praktische toepasbaarheid heel erg afhangt van de omstandigheden. Ik heb in het verleden wel toepassingen bedacht, maar het eindstadium zoals ik dit voor ogen had werd nooit bereikt. In de praktijk lopen zaken altijd heel anders. Dus ik ben wat bescheidener geworden in dat opzicht. Maar ik zou graag meer experimenteren met het creëren van meer flexibiliteit in het onderwijs. Bijvoorbeeld door heel andere vormen van planning en roostering toe te passen, zoals docentloos roosteren. Dat betekent dat er eerst een goed rooster wordt gemaakt voor studenten en daarna worden de lessen verdeeld met het docententeam. Daardoor zou er meer flexibiliteit ontstaan. Docenten zouden veel meer zelf van achter hun computer moeten kunnen regelen. Het systeem moet daarvoor wel kunnen uitrekenen wat de gevolgen van een verandering zijn voor rest van het rooster, en dat van collega’s. Hiervoor bestaat er nog geen goed ondersteunend ICT-systeem. Het is dus de bedoeling dat er systemen worden ontwikkeld die veel interactiever zijn. Soms is er wel een vakgroepdocent die het leuk vindt om daarmee te experimenteren, maar dan willen de andere leden van de vakgroep het weer niet. Dat zou ik graag anders zien.’

Welke aanbevelingen/oproep/vragen zouden jullie aan de lezers van SURFspace, professionals op het gebied van ICT & O &O willen doen/stellen?

‘Als je naar flexibilisering van onderwijs wilt, moet je naar flexibilisering van je organisatie toe. Dus ga eens experimenteren, durf eens wat en laat je niet altijd leiden door de angsthazen in de organisatie die alles bij het oude willen houden.’

Zie de website van het lectoraat ICT en Onderwijsinnovatie voor meer informatie en publicaties.

Bijlage
Onderzoeksrapport.pdf


REACTIES


Geen reacties gevonden.

PLAATS REACTIE