Artikel

Laatst bewerkt door Hester Jelgerhuis op 13-10-2013 13:08

Waarom Open Educational Resources?

Er zijn vele argumenten en strategische motieven waarom onderwijsinstellingen voor open educational resources (OER) zouden kunnen kiezen. Dat hangt onder meer af van de eigen strategische doelen, interne en externe factoren, en de gewenste positie binnen het veld van OER-belanghebbenden. Het vrij beschikbaar stellen van open leermaterialen kan voor onderwijsinstellingen, docenten en studenten veel voordelen opleveren, maar er zijn ook aandachtspunten te noemen bij de overweging om open educational resources in te zetten in het onderwijs. Hieronder geven we een korte beschrijving van achtereenvolgens de voordelen en de aandachtspunten.

 

Motieven om OER in te zetten

Veel onderwijsinstellingen worstelen met de vraag of en hoe open educational resources (OER) passen binnen de strategie en het beleid van hun instelling: wat is de impact van het (her)gebruiken en het delen van OER? Waarom zou je daar als instelling op in willen zetten? Waarom zou je als onderwijsinstelling, zeker in financieel zware tijden, besluiten je leermaterialen 'weg te geven' en te delen? Wat is de achterliggende businesscase? Die vraag kan heel verschillend worden beantwoord, omdat universiteiten en hogescholen verschillende motieven kunnen hebben om in te zetten op het (her)gebruik van open leermaterialen.

Hierbij is het allereerst relevant om op te merken dat het open toegankelijk maken van leermaterialen iets anders is dan het open toegankelijk maken van onderwijs; onderwijs is immers niet hetzelfde als leermaterialen verspreiden. De content is slechts een van de componenten van onderwijs. Naast onderwijsmateriaal zijn bijvoorbeeld begeleiding, interactie tussen studenten en docenten en de onderwijscontext onmisbaar in een kwalitatief hoogwaardig onderwijssysteem.

De veelgehoorde vrees van instellingen dat zij door het open beschikbaar stellen van onderwijsmateriaal studenten verliezen lijkt ongegrond (Janssen et al, 2012). Naast open leermateriaal is de interactie met docenten en medestudenten immers essentieel voor goed onderwijs. Instellingen die hun materiaal open beschikbaar stellen ervaren juist dat studentenaantallen stijgen, omdat studenten aangetrokken worden door de inhoud en de kwaliteit van het onderwijs (Carson et al, 2012).

Een ander punt van zorg voor onderwijsinstellingen die overwegen om OER in te zetten is het businessmodel: wat zijn de motieven, wat zijn de kosten-baten, en hoe krijg je iets terug voor het extra werk dat je stopt in het open toegankelijk maken van leermaterialen? Een oplossing voor dit vraagstuk is ervoor te zorgen dat de leermaterialen voor de eigen groep studenten bijna klaar zijn om open beschikbaar te worden gesteld, bijvoorbeeld door vanaf het begin rekening te houden met auteursrechten en alles zoveel mogelijk digitaal te ontsluiten. Dat hoeft niet veel extra te kosten als het eenmaal onderdeel is van het reguliere onderwijsproces.

 

mqdefault.jpg
Een OER-Hollands landschap -- impressie video-interviews bestuurders

Wereldwijd stellen hogescholen en universiteiten steeds vaker onderwijsmateriaal open beschikbaar. Het gebruik van platforms als iTunes U, YouTube EDU voor leermaterialen en Coursera voor massive open online courses (MOOC's) is explosief gestegen. Nederlandse hogescholen en universiteiten nemen ook...

 

Andere motieven om wel in te zetten op OER zijn:

Verbeteren studiekeuzeproces: aankomende studenten kunnen veel baat hebben bij open leermaterialen, omdat zij daarmee een gedetailleerd en realistisch beeld kunnen krijgen van de inhoud en de kwaliteit van het onderwijs aan een universiteit of hogeschool en zo beter in staat zijn een juiste studiekeuze te maken. In die zin kunnen OER een waardevolle aanvulling zijn op de meer traditionele studievoorlichting (Schuwer, 2011) en wellicht op termijn zorgen voor een verschuiving van werving van zoveel mogelijk naar werving van de beste studenten. OER kunnen ook zittende studenten helpen bij het bepalen van hun studieroute; als student heb je de beschikking over een enorme schat aan leermateriaal per cursus of docent, en krijg je goed zicht op de inhoud van cursussen.

Verhogen studierendement en studenttevredenheid: door de (wereldwijde en 24/7) beschikbaarheid van open leermaterialen kunnen reguliere studenten verdieping zoeken op het onderwijs en zich beter voorbereiden op opdrachten en toetsen. Weblectures zijn hier een bekend voorbeeld van. Zo is er bewijs dat het gebruik van weblectures – van de eigen of van een andere universiteit - een positief effect heeft op het slagingspercentage van een cursus (Day, 2008 en Weblectures, van middel naar onderdeel van de onderwijsmethode). OER kunnen ook worden ingezet om studenten bij te spijkeren en zo het rendement te verhogen. De beschikbaarheid van uiteenlopende open leermaterialen zorgt ervoor dat studenten de materialen kunnen gebruiken die het beste bij hun eigen leerstijl passen. Ook excellente studenten kunnen veel baat hebben bij OER, en wellicht liggen er kansen voor OER in het honoursonderwijs. Oftewel, open leermaterialen kunnen ook ingezet worden voor differentiatie en maatwerk in het onderwijs.

Kwaliteitsboost: door leermaterialen open beschikbaar te stellen neemt ook de kwaliteit van de materialen toe, zo blijkt onder meer uit een onderzoek onder MIT-docenten (Parker, 2012, ook beschikbaar als lezing). Het zet bij docenten, studenten en andere producenten van OER een proces in gang om extra kritisch op de inhoud en presentatie van de leermaterialen en cursussen te zijn. Er is een extra kwaliteitsimpuls als leermateriaal voor iedereen beschikbaar wordt gesteld, ook als visitekaartje voor een onderwijsinstelling. Daarnaast biedt de analyse van data over studiegedrag en studieresultaten van studenten (learning analytics) in combinatie met open leermateriaal nieuwe mogelijkheden. Hierdoor krijgen docenten inzicht in welke leermaterialen al dan niet effectief zijn of welke student op welk onderdeel hulp nodig heeft. Dat maakt het voor docenten mogelijk om zelfs met grote studentenaantallen individuele studenten het juiste materiaal op het juiste moment te bieden, wat ook een impuls aan de kwaliteit kan geven. Tot slot zetten open educational resources de deur open voor een inhoudelijke dialoog met de rest van de wereld; de materialen kunnen bekeken worden door een potentieel grote groep van gebruikers die feedback voor verbeteringen kunnen geven aan de auteur. De inhoud van de leermaterialen is voortdurend aan een strenge beoordeling  door ‘peers’ en commentaar onderhevig, vanwege het feit dat de bronnen publiekelijk toegankelijk zijn. De feedback van gebruikers komt de kwaliteit en duurzaamheid ten goede.

Profilering: universiteiten en hogescholen kunnen aan een wereldwijde doelgroep laten zien wat zij qua onderwijs(kwaliteit) in huis hebben door hun onderwijsmaterialen in de etalage te zetten. Open gepubliceerde kwalitatief hoogwaardige leermaterialen kunnen zo een grote impact hebben op de reputatie van de instelling. Ook individuele docenten kunnen zich (inter)nationaal profileren met hun leermaterialen, en daarmee een breed publiek bereiken.

Werving van getalenteerde studenten en medewerkers: open leermaterialen kunnen dienen als effectieve ‘marketingtools’, waarmee instellingen nieuwe doelgroepen bereiken. Door bestaande leermaterialen open te stellen bereik je als onderwijsinstelling niet alleen je relatief kleine groep ingeschreven studenten, maar ook getalenteerde potentiële studenten, 'self learners', wetenschappers en het bedrijfsleven in binnen- en buitenland. Zo is er bewijs dat de instroom van studenten toeneemt bij instellingen die hun leermateriaal open toegankelijk maken (Carson et al, 2012). Ook uit onderzoek van de Open University UK blijkt dat het aanbieden van open leermateriaal impact heeft op de instroom van betalende studenten. Terry Anderson van de Athabasca University schrijft hierover op zijn blog: "The impact of this exposure seems to equal other media used by regular promotions vehicles of the OU, but at ¼ the budget AND the brand awareness is huge." Ook kan het aanbieden van OER helpen in het aantrekken van goede docenten en onderzoekers, en in het creëren van nieuwe partnerschappen met instellingen over de hele wereld. Door zichtbaar te maken waar hun kennis en expertise ligt, kunnen instellingen nieuwe belangstelling uit binnen- en buitenland trekken waardoor nieuwe kansen voor samenwerking kunnen ontstaan, ook op het gebied van wetenschappelijk onderzoek en opdrachten van derden.

Een leven lang flexibel leren: OER maken het voor een grote wereldwijde groep die geen toegang heeft tot het reguliere onderwijs mogelijk om toch aan het hoger onderwijs deel te nemen, en zich een leven lang te blijven ontwikkelen. Studenten en self-learners hebben immers altijd en overal toegang tot kwalitatief hoogwaardige leermaterialen, die zij kunnen gebruiken voor het vergaren van kennis en het zich eigen maken van vaardigheden ten behoeve van hun studie, hobby of werk. Deze flexibiliteit van leren kan ook bereikt worden door de materialen aan eigen studenten aan te bieden in die periodes dat het reguliere college niet gegeven wordt. Gekoppeld aan extra tentamenmogelijkheden kan zo op een efficiënte wijze studenten een extra kans op halen van een vak geboden worden. Dit komt het studierendement ten goede.

Kennisvalorisatie: Open educational resources bieden ook veel kansen voor het verzilveren van kennis richting de maatschappij, oftewel voor valorisatie, een strategisch thema dat hoog op de agenda van hogescholen en universiteiten staat. Zo kan wetenschappelijke kennis in de vorm van open leermaterialen - van videocolleges tot complete open cursussen – worden gedeeld met een wereldwijde doelgroep van docenten, studenten en self learners. En is die kennis beschikbaar voor economische en/of maatschappelijke benutting.

Docentprofessionalisering: door intensiever gebruik te maken van het rijke aanbod van reeds beschikbare open leermaterialen – denk alleen al aan de open cursussen van MIT en Harvard – kan OER ook een steentje bijdragen aan docentprofessionalisering, een ander actueel thema binnen het hoger onderwijs. In dit kader is ook de aandacht voor OER binnen de pabo’s en lerarenopleidingen interessant.

Kostenbesparing en efficiency: omdat Open Educational Resources vrij beschikbaar en te gebruiken zijn, hebben docenten en studenten de beschikking over grote hoeveelheden leermateriaal, waaruit zij kunnen putten bij het ontwikkelen van hun onderwijs of als aanvulling of verdieping van hun leerproces. Dat kan schelen in ontwikkelkosten van leermaterialen en levert efficiencywinst op. Het hergebruik van OER kan zo ook bijdragen aan het realiseren van bezuinigingen. Daar staat tegenover dat het zoeken en vinden van geschikt open leermateriaal niet eenvoudig is (zie verderop bij vraagstukken en aandachtspunten) en dat er vaak nog een bewerkingsslag nodig is om het leermateriaal geschikt te maken in de eigen context. Er is echter nauwelijks literatuur beschikbaar die aangeeft of en hoeveel kostenbesparingen gerealiseerd worden. In Butcher & Hoosen (2012) staat een schatting van het aantal uur dat nodig om cursusmateriaal voor één studieuur te maken. Johansen & Wiley (2010) en Schuwer et al (2010) geven ver uiteenlopende kostenschattingen voor de productie van online materiaal, startend vanaf scratch of startend met reeds aanwezig cursusmateriaal dat geschikt moet worden gemaakt om open gepubliceerd te worden. Op basis van deze cijfers zouden instellingen in staat kunnen zijn de zoektijd naar geschikte open leermaterialen te maximeren om tenminste gelijke ontwikkelingskosten te hebben in vergelijking met de situatie zonder hergebruik van OER. Uit Johansen & Wiley (2010) kan wel worden geconcludeerd dat met name het zoeken naar elementen zoals animaties of video’s al snel de moeite waard is, omdat productie ervan duur is.

Delen als kernwaarde van de wetenschap: het delen van kennis is een kernwaarde van de academische gemeenschap. Een ander veelgehoord motief is de maatschappelijke rol van publiek gefinancierde onderwijsinstellingen om kennis te delen en naar buiten te brengen: resultaten van publiek gefinancierde activiteiten moeten ook publiekelijk toegankelijk zijn. Hier zit een duidelijke parallel met open access, waarbij vaak gezegd wordt dat onderzoeksresultaten verkregen met publieke middelen zo veel mogelijk openbaar toegankelijk dienen te zijn (zie o.a. NWO). 

Samenwerking over de grenzen: Open educational resources maken het makkelijk om nationaal en internationaal samen aan onderwijsmateriaal te werken en excellent materiaal te hergebruiken. Hiermee biedt het de student de mogelijkheid gebruik te maken van de beste docent in de wereld, onafhankelijk van de geografische locatie. Open educational resources kunnen een breekijzer zijn om van onderwijs een teamsport te maken, in plaats van een solosport. Een voorbeeld zijn de open cursussen voor Watermanagement aan de TU Delft die in aangepaste vorm hergebruikt worden door de University of Bandung in Indonesië en waarvan de aangepaste versies ook weer gebruikt worden door de TU Delft.

OER geven de mogelijkheid om voort te bouwen op de kennis en materialen die reeds beschikbaar zijn, en gezamenlijk (als deskundigen en andere geïnteresseerden) te werken aan het ontwerp van innovatief, duurzaam en virtueel cursusmateriaal. Door voort te bouwen op de bronnen en materialen die anderen reeds hebben gemaakt bieden OER de mogelijkheid de reikwijdte van kwalitatief hoogwaardige content in het publieke domein te vergroten.
 
Door het gebruik van open licenties en samenwerking over de grenzen komen open leermaterialen meer en meer beschikbaar in verschillende talen, al dan niet met behulp van communities van gebruikers. Zo worden de open cursussen van MIT door een zeer actieve community van Chinese studenten vertaald. 

 

Het kan de reputatie van een instelling veel goed doen, want: ‘wie weggeeft, komt te boek te staan als autoriteit,
aldus Paul Rullmann, lid van het College van Bestuur van de TU Delft

 


vraagstukken en aandachtspunten

Naast bovenstaande motieven om te investeren in de ontwikkeling en het (her)gebruik van open leermaterialen zijn er ook vraagstukken en aandachtspunten, zoals:

  • Kwaliteit en betrouwbaarheid: het grote aanbod aan OER maakt het voor de gebruiker niet alleen lastig om de relevantie van de leermaterialen te bepalen, maar ook om de kwaliteit daarvan vast te stellen. Er bestaat voor OER nog geen overkoepelend systeem van kwaliteitsbewaking, zoals dat wel wordt ingezet bij de publicatie van onderzoeksartikelen.
  • Auteursrechten en open licenties: om leermaterialen open toegankelijk te maken moet er gebruikgemaakt worden van open licenties; werken die onder deze licenties worden vrijgegeven mogen worden (her)gebruikt of aangepast.
  • Vindbaarheid: het aanbod van vrij beschikbare OER groeit wereldwijd snel, wat maakt dat voor de gebruikers een enorme rijkdom aan materialen en kennis openligt. Maar hoe vind je als gebruiker in dat brede en dikwijls versnipperde aanbod nu de juiste leermaterialen en open cursussen? In hoeverre werken de zoekmachines die meerdere collecties doorzoekbaar maken (zie ook overzicht zoals opgenomen in trendrapport OER 2012)?
  • Verdienmodellen: bij het onderwerp OER kun je niet zomaar voorbijgaan aan het onderwerp financiering. Zowel instellingen als uitgevers zullen zich door de komst van de OER moeten herbezinnen op hun verdienmodellen. Het ontwikkelen en ontsluiten van OER kan een instelling immers tijd en geld kosten. Wat krijg je daar als instelling voor terug? En hoe maak je het duurzaam?
  • Weerstand om te delen onder docenten, bijvoorbeeld door de angst om leermateriaal waar veel tijd in is gestoken 'zomaar weg te geven' of de angst voor kritische feedback van anderen.
  • Over de gebruikers van open leermaterialen is nog niet zoveel bekend: wie zijn nu eigenlijk de consumenten van OER? Zijn dat docenten of studenten van de eigen instelling of daarbuiten, zijn het aankomende studenten of mensen die uit nieuwsgierigheid of interesse de materialen raadplegen? Steeds meer instellingen proberen de gebruikersgroepen beter in kaart te brengen, zodat ze beter kunnen anticiperen op de wensen en behoeften van deze groepen. Zie ook het artikel OER vanuit het perspectief van studenten uit het trendrapport OER 2012.


Meer weten?

  • Zie publicaties en interessante artikelen in de SIG OER literatuurlijst. Met name de volgende artikelen geven een verdieping:
    • To share or not to share. Dit artikel schetst een beeld van ‘open faculty’: wat maakt dat wetenschappers hun materiaal al dan niet willen delen met een breed publiek? En hoe kunnen zij daarin ondersteund worden?
    • Guidelines for Open Educational Resources (OER) in Higher Education, waarin richtlijnen voor verschillende stakeholders (overheden, instellingen hoger onderwijs, docenten, studenten, accreditatieorganen) worden beschreven.
    • Hoe gebruikmaken van OER? (blz. 17). Dit artikel gaat in op de vraag hoe het hoger onderwijs kan profiteren van de toenemende hoeveelheid kwalitatief hoogwaardige open leermaterialen: hoe kunnen onderwijsinstellingen effectief gebruikmaken van OER in een onderwijssituatie om een betere leerervaring te bereiken?
    • Wat en hoe van OER. Een tweebladige flyer van Educause met een aantal basisgegevens over het wat en hoe van OER: omschrijving, waarom, nadelen, toekomst en implicaties voor leren en doceren.
    • Open boek OU. In dit boek geven diverse betrokkenen bij het onderwijsbeleid en hoger onderwijs in binnen- en buitenland hun visie op de OER-ontwikkeling in Nederland, de pro’s en contra’s,strategieën en trends.
    • Het proefschrift van Preston Parker. Hij heeft onderzoek gedaan naar hoe docenten bij MIT het Open CourseWare programma hebben ervaren. De resultaten staan vanaf pagina 52 genoemd. 
  • Zie het overzicht van presentaties en video's over OER.

 

Dit artikel is onderdeel van de reeks 'Kennismaking met OER'. Zie ook:

 


SIG's en subthema's: Open Education,Kennismaking

REACTIES


Geen reacties gevonden.

PLAATS REACTIE