Artikel


Waarom is het zo moeilijk om digitale bibliotheken en digitale leeromgevingen te integreren?

Oorspronkelijk gepubliceerd op www.e-learning.surf.nl op 01/12/2003

Praat je over e-learning en bibliotheeksystemen, dan denk je aan Hans Roes. In dit artikel licht hij toe, aan de hand van recente publicaties, wat er komt kijken bij de integratie van bibliotheekservices en e-learning. Wat kunnen we leren van recentelijk geevalueerde ervaringen in Engeland? En welke trends tekenen zich af?
Roes´ conclusie: de uitdaging begint duidelijker te worden. Instellingen moeten denken vanuit een service-architectuur (en niet vanuit een systeem-architectuur). Centrale regie is daarbij noodzaak.

De afgelopen vijftien jaar is er veel geld geïnvesteerd in de ontwikkeling van digitale bibliotheken. De afgelopen vijf jaar is e-learning stevig in opkomst. Het linken van digitale bibliotheken (DLs) en digitale leeromgevingen (DLOs) is een voor de hand liggende kans met een enorme potentie aan synergie. DLOs worden er rijker door en bieden studenten de mogelijkheid van toegang tot een wereld van informatie naast Google. DLs krijgen er een interessant kanaal bij om hun materialen - waarin overigens veel geld wordt gestoken - onder de aandacht van studenten te brengen. Dat de integratie van DLs en DLOs geen triviale zaak is, begint inmiddels duidelijk te worden. Dit artikel bespreekt recente ervaringen in Engeland en gaat in op een drietal rapporten die onlangs in de Verenigde Staten verschenen en die vanuit een wat hoger abstractieniveau de relatie tussen DLs en DLOs behandelen. In samenhang gelezen bieden ze een goed overzicht van de huidige stand van zaken en de uitdagingen die er liggen. Uitdagingen die verder reiken dan het domein van DLs en DLOs overigens. Uitdagingen die forse spanningen zullen gaan oproepen binnen verkokerde instellingen. Spanningen die alleen opgelost zullen kunnen worden door een zekere mate van centrale regie.

Ontwikkelingen in Engeland

In Engeland is door JISC het LinkER project uitgevoerd en zojuist afgesloten. LinkER is een evaluatie van een negental projecten binnen het JISC 'Linking Digital Libraries with Virtual Learning Environments' (DiVLE) programma. De eerste twee ´deliverables´ van dit project, een literatuurstudie alsmede een survey onder Engelse universiteiten, en een interim rapport over ´emerging issues´, zijn inmiddels beschikbaar via de LinkER website.

Hoe ver is Engeland met de integratie DL – DLO?

De resultaten van een eerste, nog beperkte, survey onder Engelse instellingen van hoger onderwijs zijn gebaseerd op een respons van 32 op 170 verstuurde enquêtes. In 2 instellingen was er geen activiteit op het gebied van integratie van DLs en DLOs. 12 Instellingen gaven aan in een initiële fase te verkeren, 18 instellingen hadden gevestigde programma's.

Technische integratie van DL en DLO brengt nog bredere integratie-kwesties met zich mee

De technische integratie van DL en DLO levert grote problemen op die te maken hebben met een aantal subonderwerpen zoals: metadata, digital repositories, learning objects, content management systems, authenticatie en autorisatie, digital rights management (DRM) en portals. Kortom, ga d'r maar aan staan, en merk op dat het nog niet eens gaat over didactiek. En zijn portfolio's niet vergeten? Merk ook op dat een aantal problemen niet specifiek voor DLOs of DLs zijn, bijvoorbeeld authenticatie en autorisatie en DRM.

Literatuurstudie naar DL – DLO integratie

Enkele trends:
  • Het initiatief tot samenwerking lijkt vooralsnog eerder uit te gaan van bibliotheekstaf dan van docenten. Dat spoort met de ervaringen in Nederland.
  • De beleidsmatige inbedding en steun van het instellingsmanagement is een kritische succesfactor. Helaas lijkt in Nederland de positie van veel bestuurders te zijn dat de digitale bibliotheken klaar zijn en dat het thema DLOs een volstrekt ander is.
  • Samenwerking tussen verschillende diensten binnen een universiteit lijkt een recept voor succes.
  • Een reden voor gebrekkige samenwerking zou kunnen zijn dat docenten de nodige bibliotheekvaardigheden ontbreken, en dan met name voor wat betreft DLs. Zoekgedrag wordt gevormd tijdens de studie en verandert daarna nog slechts moeizaam.
De literatuurstudie concludeert dat er weliswaar veel is gepubliceerd over DLs en DLOs afzonderlijk, maar dat er nog slechts weinig artikelen zijn die de brug tussen beide onderwerpen slaan. Uit de schaarse literatuur blijkt dat in de praktijk projecten vaak blijven steken in oppervlakkig linken vanuit de DLO naar de bibliotheekcatalogus of andere reference databases. De meeste vooruitgang wordt geboekt op het vlak van informatievaardigheden, met name het overzetten van bibliotheekinstructie naar een digitale leeromgeving. Het aloude probleem hoe dit soort instructie het best geïntegreerd kan worden met een vakinhoudelijke benadering blijft hierbij overigens keihard bestaan. De aandacht van bibliotheken voor het onderwerp DL - DLO is groeiende. Aangezien het initiatief vaak van bibliotheken komt is er nog weinig aandacht voor didactische aspecten. Een groot deel van de gepubliceerde literatuur gaat bovendien over ondersteuning van afstandsleren, terwijl het overgrote deel van de studenten nog steeds een voltijdse on-campus studie doet.

Welke lessen kunnen we leren uit Engelse ervaringen?

Het tweede LinkER rapport baseert zich op de evaluaties van de negen projecten binnen het JISC DiVLE programma en probeert trends te identificeren. Het gaat hierbij om voorlopige bevindingen. De volgende trends vallen op:
  • Er bestaan nog steeds enorm veel triviale technische problemen zoals firewalls waardoor externe toegang tot een leeromgeving wordt bemoeilijkt.
  • Bibliotheekstaf en docenten begrijpen elkaar niet altijd, en er is, als vanouds, veel geklaag dat docenten zo laat de verplichte literatuur doorgeven dat er moeilijk op ingespeeld kan worden. Aan de andere kant zouden bibliotheken begrip moeten opbrengen voor de wens van docenten om zaken gedurende een cursus bij te stellen, een van de leukere aspecten van digitale leeromgevingen, immers.
  • Wie is er nou verantwoordelijk voor het maken en onderhouden van de metadata van learning objects?
  • Meer algemeen kan een heroverweging van verantwoordelijkheden geconstateerd worden die kan leiden tot nieuwe functies en zelfs reorganisaties.
  • Docenten leggen een grote voorkeur aan de dag voor Google waar het gaat om het verzamelen van links voor integratie in een DLO. Ze maken nauwelijks gebruik van up to date onderwerpslijsten zoals die in Engeland bijvoorbeeld via RDN worden samengesteld door bibliothecarissen. De meeste docenten zijn wel op de hoogte van RDN, maar slechts 30 procent maakt er gebruik van, wellicht is dit illustratief voor projecten die vanuit bibliotheken geëntameerd worden. Bibliothecarissen doen waar ze goed in zijn, het verzamelen en organiseren van informatie, maar zijn kennelijk vergeten na te gaan of daaraan nu behoefte was bij docenten. Het is het aloude probleem met bibliotheken: er wordt een pracht collectie opgezet en vervolgens wordt er gewacht tot de klanten komen.
Dat het technisch ook allemaal nog niet meevalt blijkt uit de volgende opsomming:
  • De beschrijving van objecten levert problemen op, er is geen concordantie tussen bestaande bibliotheeksystemen als MARC, Dublin Core en die van in ontwikkeling zijnde standaarden voor learning objects zoals LOM en SCORM. Welke metadata worden opgeslagen in de DL, welke in de DLO? Een mogelijk conflict daarbij ontstaat omdat DLOs eerder dynamisch zijn, terwijl bibliotheeksystemen het liefst statische objecten beschrijven.
  • OpenURLs lijken de meest voor de hand liggende oplossing om diepe links vanuit DLOs naar DLs te maken.
  • Toegang tot content bij derden - lees commerciële uitgevers - is niet triviaal. Meer algemeen gaat het om access management. SURF heeft daaraan ook al aandacht geschonken met het NeReLiA project, dat echter nog geen concreet vervolg heeft gekregen.
  • Meer algemeen is er nog geen kant en klare oplossing voor authenticatie en autorisatie, laat staan DRM.
  • Er bestaat een spanning tussen het zoeken van software matige oplossingen voor bepaalde problemen (bijvoorbeeld Blackboard's Building Blocks) en de vraag of dat op de lange termijn wel zo'n verstandige aanpak is.
Kortom, wat de LinkER rapporten vooral duidelijk maken is dat de eerste praktische verkenning van de grenslijn tussen DLs en DLOs een hoop technische, culturele en organisatorische problemen aan de oppervlakte brengt. Een meer conceptuele benadering van de problematiek is er echter nog niet. Die benadering is wel te vinden in de drie Amerikaanse rapporten die hieronder worden besproken.

 

Conceptuele verkenning van de DL - DLO integratie

Rapport: Welke bijdrage bibliotheken kunnen leveren aan het verrijken van DLOs?

Een zojuist verschenen rapport van Online Computer Library Center (OCLC) onder redactie van McLean en Sander stelt de vraag welke bijdrage bibliotheken kunnen leveren aan het verrijken van DLOs. Het paper leest wat lastiger dan verwacht. Het combineert namelijk een zeurderig -waarom wordt onze expertise niet gebruikt, we worden niet betrokken in de keuze van een course, laat staan content management systeem-, met een zelfingenomen -wij zullen wel eens even zeggen hoe dat moet met metadata voor learning objects- toontje. De reden daarvoor is wellicht dat het paper tot stand kwam in een aantal overleggen van voornamelijk bibliothecarissen. In eerste instantie wordt vooral op hoog abstract niveau ingegaan op learning objects die in digital asset repositories bewaard zouden moeten worden. Daarbij wordt merkwaardig genoeg geen link gelegd naar de Open Archives ontwikkelingen, zelfs niet wanneer over distributed repositories wordt gesproken in dit verband. Na die diepgaande discussie over learning objects schiet het paper vervolgens door in oppervlakkige verbindingen, zoals de integratie van virtual reference services in DLOs. Tegelijkertijd komt het hele portalbegrip slechts in de marge aan de orde. De aandacht voor de culturele aspecten van de samenwerking tussen docenten, bibliotheken, rekencentra en onderwijskundige departementen is wel weer goed. Evenals de constatering dat die samenwerking nog maar nauwelijks van de grond komt. Als reden wordt gegeven het ontbreken van een gemeenschappelijke taal. Dat kan wel wezen, maar er komt natuurlijk ook een flink stuk territoriumdrift bij kijken. Dat vereist dat er een paradigm shift komt en er niet vanuit systemen wordt gedacht, maar vanuit services (die je met die systemen kan bouwen).

White paper: Waarom is het toch zo moeilijk om digitale bibliotheken en leeromgevingen met elkaar te integreren?

Een diepere verkenning van de problematiek vinden we bij Lynch and McLean (dezelfde) in een paper waarvan de eerste versie deze zomer werd gepubliceerd. McLean is nu niet voor OCLC in de slag, maar voor het IMS global learning consortium. Lynch, van de Coalition for Networked Information (CNI), staat daarnaast bekend om zijn brede benadering van digitale bibliotheken die in zijn visie slechts een onderdeel vormen van het veel bredere begrip academic computing. Het white paper begint dan ook met een directe vraag. Waarom is het toch zo moeilijk om digitale bibliotheken en leeromgevingen met elkaar te integreren? Lynch en McLean geven een aantal redenen:
  • Beide zijn in zichzelf al complexe omgevingen die zich bovendien autonoom snel ontwikkelen.
  • Stakeholders zien het probleem allemaal op hun eigen wijze, culturele en politieke factoren zijn niet te onderschatten, maar wie is nu de baas?
  • Er bestaat een spanning tussen korte termijn 'quick fixes' en lange termijn open systems oplossingen.
  • Er bestaat (nog) geen eenduidige terminologie voor bijvoorbeeld repositories en digital asset manegement.
  • Over en weer is sprake van veel onwetendheid.
  • Er is geen met IMS vergelijkbare groep in de wereld van digitale bibliotheken.
  • Bibliotheken spelen vooral binnen het hoger onderwijs een belangrijke rol. IMS gaat echter verder en bestrijkt ook andere onderwijsvormen (lager, voortgezet, bedrijfsleren) waar (digitale) bibliotheken een volstrekt andere, of soms zelfs geen, rol spelen.
  • Er bestaat geen onderliggend referentie-architectuur in de wereld van digitale bibliotheken, IMS kent die wel.
  • Er is sprake van compleet verschillende culturele contexten en onderling wantrouwen.
Hoewel het paper vooral een technische invalshoek heeft wordt wederom gehamerd op samenwerking. Dat kan alleen maar indien de nadruk wordt gelegd op services i.p.v. systemen. Uiteindelijk gaat het om coherent management van, toegang tot en zorg voor een breed spectrum van institutionele middelen (mensen, informatie, processen) ten behoeve van onderwijs, leren en onderzoek. Een groot probleem is dat - anders dan vaak gedacht - digitale bibliotheken nog lang niet af zijn. Ondanks pogingen tot integratie via bibliotheekportals (en dat is een heel wat beperkter begrip dan instellingsportals) als iPort of Metalib SFX, zijn de meeste digitale bibliotheken nog steeds lappendekens van interne en externe, al dan niet commerciële systemen die maar lastig geautomatiseerd met elkaar communiceren. Bovendien zijn ze niet georganiseerd op een wijze die uitgaat van gebruikersbehoeften, maar veeleer aanbodgeoriënteerd. Gevolg: de gemiddelde docent en student wordt zelfs op bibliotheekpagina´s die onderwerpsgewijs zijn opgezet overdonderd met een veelheid aan mogelijke informatiebronnen die soms wel, nog steeds vaak niet, geïntegreerd kunnen worden afgezocht. De volgende stap, deze systemen daadwerkelijk integreren met bijvoorbeeld DLOs, is dan natuurlijk al snel nog een brug te ver. Access management (authenticatie en autorisatie) is nog te zeer geregeld op een service by service basis en dat maakt de zaak er ook niet makkelijker op. Aangezien het voor veel content providers in dit geval om brand identity gaat is de neiging tot samenwerken niet erg groot. Echte one stop shops bestaan niet in de wereld van documentaire informatie. Niettemin vinden Lynch en McLean dat er een rijke interactie tussen bibliotheeksystemen en DLOs moet komen. En dat op diverse gebieden:
  • Opnemen van collecties van learning objects.
  • Runtime zoeken vanuit de leeromgeving in bibliotheeksystemen i.t.t. handmatige links of opname van digitale kopieën (verboden!). Zoeken wordt dan een onderdeel van de leeractiviteit.
  • Is er een rol voor de in opkomst zijnde institutional repositories (vergelijk het SURF DARE project) bij het onderbrengen van learning objects? Deze zullen in ieder geval ergens, met hun bijbehorende metadata en structurerende informatie moeten worden opgeslagen. Hoe verhoudt dit zich dan tot het IMS concept voor repositories voor learning objects? Hoe regel je de toegang tot commerciële repositories voor learning objects en hoe verhoudt dat zich weer tot bibliotheeksystemen? Nog ingewikkelder, hoe verhoudt een en ander zich weer tot de sterk in opkomst zijnde content management systemen?
  • Waar worden electronic portfolio's ondergebracht?
Het grote angstbeeld, maar het komt akelig dicht bij de huidige werkelijkheid, is dat informatie is opgeslagen in verschillende silo's die nauwelijks met elkaar interopereren. Dat vraagt om een instellingsbrede informatie-architectuur die gedragen en gedeeld wordt door alle betrokken organisatie-onderdelen. In die architectuur worden een aantal gemeenschappelijke problemen aangepakt: minimaal access management en persistente identifiers. In plaats van dat bibliotheeksystemen en DLOs (en andere concernsystemen) dit soort problemen ieder voor zich oplossen, en daarmee docent en student veroordelen tot het op en neer pendelen tussen systemen, dienen ze gebruik te maken van instellingsbrede oplossingen hiervoor. Wanneer aan andere functies als gebruikersprofielen, DRM issues en (financiële) transacties gedacht wordt, dan wordt de noodzaak alleen maar groter. Het onderscheidende in deze benadering is weer het denken vanuit servicemodellen en de daarvoor benodigde functies, in plaats van de afzonderlijke benaderingen vanuit het bibliotheeksysteem, de DLO etc. Problematisch is bovendien dat veel ontwikkelingen, zoals DRM en access management, zich voltrekken buiten de wereld van bibliotheeksystemen en DLOs en dat de invloed op de oplossingen en standaarden die daar in ontwikkeling zijn niet altijd even groot is.

Paper: Het begin van een 'unbundling' van bibliotheekdiensten

Het derde Amerikaanse paper dat hier tot slot kort besproken wordt is afkomstig van de Brit Lorcan Dempsey, tegenwoordig vice president research bij OCLC. Dempsey vertrekt vanuit het vage portal-begrip, maar zit binnen no time op de vraag hoe bibliotheken hun services kunnen aanbieden aan docenten en studenten op momenten dat hun leren en onderzoeken daarom vraagt. Merk op dat het weer meteen om de services gaat en niet om de systemen. Het woord portal nu, wordt door allerlei aanbieders van (bibliotheek)systemen gebruikt en iedereen hoopt daarmee een one stop shop te bieden en dat werkt in een universitaire omgeving niet zo. In eerste instantie worden zoekmogelijkheden in bibliotheeksystemen aangeboden binnen een leeromgeving of binnen een instellingsbrede portal. Dempsey vermoedt dat deze benaderingen het begin signaleren van een 'unbundling' van bibliotheekdiensten. Zijn vraag is ook niet zozeer hoe je de bibliotheeksystemen integreert met andere systemen, maar hoe bibliotheekdiensten verweven kunnen worden met leer- en onderzoeksgedrag van studenten en wetenschappers. Dat vereist dat de services gemodulariseerd worden en afgestemd worden op persoonlijke voorkeuren. De aldus ontstane modules kunnen dan steeds weer opnieuw worden ge(re)combineerd binnen instellingsbrede portals.

 

Conclusie

De uitdaging om DLs en DLOs met elkaar te integreren begint helder te worden. Ook begint helder te worden dat deze problematiek voorbij de grenzen van enkel deze twee systemen strekt. Uiteindelijk zullen de vele verschillende ICT systemen die binnen een HO instelling in gebruik zijn met elkaar moeten gaan samenwerken om een hoger serviceniveau voor studenten en staf te bereiken. Dat vereist dat er gedacht gaat worden vanuit een service-architectuur in plaats van een systeemarchitectuur. Dat kan alleen maar gestalte krijgen wanneer er sprake is van een instellingsbrede regie die een einde maakt aan de verkokerde systemen die thans naast elkaar worden gebruikt.

 

Referenties

Personalia

Hans Roes is projectmanager verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.


REACTIES


Geen reacties gevonden.

PLAATS REACTIE