Artikel

Laatst bewerkt door Robert Schuwer op 27-08-2014 09:15

Open Educational Resources ontwikkelen en hergebruiken

Het ontwikkelen van open educational resources (OER) is voor een groot deel hetzelfde als het ontwikkelen van niet open digitaal leermateriaal. Vraagstukken als mediakeuze, opbouw van het materiaal of kiezen van de juiste didactiek gelden ook wanneer OER worden ontwikkeld. Beschikbaarheid van OER van elders geeft de mogelijkheid tot hergebruik ervan, "as-is" of in bewerkte vorm.

In dit onderdeel van de rubriek kennismaking met OER staan we stil bij de specifieke vraagstukken en aandachtspunten die bij het ontwikkelen en hergebruiken van OER gelden.

 

Ontwikkelen van OER

Zoals al opgemerkt in de inleiding, zijn er bij het ontwikkelen van OER grotendeels dezelfde vraagstukken als bij niet open digitaal leermateriaal. Er zijn echter ook verschillen aan te wijzen waarmee rekening moet worden gehouden wanneer gestart wordt met deze activiteit.

  • Bij het ontwikkelen van OER is de korrelgrootte niet per se een cursus. Kleinere delen zoals een video of een powerpointpresentatie die onderdeel zijn van een reguliere cursus kunnen ook worden gepubliceerd onder een open licentie.
  • Als een instelling kennis en expertise heeft op een bepaald gebied, is het waarschijnlijk dat OER voor dat onderwerp veel meer aandacht zal trekken dan een algemene cursus. Dit kan helpen bij het bepalen van welk leermateriaal open te publiceren.
  • Kwaliteitsprocessen voor OER verschillen. Zo is de mening van gebruikers (die input is voor een volgende ontwikkelcyclus van het materiaal) afkomstig van een veel groter en gemêleerder publiek en is die ook niet formeel georganiseerd zoals bij studentsurveys aan het einde van een semester. Maar ook afgeleide werken die door derden van eerdere versies van de ontwikkelde OER zijn gemaakt kunnen waardevolle input zijn bij de ontwikkeling van een nieuwe versie. Het vraagstuk hier is hoe je dergelijke afgeleide werken vindt.
  • Instellingen en docenten hebben de neiging meer aandacht te besteden aan het kwaliteitsproces vóór publicatie vanwege het besef  dat "de hele wereld nu mijn publiek wordt".
  • Wanneer leermateriaal onder een open licentie wordt gepubliceerd moet terdege worden nagegaan of je alle rechten op het materiaal en alle onderdelen ervan hebt om dit te kunnen doen. Wanneer onderdelen ervan hergebruik van OER betreft, moet worden nagegaan of licentievoorwaarden niet conflicteren. Zie ook het artikel OER en auteursrechten.
  • Denk bij het ontwikkelen van het materiaal ook aan degene die het materiaal vindt en mogelijk wil hergebruiken. Er zullen ontwerpkeuzes worden gemaakt die bepaald worden door de context (bijvoorbeeld de plaats in het curriculum van de cursus waarvoor het materiaal bedoeld is, de vereiste voorkennis et cetera). Deze context van gebruik wordt stilzwijgend als bekend verondersteld. Dat is terecht wanneer het materiaal door de eigen instelling wordt gebruikt (bijvoorbeeld door de auteur van het materiaal die veelal de docent van de cursus is), maar die context is onbekend wanneer het materiaal door anderen van buiten de instelling (en vaak ook buiten Nederland) wordt gevonden en wordt hergebruikt. Om een belangstellende sneller inzicht te geven in de bruikbaarheid van het materiaal is het nuttig de verwachte context expliciet te beschrijven. Dat kan ook voor de eigen instelling meerwaarde hebben, bijvoorbeeld wanneer in de toekomst een docentwissel verwacht wordt voor de betreffende cursus. De volgende meta-informatie is hierbij nuttig:
    • Wanneer: beschrijf de plaats in het curriculum waarvoor het materiaal is geschreven.
    • Voor wie: beschrijf kenmerken van de studentpopulatie voor wie het materiaal bedoeld is (zoals verwachte voorkennis bij de student)
    • Visie: vanuit welke onderwijsvisie en didactische opvatting is het materiaal geschreven?
    • Onderwerpen: welke onderwerpen komen aan bod? Wanneer voor het betreffende vakgebied een ontologie bestaat, is het advies de terminologie uit die ontologie te gebruiken.
    • Leeractiviteiten: welk type activiteiten wordt van de lerende verwacht (groepswerk, individueel leren, peer feedback,...)
    • Rol docent: welke rol heeft de docent (is het materiaal docentgericht of is de docent een coach of tutor?)
    • Tijd: welke studiebelasting heeft het bestuderen van het materiaal?
    • Toetsing: van welke toetsingsvorm is bij dit materiaal uitgegaan?

Bovenstaande aandachtspunten zullen uiteindelijk een plaats moeten vinden in een productieproces. Andere karakteristieken die het productieproces mede bepalen zijn:

  • Beschikbaarheid van bestaand materiaal of halfproducten. Dat kunnen eigen materialen zijn of materialen van derden (bijvoorbeeld OER van andere instellingen). Zeker wanneer de productie van onderdelen erg kostbaar is kan het de moeite lonen naar geschikte OER te zoeken.
  • Beschikbaarheid van een administratie van copyright regelingen voor bestaand materiaal van de eigen instelling. Wanneer een dergelijke administratie bestaat is eenvoudig na te gaan welke rechten er moeten worden geregeld om het betreffende materiaal onder een open licentie te publiceren.
  • Proces van kwaliteitsborging:
  • Activiteiten worden (deels) uitgevoerd door gebruikers in plaats van medewerkers van de universiteit of hogeschool.
  • Activiteiten worden uitgevoerd door de instelling middels interne peer review.
  • Activiteiten worden uitgevoerd door de instelling middels feedback van externe controleurs.
  • Ervaringen van auteurs (zowel in schrijven als in gebruikmaken van de geschikte tools).
  • Omvang en activiteiten van ondersteunende diensten (juridische zaken, bibliotheek, onderwijskundigen).
  • Mate waarin het productieproces is gestandaardiseerd of geautomatiseerd.
  • Mate waarin gebruikers in staat zijn nieuwe content in de OER-repository te plaatsen. Hoe ga je daar als instelling mee om? Welke activiteiten moeten ervoor zorgen dat dergelijk materiaal hergebruikt gaat worden in het cursusmateriaal?
  • Mate waarin een complete cursus kan worden gesplitst in kleinere, op zichzelf staande modules. Dit geeft de mogelijkheid tot verdeling van werk. Tevens geeft het de mogelijkheid om onderdelen van een cursus niet als OER te publiceren (bijvoorbeeld vanwege gevoeligheid van gegevens in dat onderdeel).
  • Type OER:
    • Tekst
    • Audio en/of video
    • Interactieve elementen
  • Het platform waarop de OER wordt gepubliceerd.

Om de efficiency van het productieproces te vergroten kan ernaar gestreefd worden publiceren van OER te integreren in de bestaande werkprocessen. Als docenten en medewerkers reeds hun materialen beschikbaar stellen in een interne leeromgeving, zoek dan naar oplossingen om deze materialen openbaar te maken.

Aparte aandacht verdient het publiceren van OER met in potentie een internationaal publiek. Je moet dan ook rekening houden met culturele verschillen die een rol kunnen gaan spelen bij het bestuderen van het materiaal. Zo hebben kleuren in verschillende culturen verschillende betekenissen en kunnen afbeeldingen die bij ons geaccepteerd zijn in andere culturen aanstootgevend zijn. Verderop staat een verwijzing naar een handboek dat hierbij hulp kan bieden.

Hergebruiken van OER

Voor een deel zijn aspecten van hergebruik van OER al genoemd in de beschrijving van het ontwikkelen van OER. In de praktijk zal hergebruik van OER van elders bemoeilijkt worden door de vindbaarheid en de bruikbaarheid.

  • Vindbaarheid. Allereerst zal een soort "shortlist" van potentieel geschikt open materialen moeten worden opgesteld. Hier is een functionaliteit beschikbaar waarbij met gebruikmaking van Google Custom Search gezocht kan worden in een groot aantal repositories met OER. Het grootste deel van de materialen daarin zijn engelstalig. 
  • Bruikbaarheid. Zoals eerder beschreven ontbreekt de context waarbinnen de OER ontwikkeld en gebruikt is vaak. Het kost daarom tijd om te bepalen of de gevonden OER bruikbaar zijn in de context van de hergebruiker en, zo niet, welke aanpassingen nodig zijn om het wel bruikbaar te maken. Zo kan de diepgang waarmee de leerstof behandeld wordt niet overeenkomen met de gewenste diepgang. Mogelijk ontbreken er voldoende opgaven in de leerstof. Maar het kan ook zijn dat de video die je wil hergebruiken een technisch formaat heeft dat niet afspeelbaar is in de eigen omgeving.
  • Voldoen aan kwaliteitsnormen. Dit is een aspect van de bruikbaarheid. Wanneer het eigen kwaliteitsmodel impliciet is (dus niet expliciet geformuleerd in criteria en de mate waarin leermateriaal aan die criteria moet voldoen), is het lastig te bepalen of de gevonden OER voldoen aan die impliciete kwaliteitsnorm. Het is daarom aan te raden het kwaliteitsmodel voor leermaterialen zo expliciet en meetbaar mogelijk te maken.

Wanneer OER hergebruikt wordt, deel dan ook de ervaringen ermee (in een community of rechtstreeks naar de auteur). 

Verder lezen

Er zijn nog weinig studies gedaan naar publicatieprocessen voor OER. De volgende artikelen beschrijven case studies naar gebruik en hergebruik van OER en de invloed op de productieprocessen.

Schuwer, Robert; Wilson, Tina; Van Valkenburg, Willem et al. (2010). Production of OER, a Quest for Efficiency. In Open Ed 2010. Barcelona: UOC, OU, BYU.

Schuwer, Robert; Lane, Andrew; Counotte-Potman, Anda and Wilson, Martina (2011). A comparison of production processes for OER. In: Open Courseware Consortium Global Meeting, 4-6 May 2011, Cambridge, Massachusetts.

Het handboek OER and adaptation geeft tips & tricks voor het maken en aanpassen voor OER, rekening houdend met cultuurverschillen. 

 

 

Dit artikel is onderdeel van de reeks 'Kennismaking met OER'. Zie ook:

 

 


SIG's en subthema's: Open Education,Kennismaking

REACTIES


Geen reacties gevonden.

PLAATS REACTIE