Artikel

Laatst bewerkt door Hester Jelgerhuis op 10-04-2014 09:46

Wie zijn de doelgroepen van Open Educational Resources?

Over de gebruikers van open educational resources (OER) is nog niet zoveel bekend: wie zijn nu eigenlijk de consumenten van OER? Zijn dat docenten of studenten van de eigen instelling of daarbuiten, zijn het aankomende studenten of mensen die uit nieuwsgierigheid of interesse de materialen raadplegen? 

En wie zijn de producenten van open leermaterialen? Steeds meer onderwijsinstellingen proberen deze gebruikersgroepen in kaart te brengen, zodat ze beter kunnen anticiperen op de behoeften van deze groepen, zowel qua onderwerpen als vorm van de leermaterialen.

Grofweg zijn er vier doelgroepen van open educational resources te onderscheiden: docenten, studenten, onderwijsinstellingen en de overheid. Binnen deze doelgroepen zijn weer verschillende segmentaties te maken. Zo kunnen studenten worden ingedeeld in aanstaande studenten, reguliere formeel ingeschreven studenten en zogenaamde self learners, zoals professionals of alumni. Ook kunnen doelgroepen verschillende rollen aannemen, en kunnen studenten en docenten bijvoorbeeld consument, producent of ambassadeur zijn. Dit wordt in onderstaande figuur uitgebeeld.

 

Doelgroep docenten

Bij het ontstaan van de open educational resources beweging in 2002 zijn docenten gedefinieerd als primaire gebruikersgroep. De achterliggende gedachte was dat docenten als consument gebruik kunnen maken van reeds beschikbare leermaterialen en daarmee hun eigen onderwijs kunnen aanvullen en verrijken, met als doel de kwaliteit van het onderwijs te verhogen.

Docenten zijn naast gebruikers vaak ook de (inhoudelijke) producenten van open leermaterialen. Zij produceren digitale leermaterialen in allerlei vormen (zoals readers, artikelen en presentaties) en voor verschillende onderwijsdoeleinden. Deze leermaterialen worden in de praktijk vaak nog via een gesloten elektronische leeromgeving aangeboden aan een selecte groep studenten. Waar voorheen ICT-experts nodig waren om geavanceerde digitale leermaterialen te ontwikkelen kunnen docenten nu relatief eenvoudig zelf open leermaterialen ontwikkelen. In het brede aanbod van ontwikkeltools is programmeerkennis vaak niet meer noodzakelijk, hoewel ondersteuning bij het ontwikkelen van open leermaterialen wel wenselijk is. Hierbij kan gedacht worden aan:

  • Onderwijskundige ondersteuning, met name waar het aspecten van digitale didactiek betreft.
  • Productie en publicatie van content: het ontwikkelen, publiceren en onderhouden van de open leermaterialen.
  • Intellectueel eigendom en licenties: het screenen van de content op auteursrechtelijke issues en het werken met open licenties zoals Creative Commons.
  • ICT-infrastructuur: het ontwerpen, bouwen en exploiteren van de technische infrastructuur en middelen die nodig zijn om open leermaterialen te kunnen realiseren.

In de praktijk zal de docent altijd de inhoudelijke expert zijn, en bij de ontwikkeling van de leermaterialen al dan niet worden bijgestaan door meer technische experts binnen een onderwijsinstelling.

Door het groeiende aanbod van open leermaterialen hoeven docenten nieuwe leermaterialen niet meer van scratch af aan te ontwikkelen. Zij kunnen gebruikmaken van het bestaande aanbod en deze leermaterialen hergebruiken, aanpassen, combineren en verspreiden, zodat het nieuwe materiaal aansluit op de eigen onderwijssituatie. Het proces van het combineren van bestaande open leermaterialen tot nieuwe open leermaterialen wordt ook wel arrangeren of (re)mixen genoemd. Verschillende zoekportalen voor open leermaterialen, zoals Wikiwijs, bieden tools aan, waarmee docenten laagdrempelig nieuwe leermaterialen kunnen ontwikkelen op basis van bestaande materialen.

Meer weten over OER vanuit docentperspectief:

 

mqdefault.jpg
Instructor Benefits and Costs of Contributing to MIT's OpenCourseWare

Previous OCW research has focused on the users and institution. The instructor's perspective is the focus of this qualitative case study. Summary This paper covers perceived benefits and costs of instructors who contributed to the Massachusetts Institute of Technology (MIT) OpenCourseWare (OC...

 

Doelgroep Studenten

Studenten zijn primair consumenten van open leermaterialen. Daarbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen drie groepen. De ene groep bestaat uit studenten die formeel staan ingeschreven bij een onderwijsinstelling en voor hun studie gebruikmaken van open leermaterialen. Dit kunnen leermaterialen van de eigen onderwijsinstelling zijn of open leermaterialen van derden. Daarnaast is er een grote groep self-learners die niet formeel staan ingeschreven bij een onderwijsinstelling maar wel gebruikmaken van open educational resources. Dit kunnen studenten uit andere landen zijn of professionals die open leermaterialen uit interesse of voor verrijking van hun eigen kennis en ontwikkeling gebruiken. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om professionals of alumni, en is er een duidelijke link met een leven lang leren. Een derde doelgroep bestaat uit aanstaande studenten: studiekiezers die open leermaterialen gebruiken in hun studiekeuzeproces om zich op een opleiding of instelling te oriënteren.

Producenten van OER zijn vooralsnog voornamelijk docenten, zoals hierboven al werd beschreven. Een vaak ‘vergeten’ groep producenten van OER zijn de studenten zelf, die hun verslagen, scripties, samenvattingen of presentaties online kunnen zetten en toegankelijk kunnen maken onder een open licentie. Ook kunnen studenten in een proces van co-creatie met docenten leermaterialen naar een hoger niveau tillen. Zie bijvoorbeeld het MER-project aan de University of British Columbia, waar studenten wiskundemateriaal maken in een wiki. Gardner Campbell stelt "We are entering the new age of education that is programmed for discovery rather than instruction. It is a bag of gold." in het volgende geluidsfragment. Vrij vertaald zijn studenten het goud, en gaat het erom studenten samen te brengen in een actieve community en hen een belangrijke rol in het onderwijsproces te geven.

Tot slot kunnen studenten belangrijke ambassadeurs zijn voor open educational resources, en daarmee de ontwikkeling en het gebruik ervan een grote impuls geven.

Meer weten over OER vanuit studentperspectief:

 

Doelgroep onderwijsinstellingen

Een derde doelgroep zijn de onderwijsinstellingen zelf. Zij zijn niet direct de consumenten of producenten van open educational resources, maar zijn wel verantwoordelijk voor de financiering van en het beleid ten aanzien van open educational resources binnen een instelling. Vraagstukken die in dit kader van belang zijn gaan over de businesscase, het verdienmodel en de duurzaamheid van open educational resources.

De instelling speelt een belangrijke rol in het stimuleren van docenten in de ontwikkeling en het hergebruik van open leermaterialen. De onderwijsinstelling heeft voornamelijk een faciliterende rol, zoals het bieden van ondersteuning bij de ontwikkeling van nieuwe open leermaterialen, het omzetten van bestaande (gesloten) leermaterialen naar open leermaterialen, het bieden van juridische ondersteuning op het gebied van auteursrechten en het toepassen van open licenties en het bieden van technische ondersteuning. De instelling is ook verantwoordelijk voor de communicatie omtrent open educational resources, wat een onderdeel kan zijn van de marketingstrategie.

Meer weten over OER vanuit instellingsperspectief:

 

Doelgroep overheid

De overheid kan duurzame implementatie van open educational resources faciliteren door instellingen en gebruikers te stimuleren in de ontwikkeling en het (her)gebruik van open educational resources, bijvoorbeeld door een nationale infrastructuur te financieren om de toegankelijkheid van open educational resources te vergroten. Daarnaast kan de overheid het thema open onderdeel laten zijn van het publieke beleid. De overheid zou erop kunnen sturen alle publiekelijk gefinancierde materialen onder een open licentie beschikbaar te stellen, onderzoeksresultaten open access te publiceren en het gebruik van open source software te stimuleren. De laatste jaren formuleren meer en meer overheden maatregelen op dit terrein. Zo kent Nederland het Wikiwijsprogramma met als doel het gebruik van open leermaterialen meer algemeen te maken. Soortgelijke initiatieven zijn er ook in Indonesië, Polen, en Brazilië. In de Verenigde Staten loopt momenteel een vierjarig programma waarbij de overheid jaarlijks $500M beschikbaar stelt voor de creatie van open tekstboeken voor community colleges. Met de OER Declaration die in 2012 door UNESCO werd aangenomen en die naar verwachting in 2013 door de lidstaten wordt geratificeerd, beloven overheden het gebruik van OER te bevorderen op allerlei mogelijke manieren. 

Meer weten over OER vanuit overheidsperspectief:

 

Dit artikel is onderdeel van de reeks 'Kennismaking met OER'. Zie ook:

 

 


SIG's en subthema's: Open Education,Kennismaking

REACTIES


Geen reacties gevonden.

PLAATS REACTIE