Gastcolumn

Afbeelding Herman van den Bosch
Laatst bewerkt door Herman van den Bosch op 15-02-2015 23:08

Weg met de publicatie

Naar radicale innovatie van wetenschapscommunicatie met behulp van ICT[1]

 

De Publicatie is de heilige koe van het wetenschapsbedrijf. Hoeveelheid gepubliceerde artikelen, status van tijdschriften waarin deze zijn verschenen, aantal citaten en impactscores zijn doorslaggevend voor de carrière van academici[2] De noodzaak tot publiceren - publish or perish - heeft geleid tot exponentiële groei van de hoeveelheid publicaties[3].

Als gevolg van deze groei, dragen publicaties nauwelijks meer bij aan de verbreiding van wetenschappelijke kennis. Vrijwel niemand komt verder dan doorbladeren van tijdschriften en lezen van samenvattingen.

De meeste publicaties zijn de moeite van het lezen trouwens niet waard. Onderzoek is vaak kleinschalig en conclusies zijn weinig zeggend, zeker voor een lezer die naar relevantie voor de praktijk zoekt. 

Al deze publicaties kosten belastingbetalers wereldwijd vele miljarden per jaar.

Er wordt ook goed en relevant onderzoek verricht, dat waard is om breed verbreid te worden, maar je wenst dit een beter medium toe dan een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift. ICT brengt een radicale innovatie van de wetenschapscommunicatie binnen handbereik. Mijn idee daarvoor is gebaserd op twee uitgangspunten, die ik achtereenvolgens bespreek.

1. Gelaagde presentatie van resultaten van onderzoek

Een onderzoeker die melding wil maken van resultaten van onderzoek, plaatst op een instellingswebsite een korte weergave van de vraagstelling, de gevolgde methode en het resultaat. Anderen kunnen hierop reageren via een forum.

Deze digitale presentatie bevat een reeks hyperlinks naar een onderliggend niveau. Belangstellenden vinden daar een analyse van de bestudeerde literatuur, de uitwerking van data of interviews en een logboek van het verloop van het onderzoek, inclusief eerdere versies en commentaren daarop. Hier opnieuw hyperlinks naar het laagste niveau, oorspronkelijke literatuur, data, interviews, protocollen en coderingslijsten.

Onderstaande afbeelding, de piramide van oorspronkelijkheid, geeft de gelaagdheid van de digitale presentatie weer. Voor verreweg de meeste lezers is alleen de top relevant. Het is denkbaar dat de auteur hier verschillende versies van maakt voor uiteenlopende lezersgroepen, desnoods in verschillende talen en voorzien van een korte mondelinge presentatie, naar voorbeeld van TED..

2. Uitgaan van niveau van onderzoeksgroep of -project

De hiervoor beschreven aanpak lost het probleem van de overdaad aan wetenschappelijke informatie maar ten dele op. Daarom pleit ik ervoor dat niet individuele onderzoekers, maar onderzoeksgroepen verslag doen van de resultaten van hun onderzoek. Deze aanpak stimuleert tevens onderlinge samenwerking. Ook de kans dat de gepubliceerde resultaten relevant zijn, neemt toe.

Naast geven van informatie over het verrichte onderzoek, speelt op het eerste niveau ook uitwisseling van denkbeelden tussen verwante onderzoeksgroepen een belangrijke rol. Er kunnen zich interessante debatten ontvouwen, waarbij discussianten hyperlinks naar hun eigen presentatie-sites aanbrengen. Ook kan aan externe referenten worden gevraagd om het onderzoek te beoordelen.

Op het middelste niveau kan de lezer kennis nemen van literatuuronderzoek en van verslagen van deelstudies door leden van de projectgroep. Dit is ook de plaats om verslag te doen van de discussies tussen de leden van de projectgroep.

Het laagste niveau bevat alle gebruikte literatuur, data, interviews, protocollen en dergelijke.

Niets weerhoudt individuele onderzoekers ervan om voor eigen gebruik een portfolio te maken van de eigen bijdrage aan verschillende onderzoeksprojecten, artikelen in (nog resterende) tijdschriften en publieksuitgaven, interviews, blogposts et cetera.

Samenvattend, mijn idee voor radicale innovatie van wetenschapscommunicatie  stoelt op vier denkbeelden:

  1. Publicatie van resultaten van individuele onderzoekers maakt plaats voor publicatie van resultaten van onderzoeksgroepen. Dit gebeurt digitaal op een daarvoor bestemde website.
  2. De ordening van onderzoeksresultaten gebeurt op minstens drie niveaus aan de hand van de piramide van oorspronkelijkheid: De conclusies staan centraal; deze worden via hyperlinks verbonden met onderliggende inzichten, data en discussies.
  3. Op het bovenste niveau is ruimte voor discussie over de resultaten van het onderzoek. Hiervoor worden fora ingericht.
  4. Individuele onderzoekers kunnen voor eigen gebruik een portfolio samenstellen. Dit bevat onder andere hyperlinks naar eigen bijdragen aan het verrichte onderzoek.

De nadruk op onderzoek als collaboratief proces en het wegnemen van de prikkel om zich op basis van individuele publicaties te onderscheiden, kunnen bijdragen aan de versterking van focus, massa en kwaliteit van het wetenschappelijke onderzoek. De gelaagde presentatie van de resultaten draagt bij aan betere toegankelijkheid ervan.

 

[1] De inhoud van deze post gaat deels terug op een artikel dat ik geruime tijd gelegen heb geschreven met Jeroen Bolluyt. Ik ben er nooit aan toe gekomen om het idee verder uit te werken, maar hiertoe wel herhaaldelijk aangespoord. Vandaar deze blogpost. Het oorspronkelijke artikel vind je hier: http://goo.gl/zv33RP

[2] Het streven naar zo veel mogelijk publicaties heeft perverse effecten die afbreuk doen aan de ontwikkeling van wetenschap in plaats van daaraan bij te dragen. Zie daarover mijn blogpost: http://goo.gl/NSwFVQ

[3] Zie http://goo.gl/UkQbtj voor een conservatieve berekening van de groei van het aantal publicaties. De uitkomst van deze berekening is dat vanaf 1950 het aantal publicaties elke 9 jaar verdubbelt.


REACTIES

PLAATS REACTIE